
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
randa・亂打
(乱打) zn. ranselen o. ¶ 乱打する in het wilde erop los slaan.
uchinomesu・打延めす
t.w. tot moes slaan; hevig afranselen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afranselen>
どやす doyasu (1) slaan; kloppen; een klap geven; afranselen; afrossen; een pak slaag geven; (2) schreeuwen tegen; aanschreeuwen; aanbrullen; uitkafferen; aansnauwen; afsnauwen; aanblaffen; afblaffen; afbekken; uitvaren tegen
ぽかぽか pokapoka (1) aangenaam warm; lekker warm; (2) [~殴る] afranselen; aframmelen; een flink pak slaag; rammel; ransel geven; een reeks klappen uitdelen
引っ叩く hippataku een klap; mep geven; een klap verkopen; een pak slaag geven; slaan; meppen; afranselen; afrossen; aftuigen
打擲する chōchakusuru slaan; meppen; aframmelen; afranselen; afrossen
殴る naguru (1) (hard) slaan; meppen; een klap geven; slaag geven; een mep uitdelen; een dreun verkopen; ervan langs geven; afranselen; afrossen; aframmelen; knokken; [Barg.] gieren; (2) [風;雨;雪が] striemen; (3) […~] slordig …; ruw te werk gaan met
遣っ付ける yattsukeru (1) verslaan; overwinnen; afmaken; uitschakelen; vellen; winnen van; doden; ervan langs geven; de volle laag geven; een pak slaag geven; zwaar aanpakken; de das omdoen; [fig.] afdrogen; inmaken; inblikken; afranselen; afstraffen; afrossen; een afstraffing geven; zijn portie geven; zijn vet geven; ik zal hem!; een gevoelig lesje geven; afrekenen met; korte metten maken; 'em een kantje geven; (2) scherp bekritiseren; heftig tekeergaan tegen; aanvallen; te lijf gaan; uithalen naar; afkammen; afbreken; afkraken; de grond in boren; neerhalen; neersabelen; hekelen; kraken; aftroeven; de grond in trappen; op de korrel nemen; roskammen; de vloer aanvegen met; (3) afwerken; afmaken; afdoen; afhandelen; [問題を] afwikkelen; afronden; komaf maken met; wegdoen; wegwerken; zich ontdoen van; uit de weg ruimen; (4) aandurven te ~; durven te ~; wagen te ~; het bestaan te ~; zo brutaal zijn te ~; het lef hebben te ~; erdoorheen sukkelen; met vallen en opstaan het einde halen; het klaarspelen; het gedaan krijgen; het voor elkaar boksen; het bolwerken; het fiksen; stellen; flikken; opknappen; schiemannen; lappen; het 'm leveren; het presteren om ~; het rooien; weten te ~; (5) vreten; zuipen
Tijd: 1.12 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'afranselen').
2005-2026
