日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘gieten’
日蘭辭典 (trefwoord)
ame
zn. regen m. ¶ 通り regenbui. ¶ 大 stortregen. ¶ 大降る het stortregent. ¶ 軸を流す het regent oude wijven met klompen aan. ¶ 拳骨の een regen van vuistslagen.
kumikomu汲込む

t.w. gieten in; inschenken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gieten>
差す sasu (1) schijnen; lichten; gloeien; stralen; (2) [m.b.t. blos enz.] te voorschijn komen; over zich krijgen; zich manifesteren; (3) [m.b.t. boze macht enz.] varen in; [form.] vaardig worden over; (4) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; serveren; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (5) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren; (6) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (7) [m.b.t. paraplu e.d.] opsteken; omhoogbrengen; omhoogsteken; omhoog houden; (8) [m.b.t. zwaard] aangorden; aandoen; (9) [scheepv.] voortbomen; doen varen; doen voortbewegen; [w.g.;lit.t.] doen reilen; (10) [m.b.t. borrel] aanbieden; bieden; schenken; offreren
注す sasu (1) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (2) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren
流す nagasu (1) gieten; uitgieten; doen stromen; doen vloeien; laten lopen; [m.b.t. tranen;bloed] vergieten; storten; uitstorten; [lit.t.] plengen; plenzen; (2) [hout;boomstammen e.d.] vlotten; vlot brengen; doen drijven; wegspoelen; afvoeren; afbrengen; doen afstromen; meespoelen; [een vaartuig] losgooien; (3) (eraf) wassen; (4) [een programma] uitzenden; in de ether brengen; [muziek] afspelen; (5) [een praatje;gerucht] rondstrooien; verbreiden; doen rondgaan; laten circuleren; in omloop brengen; in circulatie brengen; [met een verhaal] leuren; [pamfletten e.d.] verspreiden; (6) verbannen; uitwijzen; exileren; deporteren; relegeren; transporteren; (7) [m.b.t. informatie] doorspelen; lekken; doorgeven; (8) [m.b.t. taxi's] snorren; rondrijden; cruisen; [van artiesten] rondgaan (op zoek naar publiek); rondreizen; (9) [m.b.t. pandgoed] verbeuren; (10) afgelasten; afzeggen; (11) [m.b.t. ongeboren vrucht] afdrijven; (12) de hand lichten; [de boel] laten vlotten; (13) [honkbalterm] naar het tegenovergelegen speelveld slaan; (14) in een vloeiende beweging ~; stroomsgewijs ~ [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]; (15) een foute bestemming geven; [geld enz.] in eigen zak steken
点す sasu (1) [紅;口紅を] aanbrengen; opdoen; [油を] smeren; [目薬を] druppelen; toedienen; [水を] gieten; (2) annoteren; glosseren; van verklarende aantekeningen voorzien
造る tsukuru (1) maken; [m.b.t. huizen;schepen enz.] bouwen; construeren; [wijk;tuin enz.] aanleggen; (2) scheppen; creëren; [m.b.t. alcoholica] brouwen; [m.b.t. geld] slaan; aanmaken; [m.b.t. klokken;kanonnen] gieten; [m.b.t. neologismen] verzinnen; uitvinden; smeden
遣る yaru (1) sturen; laten gaan; doen [schoolgaan enz.]; (2) [m.b.t. een voertuig] voortbewegen; vooruit doen gaan; vooruit laten gaan; aan de gang brengen; rijden; (3) richten; [een fooi enz.] geven; [dieren] voeren; (4) ter arbitrage toevertrouwen; (5) [zijn ongenoegen;gemoed e.d.] luchten; [door drinken enz.] kwijtraken; (6) [水を] gieten; begieten; water geven; (7) laten ontsnappen; (8) bevorderen; vooruitbrengen; (9) [m.b.t. hand] uitsteken; uitstrekken; (10) een tsukeku 付句 of yariku やり句 toevoegen [idioom uit de wereld van renga 連歌 en haikai 俳諧]; (11) falen; verknoeien; om zeep helpen; (12) bedriegen; (13) kastijden; doodslaan; (14) uithuwelijken; aan de man brengen; (15) nuttigen; gebruiken; [er eentje] drinken; eten; roken; (16) leven; een bestaan leiden; (17) doen; verrichten; [huiswerk enz.] maken; [schaak enz.] spelen; [een cursus e.d.] volgen ; [~ als hoofdvak] studeren; [een tentoonstelling enz.] houden; [een stuk enz.] opvoeren; [een film enz.] vertonen; [een winkel enz.] drijven; [een beroep enz.] uitoefenen; [een toespraak enz.] afsteken; (18) het doen; gemeenschap hebben; vrijen; (19) [een handeling doen;verrichten]; (20) [geeft aan dat de handeling over een verre afstand geldt]; (21) [drukt de beëindiging van een handeling uit;vaak vergezeld van een negatie]; (22) [drukt uit dat de handeling voor anderen verricht wordt]
鋳る iru (1) gieten; [muntw.] munten; aanmunten; slaan; (2) smeden
鋳造する chūzōsuru (1) gieten; (2) aanmunten; munten; [m.b.t. munt] slaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'gieten'). 
2005-2026