日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘uilskuiken’
日蘭辭典 (trefwoord)
ahō阿呆
zn. domkop m.; domoor m.; idioot m.; uilskuiken o. ¶ 阿呆らしい onzin! nonsens!letspraat! apenkool!
usunoroうすのろ
usubaka薄馬鹿
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uilskuiken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
どじ doji (1) flater; blunder; stommiteit; miskleun; misslag; (2) idioot; uilskuiken; stommeling; klungel; kluns; knoeier; prutser; sufferd; sukkel; stumper; sufkop; (3) stom; idioot; klungelig; klunzig; knoeierig; prutserig; suf; sukkelig; stumperig
ぼんやり bonyari (1) afwezigheid; absentie; afgetrokkenheid; verstrooidheid; sufheid; dommel; dommeling; dommeligheid; (2) sufferd; sufkop; slaapkop; dommelaar; dromer; warhoofd; stommerd; stomkop; domoor; uilskuiken; ezel; oen; (3) wazig; schemerig; vaag; dof; onduidelijk; onklaar; gevoileerd; onhelder; troebel; doezelig; mistig; fuzzy; wollig; flou; nevelig; nebuleus; zweverig; (4) flets; suf; suffig; lusteloos; futloos; slaperig; lodderig; dommelig; (5) afwezig; afgetrokken; verstrooid; met zijn gedachten er niet bij; warrig; wezenloos; geesteloos; ongeconcentreerd; gedachteloos; onoplettend; achteloos; [i.h.b.] werkeloos; nietsdoend; passief; [Lat.] praesens absens; (6) stom; dof (van geest); bot; dom; stompzinnig; afgestompt; onbevattelijk; (7) [van markt;beurs enz.] gedrukt; flauw; slap; zwak
アーパー aapaa [barg.] dwaas; uilskuiken; ezel
ボケ boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
分からず屋 wakarazuya (1) onbenul; ezel; stomkop; stommerik; domkop; domoor; sufferd; uilskuiken; (2) koppig; halsstarrig; onbuigzaam; eigenzinnig; obstinaat mens; stijfkop; stijfhoofd; [Belg.N.] koppigaard; keikop; steenezel
唐変木 touhenboku stommerik; domkop; stomkop; stommerd; domoor; ezel; uilskuiken
惚け boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
木偶坊;木偶の坊;でくの坊 dekunobou (1) houten pop; (2) stroman; figurant; [fig.] marionet; [fig.] ledenpop; slippendrager; vazal; lakei; (3) nietsnut; niksnut; non-valeur; nietsnutter; flierefluiter; lanterfant; slampamper; vent van likmevestje; vent van niets; lor van een vent; man van niks; aap van een jongen; [bel.] kringetjesspuwer; [Belg.N.;bel.] voddenvent; [veroud.] doodeter; [gew.] gaapstok; [gew.] lorrenbos; (4) domkop; domoor; stomkop; stommerik; sufferd; sukkel; sul; kaffer; oen; uil; ezel; uilskuiken; kluns; kalfskop; schaapskop; kees; [inform.] knurft; [inform.] oelewap; [inform.] oelewapper; [vulg.] lul
木偶 deku (1) houten pop; (2) marionet; speelpop; (3) nietsnut; dwaas; idioot; sufferd; uilskuiken
頓馬 tonma (1) dwaas; stommeling; stommerik; stomkop; idioot; domoor; domkop; ezel; uilskuiken; imbeciel; nitwit; oelewapper; onbenul; rund; konijn; sul; (2) dwaas; stom; dom; onbenullig; idioot; imbeciel
馬鹿;莫迦;破家 baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.;fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'uilskuiken'). 
2005-2026