
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
sumu・住む
i.w. wonen. ¶ 住めば都 oost west thuis best.
zairyū・在留
zn. verblijf o. ¶ 在留の verblijvend; ingezet; woonachtig. ¶ 在留する verblijven; wonen; gevestigd zijn. ¶ 在留民 ingezetenen.
zaikyō suru・在京する
i.w. in Tokyo wonen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wonen>
住まう sumau (1) wonen; verblijven; (2) [ton.] neerzitten; gezeten zijn
住む;棲む;栖む sumu wonen; leven; huizen; bewonen; bevolken; verblijf houden; verblijven; onderdak hebben; [oneig.] resideren
住 jū (a) wonen; verblijf; (b) halt houden; (c) hoofdpriester
在住する zaijūsuru verblijven; zich ophouden; wonen
在留する zairyūsuru verblijf houden; verblijven; wonen; z'n woonplaats hebben; resideren
宿りする yadorisuru (1) logeren; verblijven; (2) wonen; verblijf houden; resideren
居る iru (1) zijn; zich bevinden; bestaan; staan; liggen; (2) wonen; verblijven; leven; resideren; zetelen; (3) aanwezig zijn; present zijn; tegenwoordig zijn; in de buurt zijn; thuis zijn; (4) [m.b.t. bloedverwanten;bv. broers of zusters] hebben; (5) [m.b.t. dieren] leven; voorkomen; aangetroffen worden [in een bepaalde habitat]
居住する kyojūsuru wonen; verblijf houden; verblijven; [niet alg.] resideren
居留する kyoryūsuru verblijf houden; verblijven; wonen; zich ophouden; zich vestigen
居 kyo (1) verblijf; woonplaats; (a) wonen; verblijfplaats; (b) gaan zitten; (c) routine; gewone gang van zaken; (d) roerloos; niets doend
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'wonen').
2005-2026
