日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘ontslag nemen’
日蘭辭典 (trefwoord)
jiketsu自決
zn. eigen beslissing v.; ontslag (辭職) o. ¶ 自決する zelf beslissen; ontslag nemen.
renbei聯袂
(連袂) bw. allen tezamen; als een man; eensgezind. ¶ 連袂辭職する “en bloc” ontslag nemen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ontslag nemen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
下る kudaru (1) afdalen; naar beneden gaan; afkomen; (2) vallen; neerkomen; neerdalen; (3) [川を〜] afvaren; afdrijven; stroomafwaarts varen; gaan; afgaan; (4) [都から地方へ〜] gaan; het land op gaan; naar het platteland gaan; (5) [命令が〜] afkomen; gegeven worden; afgekondigd worden; uitgevaardigd worden; (6) diarree hebben; buikloop hebben; (7) zich terugtrekken; ontslag nemen; (8) achterstaan bij …; minder zijn dan …; (9) zich overgeven; zich gewonnen geven; de strijd opgeven; (10) nederig zijn; deemoedig zijn; ootmoedig zijn; (11) achteruitgaan; vervallen; aftakelen
引退する intaisuru (1) zich terugtrekken uit het actieve; openbare leven; met pensioen gaan; ontslag nemen; een stap terugtreden; (2) zich afzonderen; zich gaan afzonderen; teruggetrokken gaan leven; als een kluizenaar gaan leven; als een heremiet gaan leven; eenzelvig gaan leven; in eenzaamheid gaan leven; in isolement gaan leven
辞す jisu (1) weigeren; afslaan; van de hand wijzen; afwijzen; (2) ontslag nemen; afstand doen; aftreden; ontslag nemen; bedanken; z'n conclusies trekken; opstappen; het veld ruimen; uittreden; resigneren; [arch.] demitteren; (3) groeten; begroeten; goedendag zeggen; toespreken; (4) afscheid nemen; weggaan; verlaten; terugtreden; zich terugtrekken
辞する jisuru (1) verlaten; vaarwel zeggen; (2) weigeren; afslaan; van de hand wijzen; afwijzen; (3) ontslag nemen; afstand doen; aftreden; ontslag nemen; bedanken; z'n conclusies trekken; opstappen; het veld ruimen; uittreden; resigneren; [arch.] demitteren
辞任する jininsuru afstand doen (van een ambt); aftreden; ontslag nemen; bedanken; zijn conclusies trekken; opstappen; uittreden; resigneren; [arch.] demitteren
辞職する jishokusuru (zijn) ontslag nemen; zijn ambt neerleggen; verlaten; afstand doen van een ambt; aftreden; zijn betrekking opzeggen; voor een ambt; betrekking bedanken; zijn functie neerleggen; zijn baan opgeven; heengaan; opstappen; het veld ruimen; resigneren; uittreden; [arch.] demitteren
退職する taishokusuru z'n werk; ambt verlaten; ontslag nemen; z'n betrekking opzeggen; z'n functie neerleggen; z'n baan opgeven; [i.h.b.] met pensioen gaan; beroepsbezigheden vaarwel zeggen; zich retireren; stil gaan leven
退陣する taijinsuru (1) (een kamp) opbreken; decamperen; aftrekken; (zich) terugtrekken; afrukken; (2) aftreden; ontslag nemen; uittreden; het veld ruimen
降板する koubansuru [honkb.] de werpheuvel verlaten; [i.h.a.] aftreden; zich terugtrekken; ontslag nemen; opstappen; het veld ruimen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.36 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'ontslag nemen'). 
2005-2026