日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘angstig’
日蘭辭典 (trefwoord)
kowagowa怖怖
(怖々、恐恐、恐々) bw. angstig; met angst en beven.
kowagaru怖がる

i.w. bang zijn; vreezen; angst gevoelen; angstig zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <angstig>
おっかなびっくり okkanabikkuri (1) met angst en beven; angstig; blohartig; bangig; schichtig; nerveus; (2) voorzichtig; behoedzaam
おどおどして odoodoshite bang; angstig; zenuwachtig; nerveus
びくびく bikubiku zenuwachtig; nerveus; gespannen; ongerust; angstig; bang; beangst; paniekerig; [scherts.] zemelachtig
不安 fuan (1) bezorgdheid; ongerustheid; [arch.] bekommering; [arch.] bekommernis; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; beklemming; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut; (2) bezorgd; ongerust; onrustig; bekommerd; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker
危惧する kigusuru vrezen; ongerust; bezorgd; beducht; angstig; bang zijn; zich zorgen maken
心配 shinpai (1) bezorgdheid; zorg; bekommering; bekommernis; ongerustheid; kommernis; kommer; muizenis; muizennest; kopzorg; beslommering; angstig; bang voorgevoel; beduchtheid; benauwdheid; (2) zorg; behartiging; hulp; ontferming; (3) bezorgd; ongerust; bekommerd; beducht; angstig; bang; benauwd; (4) kommerlijk; zorgelijk
心配して shinpaishite bezorgd; ongerust; bekommerd; verontrust; angstig; benauwd; in spanning; met verontrusting; met zorg
心配そうに shinpaisouni zorgelijk; bezorgd; verontrust; angstig; ongerust; bekommerd
怖々 kowagowa timide; schuw; blohartig; angstig; vol angst; vreesachtig; bangelijk; angsthazerig; schuchter; schroomvallig; bedeesd; beducht; behoedzaam; voorzichtig; nerveus
怖い;恐い kowai (1) angstig makend; beangstigend; angstwekkend; angstaanjagend; vreesaanjagend; vreeswekkend; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp.]; (2) angst voelend; bang; angstig; bevreesd [In deze betekenis van het adjectief is de persoon die bang is het onderwerp.]; (3) griezelig; eng; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; macaber; sinister; luguber [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp;zoals in bet. 1.]
恐々 kyōkyō bang; bevreesd; angstig; met angst; angstvallig; angsthazerig; blohartig; vreesachtig; bangig; bangelijk; schuchter; bedeesd; beducht
恐る恐る osoruosoru (1) bang; angstig; bevreesd; met angst en beven; trillend van angst; (2) aarzelend; bedeesd; timide; bezorgd; (3) voorzichtig; behoedzaam; omzichtig; (4) eerbiedig; respectvol; deemoedig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.32 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'angstig'). 
2005-2026