
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dai>
だい dai [(♂) informeel zinsfinaal vraagpartikel. Gebruikt in combinatie met vraagwoorden]
代 dai (1) tijd; generatie; [meton.] regeerperiode; regeringstijd; regering; bewind; beheer; (2) vervanging; substitutie; vervanger; compensatie; (3) plaatsvervanger; plaatsvervuller; remplaçant; substituant; substituut; opvolger; (4) prijs; waarde; kosten; tarief; -geld; -rekening; -nota; (5) [geol.] era; hoofdtijdperk van de geologische tijdschaal; (6) [Chin.gesch.] Daì [streek in het grensgebied van de huidige provincies Héběi 河北 en Shānxī 山西]; (7) [Chin.gesch.] Daì [door Tuòbá Yīlú 拓跋猗盧 gestichte Xiānbēi 鮮卑-staat (315-376)]; (8) dai [landmaat van 1;50 tan 段 (± 1.188 m²)]; (9) -ste; -de [rangtelwoordelijk suffix voor leiders en regeerders]; (10) [benaderende aanduiding van een periode of leeftijd]; (11) [adressering] ten behoeve van …; [afk.] t.b.v. …; (a) vervanging; aflossing; assistent-; adjunct-; vervangend; waarnemend; loco-; (b) ruilmiddel; prijs; (c) generatie; regeerperiode; (d) historische periode; tijdperk; de jaren …; de …-er jaren; (e) tienjarige periode; decennium; -tiger; -tigjarige
台 dai (1) hoog gebouw; toren; gebouw vanwaar men een mooi uitzicht heeft; belvedère; (2) [Jap.gesch.] censoraat; (3) [Chin.gesch.] ministerie; (4) plateau; plaat; blad; tafel; bank; onderstel; bed; onderstuk; verhoging; stellage; stander; standaard; statief; voetstuk; voet; steun; bok; schraag; ezel; sokkel; piëdestal; pedestal; basement; grondstuk; postament; platform; podium; optrede; estrade; [宝石の] montering; zetting; beslag; montuur; vatting; kas; (5) schenkblad; presenteerblad; dienblad; [meton.] etenswaar; maaltijd; (6) tableau van gerechten versierd met heilbrengende decoratie; (7) plat van geta waarop men loopt; (8) portier van een badhuis; badmeester; (9) draagbaar waarmee reizigers een rivier overgezet worden; (10) hoogvlakte; plateau; tafelland; hoogte; heuvel; (11) basis; grondslag; fundament; draagvlak; (12) [plantk.] onderstam (bij het enten); (13) kolf; handvat; (14) [scheepv.] langsligger; (15) [gokken] gespreide inzet; (16) [meetk.] afgeknotte piramide; kegel; (17) [meetk.] drager van een rechte; (18) [wisk.;functieleer] drager; (19) Dai [= hoogland op de Tōkaidō 東海道-route tussen Kanagawa 神奈川 en Hodogaya 程ケ谷]; (20) [maatwoord dat een vage leeftijds-;prijs- of tijdsaanduiding aangeeft] iets boven de …; tussen de … à …; iets meer dan …; een dikke …; in de …; [Belg.N.] kaap van …; (21) [maatwoord voor plateaus en meubelstukken]; (22) [maatwoord voor taarten en rond gebak]; (23) [maatwoord voor grote muziekinstrumenten]; (24) [maatwoord voor wagens;voertuigen;sleeën;liften]; (25) [maatwoord voor machines;apparaten;toestellen]; (26) [maatwoord voor gerechten in een kom;vaatwerk]; (27) [drukw.] [maatwoord voor katernen van 16 of 32 vellen]; (a) plateau; plaat; (b) basis; grondslag; (c) hoogvlakte; plateau; (d) hoogbouw; toren; (e) overheidsbureau; ministerie; hoge ambtenaar; (f) beleefdheidsterm voor de aangesprokene
大 dai (1) groot; [m.b.t. kledingmaten] large; omvangrijk; belangrijk; vooraanstaand; [fig.] zwaar; ernstig; erg; [m.b.t. vriendschap] dik; (2) [m.b.t. zonnekalender] ~ met 31 dagen; (3) zo groot als; ter grootte van ~; -groot; (4) senior; de oudere; major; (5) universiteit [verkorting van daigaku 大学]
第 dai -ste; -de [ordinaal prefix]
題 dai (1) titel; opschrift; kop; hoofdje; (2) onderwerp; opgave; thema; topic (voor een verhandeling); (3) vraagstuk; opgave; probleem; vraag; (4) [maatwoord voor titels;onderwerpen;vraagstukken]; (a) kop; begin; (b) titel; opschrift; (c) onderwerp; thema; vraagstuk; (d) opschrijven; noteren; (e) evaluatie; taxatie
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'dai').
2005-2026
