
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitkijken>
張る haru (1) spannen; aanspannen; opspannen; strekken; [m.b.t. touw;lijn enz.] scheren; [gordijnen enz.] ophangen; [zijn takken enz.] uitspreiden; [テントを] opslaan; opzetten; [de vleugels] uitslaan; [de zeilen] zetten; rekken; (2) bespannen (met); aanbrengen; [壁紙を] behangen; [met stof enz.] overtrekken; bekleden (met); voorzien van; (3) [met water enz.] vullen; (4) [stelling enz.] nemen; [een zaak] opzetten; drijven; [een banket] aanrichten; [zijn macht;recht enz.] doen gelden; [geld enz.] zetten (op); verwedden; [zijn zin] doordrijven; (5) op de uitkijk staan; [naar een verdachte enz.] uitkijken; opwachten; (6) [zijn schouders enz.] rechten; [de ellebogen enz.] uitsteken; [de borst enz.] vooruit steken; (7) een klap geven; een draai om de oren geven; meppen; [sumō-jargon] harite 張り手 toebrengen; (8) zich opzetten; opzwellen; uitzetten; (9) verstrammen; verstijven; verstrakken; (10) uitsteken; hoekig worden; (11) zich uitstrekken (over het hele oppervlak); zich uitspreiden over; zich vormen; (12) gespannen worden; nerveus worden; (13) zich schrap zetten; trotseren; rivaliseren; (14) prijzig zijn; duur zijn; nogal wegen; [i.h.b.] overtrokken zijn
心する kokorosuru aandachtig zijn; aandacht schenken aan; attent zijn; opletten; oplettend zijn; uitkijken; voorzichtig zijn; in acht nemen; denken om
望む nozomu (1) een uitzicht hebben; (in de verte) zien; uitzien; overzien; overkijken; [w.g.] afogen; uitkijken; (2) wensen; willen; verlangen; begeren; verkiezen; believen; uit zijn op; staan naar; ambiëren; streven naar; dingen; verhopen; hopen; verwachten; uitkijken naar; vlassen op; talen naar; [Barg.;volkst.] spinzen (op)
気を付ける kiotsukeru opletten; letten op; oppassen; passen op; voorzichtig zijn; uitkijken; toezien; acht slaan op; acht geven; zich in acht nemen
注意する chūisuru (1) opletten; denken om; letten op; aandacht schenken aan; acht slaan op; in de gaten houden; oog hebben voor; notitie; nota nemen van; zich in acht nemen voor; uit zijn ogen kijken; uitkijken; zich hoeden voor; zich wachten voor; [veroud.] zich bewaren voor; op zijn hoede zijn voor; erop toezien dat; oppassen; zorgen dat; voorzichtig; oplettend zijn; (2) waarschuwen voor; iem. raad geven; adviseren; aanraden; vermanen; verwittigen; wijzen op
物色する busshokusuru zoeken; uitzoeken; uitkiezen; uitlezen; lezen; doorzoeken; doorsnuffelen; afzoeken; uitkijken; uitzien naar
監視する kanshisuru toezien; bewaken; in de gaten houden; letten op; surveilleren; in het oog houden; een oogje houden op; gadeslaan; uitkijken; observeren; de wacht houden; op de uitkijk staan
終わりまで見る owarimademiru ten einde bekijken; kijken; uitkijken; [芝居を~] uitzitten
見切る mikiru (1) alles zien; ten einde toe bekijken; uitkijken; uitzien; (2) het voor bekeken houden; opgeven; prijsgeven; laten vallen; (3) scherp zien; waarnemen; onderscheiden; (4) goedkoop verkopen; met verlies verkopen; (5) evalueren; vaststellen; opmaken
見張る miharu (1) uitkijken; bewaken; in de gaten houden; op de uitkijk staan; (de) wacht houden; op wacht; schildwacht staan; een oogje in het zeil houden; toezicht houden; waken; toezien; alert zijn op; [inform.] op smeris staan; (2) [目を] wijd opensperren
見通す mitōsu (1) uitkijken; ten einde kijken; bekijken; (2) ongehinderd overzien; vrijelijk zicht hebben; (3) erdoor kijken; zien; doorzien; doorgronden; doorvorsen; doordringen; (4) voorzien; vooruitzien
Tijd: 1.32 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'uitkijken').
2005-2026
