Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 9

akirame (諦め) zn. berusting v.
akirameru 諦る (諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
akireru 呆れる i.w. verbaasd zijn; verstomd staan; verbluft staan.
akiru 飽きる i.w. (1) [滿腹] verzadigd zijn. (2) [厭ふ] genoeg hebben van. ¶ 世に厭きた levensmoede. ¶ 飽きる程 tot vervelens toe.
akka 惡化 (悪化) i.w. achteruitgaan; slechter worden; degenereeren.
akkan 惡漢 (悪漢) zn. schurk m.; schoft m.; schoeltje m.
akkan 壓卷 (圧巻) zn. meesterstuk o.
akke 呆氣 (呆気) zn. verbazing v. ¶ 呆氣に取られる verstomd staan; verbluft staan; paf staan; staan te kijken alsof men het in Keulen hoort donderen.
akkei 惡計 (悪計) zn. list v.; snood plan o.
akkenai 飽氣ない (呆気ない) bn. al te kort; onvoldoende; onbevredigend.
akki 惡氣 (悪気) zn. bedorven lucht v.; schadelijke gassen o.mv.; ongezonde damp v.
akki 惡鬼 (悪鬼) zn. duivel m.; booze geest m.
akkikikan 壓氣機關 (圧気機関) zn. luchtperspomp v.
akkō 惡口 (悪口) zn. scheldtaal v.; gemeene taal m. ¶ 惡口する schelden. ¶ 人の惡口を云ふ iemand uitschelden. ¶ 蔭で惡口を云ふ bekladden; kwaadspreken.
akogareru 憧れる i.w. in vervoering zijn; in extase zijn.
aku () zn. kwaad o.; boosheid v.; slechtheid v.; zondigheid v.; verkeerdheid v. ¶ 惡に報いる善を以てする kwaad met goed vergelden.
aku あく (開く・空く) i.w. (1) [開く] opengaan; geopend worden. (2) [始まる] beginnen; aanvangen. (3) [空く] vrij komen; open komen; vacant worden; leeg komen. ¶ 口を開いて met open mond. ¶ 手があいて居る niets te doen hebben. ¶ 場所が空いて居る de plaats is vrij. ¶ 罎が空いて居る de flesch is leeg. ¶ 此の机は空いて居ない deze tafel is bezet.
aku 灰汁 zn. loog v.
akubasuru 惡罵する (悪罵する) t.w. uitschelden.
akubi 缺伸 (欠伸) zn. gaap m.; geeuw m. ¶ 缺伸する gapen; geeuwen.
akueki 惡疫 (悪疫) zn. epidemie v.
akufū 惡風 (悪風) zn. ondeugd v.
akugō 惡業 (悪業) zn. karma o.
akugyaku 惡逆 (悪逆・悪虐) zn. wreedheid v.; verraderlijkheid v.
akugyō 惡行 (悪行) zn. slecht gedrag o.
akuhei 惡弊 (悪弊) zn. misbruik o.; corruptie v.
akuhen suru 惡變する (悪変する) i.w. degenereeren; bederven.
akuhitsu 惡筆 (悪筆) zn. slecht schrift o.; hanepooten m.mv.
akuhyō 惡評 (悪評) zn. (惡い評判) slechte naam m.; slechte reputatie v.; kwade reuk m. ¶ 惡評する kwaad spreken van.
akui 惡意 (悪意) zn. (1) [敵意] vijandschap v.; wrok m.; boosaardigheid v. (2) [故意] kwade bedoeling v.; boos opzet o.; voorbedachte raad m.

Aantal gevonden regels: 30
Tijd: 0.213 sec.