日蘭辭典+

6 resultaten voor ‘tik’
SUPPLEMENT (trefwoord)
ichida一打
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ の一打は伸びなかった。Kare no ichida wa nobinakatta. Zijn slag kwam niet ver. [TTC]
hitouchi一打ち
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ この初太刀の一打ちで小次郎はすでに十分な致命傷を受けていた。 Kono shodachi no hitouchi de, Kojirō wa sude ni jūbun na chimeishō wo ukete ita. Met die enkele eerste zwaardslag werd Kojirō al dodelijk verwond. [blog]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tik>
タップ tappu (1) tap; tapkraan; kraan; (2) tapdans; (3) draadsnijtap; snijtap; (4) tik; tikje; klopje; klik
ポーン pōn (1) [schaaksp.] pion; (2) [fig.] pion; (3) [ter nabootsing van het geluid van een veer die plots opspringt] boing; ploing; (4) [ter nabootsing van het geluid van een licht slaande beweging] tik; knip; flap; lap; (5) [ter nabootsing van het geluid van een tennisbal die geslagen wordt] pong
突く;衝く;撞く tsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje;klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
突ける;衝ける;撞ける tsukeru (1) kunnen steken; kunnen prikken; kunnen priemen; kunnen spietsen; (2) kunnen porren; kunnen poken; kunnen stompen; kunnen aanstoten; kunnen duwen; [inform.] kunnen douwen; kunnen stoten; kunnen rammen; een stoot; por; zet; tik; klopje kunnen geven; [m.b.t. zegel] kunnen drukken; [m.b.t. bal] kunnen tikken; [m.b.t. biljartbal] kunnen stoten; [een pluimpje;klok enz.] kunnen slaan; (3) kunnen zetten; kunnen plaatsen; kunnen planten; [krukken enz.] kunnen gebruiken; [op de knieën] kunnen vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) kunnen aanvallen; kunnen belagen; [de geringste redeneerfout enz.] kunnen aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] kunnen treffen; [iem. in zijn zwak enz.] kunnen tasten; [op de kern van de zaak enz.] kunnen slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] kunnen trotseren; het hoofd kunnen bieden; kunnen braveren; kunnen tarten; (6) [de neus enz.] kunnen prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] kunnen slaan; kunnen snerpen (in); [door de ziel enz.] kunnen snijden; [iem. in zijn hart enz.] kunnen raken; kunnen treffen; diep kunnen schokken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'tik'). 
2005-2026