日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘afschuwelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakubyō疫病

zn. pestziekte v.; besmettelijke ziekte v. ¶ 疫病神 afschuwelijke kerel.

tsuranikui面憎い

(面憎い) bn. akelig; afschuwelijk; ergerlijk.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afschuwelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いやに iyani (1) onaangenaam; afschuwelijk; weerzinwekkend; walgelijk; ergerlijk; tergend; verfoeilijk; hatelijk; afstotelijk; afgrijselijk; (2) ontzettend; verschrikkelijk; heel erg; enorm; vreselijk; geweldig; hartstikke; ontzaglijk; donders; ~ dat het een aard had
おどろおどろしい odoroodoroshii (1) vreselijk; afschuwelijk; ontzettend; verschrikkelijk; schrikwekkend; gruwelijk; (2) overdreven; bombastisch; hoogdravend; pompeus; (3) [声;音が] overdonderend
こよない koyonai (1) onovertroffen; weergaloos; zonder weerga; ongeëvenaard; niet te evenaren; uitnemend; uitmuntend; voortreffelijk; opperst; perfect; best; eersterangs; prima; fantastisch; superbe; (2) buitengewoon; uitzonderlijk; bijzonder; apart; ongewoon; exclusief; (3) enorm; geweldig; extreem; buitengewoon; formidabel; verschrikkelijk; vreselijk; afschuwelijk; erg
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
凄い sugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; ontzettend; gruwelijk; afgrijselijk; angstaanjagend; schrikwekkend; beangstigend; akelig; ijzingwekkend; ijselijk; huiveringwekkend; [form.] horribel; (2) enorm; geweldig; verbijsterend; verbluffend; verbazend; ongelofelijk; overweldigend; verpletterend; fantastisch; schitterend; indrukwekkend; buitengewoon; fabelachtig; formidabel; fenomenaal; [fig.] moorddadig; grandioos; immens; ontzaglijk; verbazingwekkend; ontzagwekkend; heftig; niet te zui­nig!; wow!; wauw!; mieters!
凄まじい susamajii (1) ontzaglijk; verschrikkelijk; vreselijk; ontzagwekkend; ontzettend; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; (2) geweldig; enorm; heel erg; buitengewoon; hevig; formidabel; (3) verbluffend; ongelofelijk; verbazingwekkend; verbazend
凄惨 seisan verschrikkelijk; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; akelig; eng; griezelig; ijselijk; ijzingwekkend; huiveringwekkend; afschuwwekkend; ontstellend
凄惨な seisanna verschrikkelijk; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; akelig; eng; griezelig; ijselijk; ijzingwekkend; huiveringwekkend; afschuwwekkend; ontstellend
凶悪 kyouaku wreed; kwaadaardig; boosaardig; snood; sadistisch; gruwelijk; afgrijselijk; afschuwelijk; barbaars; misdadig; bruut; beestachtig; inslecht
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
嫌悪すべき kenosubeki hatelijk; gehaat; afschuwelijk; verfoeilijk; abominabel; verachtelijk; degoutant; walgelijk; weerzinwekkend
忌まわしい imawashii (1) afschuwelijk; walgelijk; weerzinwekkend; abominabel; degoutant; afschuwwekkend; affreus; verfoeilijk; hatelijk; misselijk; onverkwikkelijk; gruwelijk; gruwzaam; aanstotelijk; aanstootgevend; schandalig; schandelijk; verdoemd; verdoemelijk; vervloekt; vermaledijd; [gew.] vort; (2) ongelukkig; gedoemd; onheilspellend; omineus; onzalig
忌むべき imubeki afschuwelijk; walgelijk; verfoeilijk; weerzinwekkend; abominabel; detestabel
思いっ切り omoikkiri (1) heftig; hevig; krachtig; energiek; (2) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (3) naar hartelust; zonder zich te beperken; (4) met alle macht; uit alle macht; (5) grondig; door en door; compleet; volledig
思い切り;思いきり omoikiri (1) berusting; gelatenheid; geestestoestand waarbij men alle hoop opgegeven heeft; het afzien van iets; (2) besluit; beslissing; voornemen; (3) heftig; hevig; krachtig; energiek; (4) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (5) naar hartelust; zonder zich te beperken; (6) met alle macht; uit alle macht; (7) grondig; door en door; compleet; volledig
