Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.
Pagina 600
kōsō 航走 zn. vaart v. ¶ 航走力 snelheid; vaart. ¶ 航走する varen.
kōso 控訴 zn. appel o. ¶ 控訴する appel aanteekenen; in appel gaan. ¶ 控訴院 Hof van Appèl. ¶ 控訴人 appellant.
kōsō 宏壯 (宏壮) bn. groot; prachtig; grootsch.
kōsō 抗爭 (抗争) zn. redetwist m.; dispuut o. ¶ 抗爭する redetwisten; disputeeren.
kōsō 後裝 (後装) zn. achterlading v. ¶ 後裝銃 achterlader.
kōsō 宏壯 (
宏壮) bn. groot; prachtig; grootsch.
kōso 皇祚 zn. de keizerlijke troon m.
kōsō 口裝 (口装) zn. voorlading v. ¶ 口裝銃 voorlader.
kōsō 構想 zn. ontwerp o.; idee o.; plan o.
kōso 皇祖 zn. keizerlijke voorvader m.; de stichter des rijks.
kōso 公訴 zn. openbare aanklacht v.; openlijke beschuldiging v.
kōsō 行裝 (行装) zn. uitrusting voor de reis.
kōso 公訴 zn. openbare aanklacht v.; openlijke beschuldiging v.
kosoguri 擽り zn. kitteling v. ¶ 擽り合ふ elkander kittelen.
kosokoso こそこそ bw. stilletjes; in 't geheim; (俗) stiekemkum. ¶ こそこそ話す fluisteren. ¶ こそこそ步き廻る rondsluipen.
kosoku 姑息 zn. halfslachtigheid v. ¶ 姑息手段 halfslachtige maatregel; lapwerk. ¶ 姑息の halfslachtig; niet afdoend; niet doortastend.
kōsoku 拘束 zn. beperking der vrijheid. ¶ 拘束的 bindend; de vrijheid beperkend; verplichtend. ¶ 拘束する de vrijheid beperken; binden; verplichten.
koson 皇孫 zn. keizerlijk afstammeling m.
kossetsu 骨折 zn. fractuur v.; gebroken beenderen o.mv. ¶ 複雑骨折 gecompliceerde breuk.
kossetsu 骨折 zn. fractuur v.; gebroken beenderen o.mv. ¶ 複雜骨折 gecompliceerde breuk.
kosshi 骨子 zn. hoofdinhoud m.; hoofdpunt o.; dat, waar het op aan komt.
kossho 忽諸 zn. veronachtzaming v.; nalatigheid v. ¶ 忽諸に附する geen aandacht schenken aan; onachtzamen; geringschatten.
kosu 濾す t.w. filtreeren; laten doortrekken.
kosu 越す t.w. (1) [通過] passeeren; overtrekken. (2) [超過] overtreffen. i.w. (3) [勝る] beter zijn dan. (4) [轉居] verhuizen. ¶ 溝を越す over een sloot springen. ¶ 四十の坂を越す over de veertig zijn. ¶ 冬を越す den winter doorbrengen.
Aantal gevonden regels: 39
Tijd: 0.658 sec.