Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 612

kuchi-ni-suru 口にする

t.w. (1) [言ふ] spreken; zeggen. (2) [食ふ] eten. (3) [飮む] drinken. ¶ 思はず口にする laten ontglippen.

kuchi-no-ha 口の端

zn. gesprek van den dag; onderwerp, waarover iedereen spreekt.

kuchikazu 口數

(口数) zn. (1) [人數] aantal personen m.mv. (2) [言葉] woorden. ¶ 口數が多い welbespraakt.

kuchiki 朽木

zn. rotte hout o.

kuchikiki 口利

zn. (1) [辯舌家] goed spreker m. (2) [勢力家] man van invloed m.

kuchikiri 口切

zn. (1) [著手] begin o.; opening v. (2) [鑵切] blik-opener. ¶ 口切をやる een zaak op het tapijt brengen.

kuchiku 驅逐

(駆逐) zn. verdrijving v.; verjaging v. ¶ 驅逐する verdrijven; verjagen. ¶ 驅逐艦 torpedojager.

kuchimae 口前

zn. manier van spreken.

kuchimakase ni 口任せに

bw. zooals het voor den mond komt. ¶ 口任せに喋べる er maar op los kletsen.

kuchimame na 口まめな

bn. spraakzaam; breedsprakig; praatziek.

kuchimane 口眞似

(口真似) zn. nadoen van een andermans spraak; nabauwen o.

kuchimoto 口元

zn. mond m.

kuchinaoshi o suru 口直しをする

i.w. den naren smaak wegnemen.

kuchinuki 口拔

(口抜) zn. kurketrekker m.

kuchiomoi 口重い

bn. slecht ter tale; moeilijk sprekend.

kuchioshii 口惜しい

bn. betreurenswaardig.

kuchiru 朽ちる

i.w. verrotten; vergaan.

kuchisaganai 口性ない

bn. spraakzaam; berispend (口惡な); indiscreet (不謹慎); onbescheiden.

kuchisakashii 口賢しい

bn. goed ter tale; mooi pratend.

kuchisaki 口先

zn. lippen v.mv.; mond m. ¶ 口先の旨い人 iemand, die goed weet te praten; handig spreker. ¶ 彼は口先ばかりだ hij praat mooi maar doet niets. ¶ 口先丈けの友人 een vriend met den mond; onoprechte vriend.

kuchisosogu 嗽ぐ

i.w. den mond spoelen; gorgelen.

kuchisugi 口過ぎ

zn. middel van bestaan; broodwinning v. ¶ 口過する zijn brood verdienen.

kuchitori 口取

zn. (1) [馬丁] paardenjongen m. (2) [料理] bijgerecht o.; bijspijs v.

kuchitsuki 口附

zn. mond m. ¶ 口附の met een mondstuk.

kuchiuranai 口占

zn. polsen o.

kuchiutsushi 口移し

zn. mondeling onderricht o.

kuchiwa 口輪

zn. muilband m.; muilkorf m.

kuchiwake 口別

zn. sorteering v. ¶ 口別する sorteeren; uitzoeken.

kuchiyakamashii 口喧しい

bn. lastig; vitterig.

kuchiyakusoku 口約束

zn. mondelinge belofte v.; afspraak v. ¶ 口約束する mondeling beloven; afspreken.


Aantal gevonden regels: 30
Tijd: 0.382 sec.