日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘wonen’
日蘭辭典 (trefwoord)
sumu住む
i.w. wonen. ¶ 住めば都 oost west thuis best.
kyojū居住
zn. verblijf o.; ingezetenschap v. ¶ 居住權 recht van verblijf. ¶ 居住者 ingezetene; inwoner. ¶ 居住する wonen; ingezeten zijn. ¶ 居住地 woonplaats.
zaijū在住
zn. verblijf o. ¶ 在住の woonachtig; ingezeten.
kurasu暮す

i.w. leven; bestaan; in zijn onderhoud voorzien; t.w. doorbrengen; passeeren. ¶ 田舍で暮す buiten wonen. ¶ 獨身で暮す alleen wonen; niet getrouwd zijn. ¶ 奢侈に暮す een weelderig leven leiden. ¶ 日を暮す den tijd doorbrengen.

zakkyo雜居

(雑居) zn. gemengd verblijf o. ¶ 雜居する door elkaar wonen.

zairyū在留

zn. verblijf o. ¶ 在留の verblijvend; ingezet; woonachtig. ¶ 在留する verblijven; wonen; gevestigd zijn. ¶ 在留民 ingezetenen.

zaikyō suru在京する

i.w. in Tokyo wonen.

yado宿

zn. (1) [住家] huis o.; woning v. (2) [宿屋] herberg v.; hotel o. (3) [良人] man m. ¶ 宿なき dakloos. ¶ 宿を取る logeeren; verblijven; wonen. ¶ 宿を貸す logies verleenen; een onderdak geven.

tsūkin通勤

(通勤) zn. gang naar kantoor; vervulling van de dagtaak. ¶ 通勤する naar kantoor gaan; niet bij zijn werk wonen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wonen>
住まう sumau (1) wonen; verblijven; (2) [ton.] neerzitten; gezeten zijn
住む;棲む;栖む sumu wonen; leven; huizen; bewonen; bevolken; verblijf houden; verblijven; onderdak hebben; [oneig.] resideren
(a) wonen; verblijf; (b) halt houden; (c) hoofdpriester
在住する zaijūsuru verblijven; zich ophouden; wonen
在留する zairyūsuru verblijf houden; verblijven; wonen; z'n woonplaats hebben; resideren
宿りする yadorisuru (1) logeren; verblijven; (2) wonen; verblijf houden; resideren
居る iru (1) zijn; zich bevinden; bestaan; staan; liggen; (2) wonen; verblijven; leven; resideren; zetelen; (3) aanwezig zijn; present zijn; tegenwoordig zijn; in de buurt zijn; thuis zijn; (4) [m.b.t. bloedverwanten;bv. broers of zusters] hebben; (5) [m.b.t. dieren] leven; voorkomen; aangetroffen worden [in een bepaalde habitat]
居住する kyojūsuru wonen; verblijf houden; verblijven; [niet alg.] resideren
居留する kyoryūsuru verblijf houden; verblijven; wonen; zich ophouden; zich vestigen
kyo (1) verblijf; woonplaats; (a) wonen; verblijfplaats; (b) gaan zitten; (c) routine; gewone gang van zaken; (d) roerloos; niets doend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'wonen'). 
2005-2026