日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘draaien’
日蘭辭典 (trefwoord)
azanau糾う
t.w. draaien; ineendraaien.
sayū左右
zn. rechter- en linkerkant. ¶ 左右均齊 symmetrie. ¶ 左右の rechtsch en linksch. ¶ 左右を顧る rondkijken. ¶ 左右する beheerschen. ¶ 言を左右に託する eromheen draaien. ¶ 左右されて overgeleverd aan.
yowameru弱める

t.w. verzwakken. ¶ 瓦斯を弱める ’t gas lager draaien.

yoru撚る
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <draaien>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ターンする taansuru (1) draaien; omwentelen; keren; (2) afslaan; zwenken
上映する joueisuru vertonen; draaien; afdraaien; op het scherm brengen; projecteren
作動する sadousuru functioneren; draaien; lopen; werken
再生する saiseisuru (1) weer tot leven komen; regenereren; herleven; weer oprijzen; herrijzen; (2) doen herleven; doen heropleven; regenereren; doen herstellen; doen wederopleven; herboren doen worden; (3) [biol.] regenereren; opnieuw vormen; weer doen aangroeien; (4) recyclen; regenereren; weer bruikbaar maken; terugwinnen; herwinnen; recupereren; hergebruiken; (5) [てーぷを] afspelen; weergeven; afdraaien; draaien
切る kiru (1) knippen; afsnijden; afknippen; [先端を] afknotten; [あきれす腱を] scheuren; (2) fijnhakken; in stukjes snijden; (3) omhakken; (4) (een relatie) afbreken; (5) bekritiseren; (6) pauseren; stoppen; afbreken; (7) kaarten mengen; (8) de weg oversteken; (9) (het licht) uitdraaien; (de tv) uitzetten; (10) (een kraan) dichtdraaien; (11) (aan een stuur) draaien; (12) (de telefoon) ophangen
回す;廻す mawasu (1) (doen) draaien; draaien aan; wentelen; omdraaien; aandraaien; omwenden; omwentelen; omzwenken; ronddraaien; laten rondwentelen; aan het rollen brengen; doen tollen; [wasmachine;ventilator e.d.] aanzetten; [een vat;hoepel e.d.] (voort)rollen; (2) omgeven met [een muur;gracht enz.]; (3) doen reiken tot; (4) rondgeven; doorgeven; laten rondgaan; overhandigen; [塩を] aangeven; (5) uitzenden; sturen; rondzenden; omsturen; overzenden; opsturen; doorzenden; doorsturen; doorverwijzen [naar de specialist enz.]; overplaatsen; doorverbinden [met een ander toestelnummer]; (6) uitzetten; [op interest enz.] zetten; beleggen; (7) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
回る mawaru (1) ronddraaien; omkeren; omdraaien; tollen; in het rond draaien; rondtollen; keren; draaien (om); rondwentelen; omwentelen; roteren; om een as draaien; rouleren; wentelen; rondgaan; rondcirkelen; cirkelen; gaan (om); gaan via; [een kaap enz.] ronden; zijn ronde doen; patrouilleren; toeren; circuleren; (2) afslaan naar; zwenken; omzwenken; omlopen; overgaan naar; overstappen naar; omzwaaien; (3) een omweg maken; omlopen; omgaan; (4) langskomen; aanlopen; aanwippen; (5) afwisselen; rouleren; (6) geheel doordringen; uitwerking hebben; (7) (vlot) draaien; (goed) functioneren; (vlug) werken; (8) het is over …; na …; (9) zich in een bepaalde positie begeven; in iemands schoenen gaan staan; (10) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
奥歯に物が挾まったよう okubanimonogahasamattayou (1) ± ergens omheen draaien; niet ter zake komen; om de hete brij heen lopen; draaien; [Belg.N.] rond de pot draaien; (2) ± iets op zijn lever hebben
左右 sayuu (1) links en rechts; links of rechts; [i.h.b.] beide kanten; [i.h.b.] beide zijden; [i.h.b.] beide richtingen; [i.h.b.] weerskanten; weerszijden; [i.h.b.] omstandigheden; [i.h.b.] z'n zij(de); (2) entourage; gevolg; begeleiders; geleide; (3) iems. zijde; (4) het geven van een ontwijkend antwoord; het (eromheen) draaien
