
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
atezuiryō・當推量
(当て推量) zn. veronderstelling v.; bloote gissing v.
atezuppō・當てづっぽう
zn. bloote veronderstelling v.; een slag in de lucht. ¶ 當てづっぽうに in den blinde; op goed geluk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gissing>
察し sasshi (1) begrip; consideratie; inachtneming; (2) inzicht; gevoel; inlevingsvermogen; oordeelsvermogen; (3) vermoeden; gissing; veronderstelling
山 yama (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed;kop van een schroef;knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) praalwagen in de vorm van een berg; (13) valkuil om evers of herten te vangen; (14) lichtekooi; prostituee; (15) voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) slangwoord voor "misdrijf"; (17) naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; (18) [maatwoord voor bergen;en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (19) [maatwoord voor een voorgeschotelde portie;stapeltje fruit enz.]; (a) berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (b) [schertsend;vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven;werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]
当て推量 atezuiryō gis; gissing; gok; giswerk; gegis; het raden
忖度 sontaku gissing; vermoeden; veronderstelling; onderstelling; inschatting; conjectuur; beoordeling
憶測 okusoku gissing; gok; schatting; gis; vermoeden; veronderstelling; speculatie
憶説;臆説 okusetsu hypothese; veronderstelling; onderstelling; theorie; aanname; speculatie; vermoeden; gissing; conjectuur; suppositie
推測 suisoku gis; gissing; vermoeden; veronderstelling; onderstelling; giswerk; gokwerk; speculatie; conjectuur; suppositie
推量 suiryō (1) gok; gissing; vermoeden; onderstelling; veronderstelling; conjectuur; speculatie; (2) gevolgtrekking; concludering; logische conclusie; inferentie; deductie; afleiding
臆 oku (a) innige gedachten; gevoelens; (b) vermoeden; veronderstelling; gissing; (c) gêne; lafheid
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'gissing').
2005-2026
