日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘kaku’
日蘭辭典 (titelwoord)
kaku書く
t.w. schrijven; (描く) teekenen; schilderen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kaku>
kaku ieder(e); elk(e)
掻く kaku (1) (zich) krabben; (2) [sneeuw] scheppen; [熊手で] harken; aanharken; bijeen schrapen; (3) peddelen; (4) afsnijden; afhakken; (5) zweten; (6) [op een snaarinstrument] spelen; (7) [in kleermakerszit] gaan zitten
描く kaku (1) [線で~] tekenen; [円を~] beschrijven; trekken; (2) [彩色して~] schilderen; (3) [眉を~] bijtekenen
斯く kaku (1) zo; alzo; op deze wijze; manier; in dezer voege; (2) dus; aldus; (3) tot dusver; dusverre; tot hier toe; tot nu toe; tot zover als we nu zijn
書く;描く kaku (1) schrijven; (2) tekenen
kaku (1) [plantk.] pit; vruchtenpit; [veroud.] steen; (2) [biol.] kern; celkern; nucleus; kiem; (3) [nat.] kern; nucleus; (4) [mil.] kernwapen; atoomwapen; atomisch wapen; (5) [fig.] kern; hart; middelpunt
kaku (1) status; rang; positie; (2) regel; (3) [taalk.] naamval; casus
kaku (1) rang; klasse; stand; (2) regel; norm; voorschrift; (3) [taalk.] naamval; casus; (4) [log.] figuur; (a) essentie; wezen; (b) klasse; stijl; (c) stramien; norm; kader; standaard; regel; (d) doorgronden; (e) stoppen; fixeren; (f) aanpakken; slaan; (g) [spraakk.] naamval; casus
欠く kaku (1) [皿のふちを〜] beschadigen; afbreken; (2) [ー部分を〜] missen; mankeren; ontbreken; (3) [氷を〜] breken; (4) [穏当を〜] ontberen; gebrek hebben aan; tekortkomen; tekortschieten in; niet voldoende hebben; [arch.] derven; (5) [遊びにひまを〜] verspillen; verkwisten
画;劃 kaku (1) horizontale hele of onderbroken lijn [vormt samen met twee andere lijnen een trigram]; (2) streepje als onderdeel van een kanji; streek; pennenstreek; trek; pennentrek; haal; (3) [maatwoord om het aantal halen;trekken;streken;strepen te tellen waarmee een karakter is gevormd]
kaku (1) zeker; vast; gewis; stellig; (2) duidelijk; precies; (a) zeker; vast; (b) vaststaand; onbetwistbaar; onwrikbaar; (c) [afk.] zeker; betrouwbaar
kaku (1) [boeddh.] gewaarwording; waarneming; perceptie; bewustzijn; (2) [boeddh.] besef; inzicht; doorzicht; (3) [boeddh.] bodhi; verlichting; (4) [boeddh.] boeddha; verlichte; (5) peiling; onderzoek; (a) gewaarwording; waarneming; perceptie; (b) verlichting; inzicht; (c) ontdekking; (d) ontwaking
角行 kakugyō [m.b.t. shogi] kaku; kakugyō; ± loper; ± raadsheer
kaku (1) hoek; hoekgrootte; (2) vierkant; [cul.] blokje; (3) [shogi] loper; kaku
kaku (a) hoog gebouw; aanzienlijk huis; villa; (b) [afk.] kabinet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.34 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'kaku'). 
2005-2026