
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
aogu・煽ぐ
(扇ぐ) t.w. waaien. ¶ 火を煽ぐ aanwakkeren.
aoru・煽る
t.w. (1) [煽動] aanhitsen; ophitsen; opstoken. (2) [火を] aanwakkeren. ¶ 煽れて動く klepperen; rammelen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanwakkeren>
促進する sokushinsuru bevorderen; promoten; stimuleren; bespoedigen; verhaasten; versnellen; doen opschieten; vooruithelpen; behartigen; ontwikkelen; in de hand werken; aansporen; aanwakkeren; activeren; aanmoedigen; opvoeren; pousseren; een duwtje in de rug geven; een stimulans geven aan; een zetje geven; voortgang maken met; [植物の成長を] forceren; trekken
出る deru (1) naar buiten gaan; naar buiten komen; zich vertonen; uitbreken; uitgaan; uitkomen; verlaten; vandaan gaan (bij); vertrekken; [m.b.t. boot] afvaren; [i.h.b.] afstuderen (aan); [i.h.b.] aftrek vinden; weggaan; (2) verschijnen; opkomen; voor de dag komen; opduiken; te voorschijn komen; zich voordoen; rijzen; voorkomen; [aan de telefoon enz.] komen; [m.b.t. zon] opgaan; rijzen; doorkomen; [m.b.t. bloemknoppen enz.] uitkomen; uitlopen; [i.h.b.] ontdekt worden; [m.b.t. geesten;spoken] waren; (3) uitsteken; naar buiten steken; opsteken; uitspringen; oprijzen; (4) bijwonen; aanwezig zijn bij; gaan naar; deelnemen aan; meedoen aan; [voor het gerecht enz.] verschijnen; in [zaken;het bedrijfsleven;de politiek enz.] gaan; (5) [m.b.t. wegen] leiden naar; voeren naar; uitkomen op; tegenkomen; bereiken; aantreffen; vinden; stuiten op; (6) te buiten gaan; overschrijden; gaan over; passeren; (7) ontspruiten (aan); komen uit; voortkomen (uit); voortspringen uit; ontstaan uit; beginnen; ontspringen; ontsnappen; [fig.] opwellen; [lit.t.] ontwellen; zijn oorsprong ontlenen aan; zijn oorsprong vinden in; teruggaan op; afstammen van; afkomen van; stammen uit; voortspruiten uit; (8) verschijnen; uitkomen; uitgegeven worden; gepubliceerd worden; [i.h.b. de pers enz.] halen; (9) krijgen; verkrijgen; [arch.] bekomen; [m.b.t. gerecht] opgediend worden; geserveerd worden; [m.b.t. bedrag;premie] uitgekeerd worden; (10) toenemen; rijzen; [m.b.t. wind] opsteken; aanwakkeren; [m.b.t. snelheid] optrekken; (11) zich … gedragen; een … houding nemen; (12) [m.b.t. thee] trekken
励ます hagemasu (1) aanmoedigen; aansporen; stimuleren; aanwakkeren; opwekken; aanzetten; een duwtje; steuntje in de rug geven; moed geven; bemoedigen; opbeuren; opmonteren; opkikkeren; (2) [声を] verheffen; uitzetten; luider doen klinken
唆る sosoru opwekken; wekken; uitlokken; oproepen; doen ontstaan; aanleiding geven tot; prikkelen; stimuleren; aanwakkeren; [食欲を~] scherpen; [心を~] aanlokken; bekoren
喚起する kankisuru wekken; oproepen; evoceren; naar boven brengen; te voorschijn roepen; aanwakkeren; prikkelen
増える fueru toenemen; aangroeien; groter worden; sterker worden; aanwassen; aanzwellen; [w.g.] aanzetten; aanwakkeren; meerderen; groeien; klimmen; stijgen; zich vermenigvuldigen; zich vermeerderen; zich opstapelen; zich uitbreiden; zich verheffen; oplopen; aantikken; incurreren; aantellen
