
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
osoroshii・恐しい
(恐ろしい) bn. (1) [怖い] vreeselijk; verschrikkelijk; ontzettend; angstwekkend; afgrijselijk. (2) [猛烈に] hevig; woest. bw. (3) [非常な] erg; ontzaggelijk. ¶ 恐しく寒いvreeselijk koud.
kowagowa・怖怖
(怖々、恐恐、恐々) bw. angstig; met angst en beven.
kowai・怖い
bn. vreeselijk; verschrikkelijk; beangstigend; ontzettende. ¶ 怖い顏をする woedend gezicht zetten. ¶ 怖い目に逢ふ bang zijn. ¶ 怖い思をする in angst zitten. ¶ そんな事をして後が怖くないか als je zoo iets doet, ben je dan niet bang voor de gevolgen?
kyōkaku・恐嚇
zn. bedreiging v.; dreigement o. ¶ 恐嚇する dreigen; bedreigen; vrees aanjagen; bang maken.
SUPPLEMENT (trefwoord)
de wa nai ka・ではないか
(frase) In de spreektaal tevens ja nai ka じゃないか. Terwijl de wa nai / ja nai eenvoudigweg de voorafgaande stelling ontkent (kare wa nihonjin de wa nai 彼は日本人ではない ‘hij is geen Japanner’) is de wa nai ka / ja nai ka bevestigend op een suggestieve manier. ¶ 彼は日本人ではないかと思う。Kare wa nihonjin de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij een Japanner is’ ‘Is hij niet gewoon een Japanner? ’Letterlijker: ‘Ik vraag me af of hij niet een Japanner is.’ ¶ 彼は食べたのではないかと思う。 Kare wa tabeta no de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij het opgegeten heeft.’ ¶ 腱鞘炎ではないかと思うのです。 Kenshōen de wa nai ka to omou no desu. ‘Ik denk dat ik een peesontsteking heb.’ ‘Ik vraag me af of ik geen peesontsteking heb.’ ¶ 面倒が起こるのではないかと私は恐れている。 Mendō ga okoru no de wa nai ka to watashi wa osorete iru. ‘Ik ben bang dat het leidt tot problemen.’ ¶ 女は彼が寂しく思い忘れられてしまうのではないかと思ったのです。 Kanojo wa kare ga sabishiku omoiwasurerarete shimau no de wa nai ka to omotta no desu. ‘Ze dacht dat hij zich misschien alleen en vergeten zou voelen.’
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
おどおどして odoodoshite bang; angstig; zenuwachtig; nerveus
どっさり dossari (1) met een doffe slag; smak; boem; bons; plof; pof; boem; wham; bang; (2) in groten getale; in grote aantallen; hoeveelheden; talrijk; overvloedig; in overvloed; volop
ばたん batan bang!; bons! [= geluid van een harde slag]; [~と] met een klap
びくびく bikubiku zenuwachtig; nerveus; gespannen; ongerust; angstig; bang; beangst; paniekerig; [scherts.] zemelachtig
バン ban (1) bestelwagen; busje; (2) pats!; klets!; pats-boem!; boem!; pardoes!; (3) knal!; poef!; plof!; paf!; pof!; pardaf!; (4) bang!; (5) stamp!; bons!
不安 fuan (1) bezorgdheid; ongerustheid; [arch.] bekommering; [arch.] bekommernis; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; beklemming; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut; (2) bezorgd; ongerust; onrustig; bekommerd; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker
心許ない kokoromotonai (1) ongerust; bezorgd; onzeker; hachelijk; bevreesd; bang; precair; (2) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; twijfelachtig; dubieus; bedenkelijk; (3) ongeduldig; (4) onduidelijk; vaag
心配 shinpai (1) bezorgdheid; zorg; bekommering; bekommernis; ongerustheid; kommernis; kommer; muizenis; muizennest; kopzorg; beslommering; angstig; bang voorgevoel; beduchtheid; benauwdheid; (2) zorg; behartiging; hulp; ontferming; (3) bezorgd; ongerust; bekommerd; beducht; angstig; bang; benauwd; (4) kommerlijk; zorgelijk
怖い;恐い kowai (1) angstig makend; beangstigend; angstwekkend; angstaanjagend; vreesaanjagend; vreeswekkend; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp.]; (2) angst voelend; bang; angstig; bevreesd [In deze betekenis van het adjectief is de persoon die bang is het onderwerp.]; (3) griezelig; eng; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; macaber; sinister; luguber [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp;zoals in bet. 1.]
怖がる kowagaru bang; bevreesd; vervaard; beducht zijn (voor); vrezen; duchten; terugschrikken (voor)
怖ず怖ずする ozuozusuru bang; gespannen; nerveus zijn; beven van angst; panieken; [Belg.N.] panikeren
恐々 kyoukyou bang; bevreesd; angstig; met angst; angstvallig; angsthazerig; blohartig; vreesachtig; bangig; bangelijk; schuchter; bedeesd; beducht
恐る恐る osoruosoru (1) bang; angstig; bevreesd; met angst en beven; trillend van angst; (2) aarzelend; bedeesd; timide; bezorgd; (3) voorzichtig; behoedzaam; omzichtig; (4) eerbiedig; respectvol; deemoedig
気が小さい kigachiisai (1) timide; bedeesd; beschroomd; schuchter; verlegen; (2) lafhartig; laf; blohartig; bang
臆病な okubyouna laf; lafhartig; [arch.] blo; blode; [veroud.] blohartig; bang; bangelijk; schijterig; schuw; vreesachtig; week van hart; timide; kinderachtig; wijfachtig
Tijd: 1.13 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'bang').
2005-2026