巻く;捲く maku (1) wikkelen; omwinden; omwikkelen; omslaan; inwikkelen; omdoen; omrollen; (2) omgeven; omsingelen; omringen; omsluiten; (3) winden; spoelen; rollen; (ineen) draaien; oprollen; ineenrollen; opwinden; opwikkelen; [i.h.b.] opklossen; (4) doen wervelen; doen kolken; doen ronddraaien; doen wielen; doen dwarrelen; (5) opwinden; opdraaien; aanschroeven; aandraaien; (6) [alpinisme] omtrekken; eromheen trekken; omlopen; (7) wervelen; kringelen; zich winden om; zich slingeren om; zich oprollen; zich wikkelen; zich kronkelen om
弱める yowameru verzwakken; zwak; zwakker maken; afzwakken; temperen; verminderen; doen afnemen; doen verflauwen; [がすの出を] zachter zetten; draaien; [酸を] doen verwateren; verdunnen; aanlengen
折れる oreru (1) plooien; [i.h.b.] dubbelplooien; (2) breken; afbreken; knappen; [ぽきっと] afknappen; knakken; het begeven; (3) zwenken; afbuigen; afdraaien; afslaan; draaien; een bocht; draai maken; (4) plooien; bijdraaien; tegemoetkomingen doen; toegeven; inbinden; door de bocht gaan; wijken; zwichten; zich gewonnen geven; zich onderwerpen; zich neerleggen; (5) [腰句が] haperen; niet lopen; (6) [Barg.] sterven; doodgaan
折れ曲がる oremagaru (1) buigen; plooien; krommen; (2) afbuigen; afslaan; zwenken; neigen; keren; draaien; een draai; bocht nemen; wenden; kronkelen
捩じる;捻じる;捩る;捻る;拗る nejiru (1) wringen; draaien; verdraaien; verwringen; [de nek enz.] omdraaien; omwringen; [een touw enz.] twisten; (2) schroeven; draaien
捩じる mojiru (1) persifleren; parodiëren; travesteren; (2) wringen; draaien; verdraaien; verwringen
捻る;拈る;撚る hineru (1) draaien; wringen; aandraaien; [zijn haar rond zijn vingers] krullen; [i.h.b.] effect geven [aan een bal]; [zijn hersens enz.] pijnigen; (2) [iemands arm;een kip de nek enz.] omdraaien; verwringen; [zijn enkel e.d.] verdraaien; (3) [een geestesproduct] uitdenken; uitbroeden; uitwerken; (4) makkelijk verslaan; met gemak kloppen
方向転換する houkoutenkansuru wenden; draaien; zich keren; ombuigen; zwenken; omdraaien; z'n koers verleggen; van koers; richting; front veranderen; een andere koers nemen; zich heroriënteren; [fig.] koers; z'n standpunt wijzigen; [fig.] het roer omgooien; [fig.] het over een andere boeg gooien
旋回する senkaisuru (1) draaien; roteren; rondcirkelen; ronddraaien; cirkelen; wentelen; rondwentelen; omwentelen; [馬が] caracoleren; (2) [luchtv.] zwenken
曲がる magaru (1) buigen; (zich) krommen; knikken; kronkelen; kromtrekken; scheeftrekken; scheluw trekken; kromgroeien; kromlopen; een bocht maken; een draai maken; draaien; [i.h.b.] meegeven; doorbuigen; abduceren; (2) afdraaien; keren; afbuigen; ombuigen; afslaan; [de hoek enz.] omgaan; omslaan; omdraaien; afzwenken; zwenken; (3) afwijken; deviëren; scheefgroeien; de verkeerde weg opgaan; verkeerd lopen; aberreren; ontaarden; verdorven raken
渦を巻く uzuwomaku kolken; wielen; draaien; ronddraaien; dwarrelen; wervelen; spiralen; tollen
渦巻く uzumaku kolken; wielen; draaien; ronddraaien; dwarrelen; wervelen; [煙が] kringelen; spiralen; warrelen
稼働する;稼動する kadousuru werken; lopen; draaien; functioneren
踠く mogaku wringen; kronkelen; wriemelen; wriggelen; zich in bochten wringen; draaien; worstelen; kampen; ploeteren; zwoegen; spartelen; vechten (om te overleven)
転げ回る korogemawaru (1) rondtollen; rondrollen; rondtuimelen; rondwentelen; rondwoelen; (2) woelen; zich wentelen; draaien; kronkelen; wriemelen; wemelen; wremelen; zich onrustig heen en weer bewegen; spartelen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'draaien'). 
2005-2026