増す;益す masu (1) toenemen; groeien; aan [invloed;kracht enz.] winnen; meerderen; vermeerderen; aangroeien; aanzwellen; stijgen; rijzen; [体重が] aankomen; (2) (nog) meer dan ~; boven ~ [in de constructie ~ ni mashite ~にまして of ~ ni mo mashite ~にもまして]; (3) doen toenemen; aanwakkeren; verhogen; vergroten; vermeerderen; uitbreiden; opvoeren; opdrijven
強くなる tsuyokunaru (1) sterk worden; krachtig worden; machtig worden; [知識に] in kennis aanwinnen; (2) [風が] in kracht toenemen; aanwakkeren; aanzwellen
強まる tsuyomaru (1) sterk worden; krachtig worden; machtig worden; aan kracht winnen; (2) [風が] in kracht toenemen; sterker worden; aanwakkeren; zich verheffen; de vinnen opsteken
扇ぐ;煽ぐ aogu (1) waaien; toewaaien; waaieren; wuiven; toewuiven; (2) aanwakkeren; aanblazen; aanstoken; aanstichten; aanzetten; aanvuren; opstoken; drijven
掲げる kakageru (1) [櫛で] opkammen; in de hoogte kammen; (2) [簾を] oprollen; omrollen; [裾を] opstropen; omstropen; [gew.] opsloven; [gew.] opstroppen; (3) [火を] opstoken; aanwakkeren; aanstoken; aanjagen; (4) in de hoogte heffen; steken; opheffen; hoog opsteken; lichten; tillen; optillen; ophijsen; hijsen; oplaten; (5) [fig.] [迷いを] opheffen; lichten; uit de weg ruimen; doen verdwijnen; (6) afficheren; in de kijker plaatsen; bekendmaken; afkondigen; melden; ophangen; [Belg.N.] uithangen; [政策;理想を] huldigen; (7) [記事を] publiceren; voeren; brengen; opgeven
掻き立てる;攪き立てる kakitateru (1) aanjagen; aanstoken; opstoken; aanwakkeren; aanvuren; aanblazen; oppoken; opporren; [m.b.t. ei] opkloppen; kloppen; (2) opwekken; wekken; prikkelen; gaande maken
掻き起こす kakiokosu (1) opstoken; aanstoken; stoken; aanwakkeren; aanjagen; oprakelen; [veroud.;gew.] aanboeten; [gew.] boeten; [w.g.] aanzetten; (2) opzetten; overeind brengen; rechtop zetten; rechten; [Belg.N.] rechtzetten
煽り立てる aoritateru (1) [風が] geweldig slaan tegen; beuken; geselen; teisteren; (2) aanwakkeren; aanvuren; opruien; aanstoken; opstoken; inciteren
煽る aoru (1) [風が] doen wapperen; doen flapperen; doen klapperen; doen zwaaien; doen wuiven; (2) [団扇を] waaieren; wuiven met; (3) aanblazen; aanwakkeren; aanvuren; aanstoken; aanzetten; aanjagen; aanhitsen; ophitsen; opstoken; oppoken; opsteken; ontsteken; instigeren; opzwepen; opwekken; prikkelen; voedsel geven aan; (4) [cul.] aan de kook brengen; koken; (5) [beurst.] aanzwengelen; opjagen; opdrijven; opvoeren; krachtig stimuleren; (6) [foto.] tillen; met een tilt fotograferen; (7) wapperen; flapperen; klapperen; zwaaien; wuiven; (8) bumperkleven; geen afstand houden; op iemands bumper zitten; op iemands lip rijden; te dicht achter een ander voertuig rijden
燃え立たせる moetataseru doen oplaaien; doen opvlammen; aanblazen; aanjagen; aanstoken; opstoken; aanwakkeren
鼓舞する kobusuru aanmoedigen; aansporen; animeren; bezielen; bemoedigen; stimuleren; aanzetten; aanporren; aanvuren; aanwakkeren; inspireren; opwekken
Tijd: 1.51 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'aanwakkeren').
2005-2026