恐ろしく osoroshiku verschrikkelijk; vreselijk; zeer; uiterst; afschuwelijk; geweldig; heel erg; ontstellend; ontzaglijk; ontzettend; onthutsend; buitengewoon; buitensporig
恐ろしげ osoroshige vreselijk; ontzettend; beangstigend; angstwekkend; angstaanjagend; afschuwelijk; afschrikwekkend; vreeswekkend; schrikaanjagend
悍ましい ozomashii ontstellend; afgrijselijk; afgrijslijk; afschrikwekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijzingwekkend; weerzinwekkend; afkeerwekkend; afschuwelijk; stuitend; gruwelijk; walgelijk; walglijk; misselijk makend
惨い;酷い mugoi (1) wreed; hard; gemeen; sadistisch; barbaars; onmenselijk; (2) verschrikkelijk; afschuwelijk; vreselijk; gruwelijk; akelig; tragisch; (3) meedogenloos; onbarmhartig; hardvochtig; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; harteloos
憎悪すべき zouosubeki hatelijk; afschuwelijk; gehaat; verfoeilijk; verachtelijk; abominabel; weerzinwekkend; walgelijk; afstotelijk
散々 sanzan (1) enorm; erg; hevig; uiterst; geweldig; ontzettend; ontzaglijk; ontstellend; (2) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; gruwelijk; afgrijselijk; wreed; ellendig; bitter; meedogenloos; ongenadig; niets ontziend; (3) vergruisd; verbrijzeld; in kleine stukjes uiteengevallen; totaal verwoest; (4) enorm; vreselijk; geweldig; erg; zeer; ontzettend; diepgaand; ernstig; grondig; door en door
気障な kizana (1) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; gemaniëreerd; aanstellerig; nuffig; precieus; (2) verwaand; laatdunkend; zelfingenomen; zelfvoldaan; pedant; betweterig; waanwijs; fatterig; kwasterig; bekakt; opgeschroefd; opgeblazen; blasé; snobistisch; pretentieus; omhooggevallen; arrogant; (3) onaangenaam; naar; misselijk; walgelijk; afstotelijk; verfoeilijk; afschuwelijk; weerzinwekkend; afkeerwekkend; afschuwwekkend; (4) opzichtig; opvallend; showy; flashy; protserig; pompeus
汚らわしい;穢らわしい kegarawashii (1) vies; vuil; smerig; goor; (2) obsceen; smerig; vuil; schuin; schunnig; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; walgelijk; weerzinwekkend; afschuwelijk
物凄い monosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
猛烈に mouretsuni (1) hevig; heftig; verwoed; intens; uiterst; geweldig; keihard; hard; zwaar; krachtig; fel; vinnig; vurig; energiek; zeer fanatiek; furieus; onwijs; buitengewoon; als een bezetene; dat het een aard heeft; als geen ander; als de bliksem; als een gek; dolle; uit alle macht; (2) vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; afschuwelijk; geweldig; erg; ontstellend
疎ましい utomashii (1) onaangenaam; degoutant; walgelijk; weerzinwekkend; afschuwelijk; afstotelijk; (2) creepy; eng; griezelig; akelig
tsumi (1) wandaad; vergrijp; misdrijf; delict; [i.h.a.] misdaad; crime; [Lat.] crimen; (2) zonde; (3) schuld; verantwoordelijkheid; (4) sanctie; straf; strafmaatregel; veroordeling; (5) verschrikkelijk; wreed; afschuwelijk; schandalig; onheus; gemeen
見苦しい migurushii (1) niet om aan te zien; het doet zeer aan de ogen; onooglijk; lelijk; afstotelijk; afzichtelijk; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; onbetamelijk; ongepast; onoorbaar; onwaardig; schandalig; schandelijk; afschuwelijk; beschamend; (3) moeilijk zichtbaar
陰惨 insan verschrikkelijk; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; vreselijk; grimmig; akelig; luguber; macaber; griezelig; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; afschuwwekkend; weerzinwekkend
鼻持ちならない hanamochinaranai (1) niet te harden van de stank; met een misselijke geur; kwalijk riekend; stinkend; (2) onuitstaanbaar; onverdraaglijk; ondraaglijk; onduldbaar; intolerabel; walgelijk; afschuwelijk; weerzinwekkend; degoutant
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'afschuwelijk'). 
2005-2026