Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.
Pagina 1249
yarippanashi 遣放し (遣りっ放し) zn. niet-afdoening v. ¶ 遣放しにする niet afdoen; onvoltooid laten liggen. ¶ 遣放しの slordig; niet accuraat.
yarisugosu 遣過ごす (遣り過ごす) t.w. voor laten gaan; laten passeeren. ¶ 機會を遣過ごす gelegenheid laten voorbijgaan.
yarite 遣手 (遣り手) zn. (1) [仕手] maker m.; dader m. (2) [與へる人] gever m.; schenker m. (3) [手腕家] bekwaam man m. (4) [妓樓の] hoerenwaardin v.
yaru やる (遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
yasagata no 優形の bn. slank; tenger.
yasaki 矢先 zn. pijlpunt v. (間際) oogenblik o.; punt o. ¶ 外出しようとする矢先へ客が來た juist toen ik op het punt stond om uit te gaan kwam er bezoek.
yasashii 優しい bn. (1) [柔和] zacht; zachtmoedig; zachtaardig. (2) [優雅] bevallig. (3) [深切] vriendelijk; lief.