日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘klap’
日蘭辭典 (trefwoord)
daboku打撲
zn. klap m.; slag m. ¶ 打撲する ranselen; bont en blauw slaan; kneuzen.
hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

kurawasu食はす

t.w. (1) [與食] eten geven; t.w. voeden; voeren. i.w. (2) [打つ] een klap geven. t.w. (3) [誘惑ふ] overhalen; verleiden. ¶ 食はすに利を以てす overhalen door mooie beloften.

kyōda强打

(強打) zn. harde klap m.; hevige slag m.

yokonaguri橫毆

(横殴) zn. zijwaartsche klap m.; oorveeg m.

uchi

(打ち) zn. klap m.; slag m.; mep m.; stoot m.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ichida一打
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ の一打は伸びなかった。Kare no ichida wa nobinakatta. Zijn slag kwam niet ver. [TTC]
hitouchi一打ち
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ この初太刀の一打ちで小次郎はすでに十分な致命傷を受けていた。 Kono shodachi no hitouchi de, Kojirō wa sude ni jūbun na chimeishō wo ukete ita. Met die enkele eerste zwaardslag werd Kojirō al dodelijk verwond. [blog]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <klap>
どさっと dosatto met een smak; kwak; klap; bof!; bons!; plof!; pof!; pardoes!
どしんと doshinto met een dreun; kwak; smak; klap; bons; plof; bam; bonk; pof; beng; pats-boem
パン;麺麭;麪包 pan (1) brood; broodje; mik; kuch; [Barg.] tamp; [Barg.] treiter; (2) [fig.] z'n brood; broodwinning; kost; [fig.] boterham; levensonderhoud; (3) (alleen パン) pan; steelpan; braadpan; koekenpan; (4) (alleen パン) [filmk.] pan; panorama; (5) (alleen パン) [Gr.myth.] Pan; (6) (alleen パン) pan-; (7) (alleen パン) pats!; klets!; pets! [woord dat het geluid van een klap;slag nabootst]; (8) (alleen パン) knal!; plof!; paf!; pof!; floep!; pang!; poef!; boem! [woord dat het geluid van een knallende fleskurk;knappende ballon of afgevuurde kogel nabootst]; (9) (alleen パン) klap! [woord dat het geluid van handgeklap nabootst]
パンチ panchi (1) pons; ponsmachine; ponstang; drevel; doorslag; perforator; kniptang; (2) vuistslag; slag; stoot; klap; (3) slagvaardigheid; doortastendheid; pit; energie; kracht; fut; [bokssp.] punch; jab; (4) [cul.] punch; bowldrank; bowl; krambamboeli
ヒット hitto (1) slag; klap; dreun; mep; (2) [honkb.] hit; goede slag; (3) treffer; raakschot; (4) hit; succes; (5) [comp.] hit; treffer; resultaat van een zoekopdracht
ブロー burō (1) geföhnde coupe; (2) klap; slag; (3) Blow
一撃 ichigeki slag; klap; aanval; dreun; stoot; oplawaai; opduvel
一発 ippatsu (1) schot; salvo; explosie; (2) klap; slag; stoot; (3) [honkb.] homerun; (4) poging; keer; ronde; (5) [inform.] wip; beurt; nummertje
少しも sukoshimo niet in het minst; helemaal niet; (in het) geheel niet; hoegenaamd niet; absoluut niet; allerminst; niet in het geringste; in genen dele; geenszins; geen bal; barst; biet; bliksem; botten; donder; flikker; fluit; fuck; greintje; haartje; jota; klap; klop; kruimel; laars; lor; (malle)moer; mieter; pest; reet; ruk; sikkepit; schijntje; snars; sodemieter; spat; steek; zak; zier [steeds gepaard met een ontkenning]
平手打ち hirateuchi klap; mep; slag; klets
打撃 dageki (1) slag; klap; dreun; pets; opstopper; stoot; [gew.] bonk; (2) [sportt.] het slaan; slag; het batten; slagwerk; [テニスの] drive; volley; [ボクシングの] punch; (3) [fig.] klap; schok; knak; knauw
打擲 chōchaku klap; slag; mep; aframmeling; afranseling; afrossing; bastonnade
折畳みの oritatamino vouw-; klap-; opvouwbaar; opklapbaar; samenvouwbaar; inschuifbaar
殴打 ōda slag; klap; dreun; mep; afstraffing; pak slaag; [jur.] slagen en verwondingen; geweldpleging
ago (1) kaak; kaakgestel; kakement; [anat.] maxilla; [甲殻類;昆虫類の] mandibel; [魚の] kieuw; (2) kin; (3) [道具の] bek; kaak; wangstuk; kauwwerktuig; (4) [釣針の] weerhaak; (5) maal; eten; kost; (6) kostgeld; (7) kostwinning; broodwinning; (8) logiesprijs; (9) gepraat; geklets; praat; [Belg.N.] klap; (10) [dierk.] zeeduivel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'klap'). 
2005-2026