日蘭辭典+

5 resultaten voor ‘sumu’
日蘭辭典 (titelwoord)
sumu住む
i.w. wonen. ¶ 住めば都 oost west thuis best.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <sumu>
住む;棲む;栖む sumu wonen; leven; huizen; bewonen; bevolken; verblijf houden; verblijven; onderdak hebben; [oneig.] resideren
棲む sumu [動物が] bewonen; wonen in; bevolken
済む sumu (1) over zijn; voorbij zijn; uit zijn; gedaan zijn; af zijn; klaar zijn; aflopen; ten einde lopen; eindigen; een einde nemen; erop zitten; tot een einde komen; geëindigd zijn; ophouden; (2) voldoende zijn; genoeg zijn; sufficiënt zijn; toereikend zijn; genoegzaam zijn; toereiken; volstaan (met); door de beugel kunnen; (3) genoeg hebben aan; toekomen (met); uitkomen (met); het kunnen stellen (met); toekunnen met; het kunnen rooien met; het (kunnen) redden met; rondkomen met; zich behelpen met; het kunnen regelen met; het kunnen oplossen (met); er met ~ afkomen; (het) er afbrengen; [voorafgegaan door -nakutemo ~なくても;-zu ni ~ずに enz.] niet hoeven
澄む;清む sumu (1) klaren; klaar worden; opklaren; ophelderen; helder worden; transparant worden; onvertroebeld worden; [i.h.b.] onbewolkt raken; (2) [m.b.t. klank;geluid] helder gaan klinken; (3) [fonet.] stemloos worden; (4) [m.b.t. geest;gemoed] sereen worden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'sumu'). 
2005-2026