
蘭
典
日蘭辭典+
zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.
i.w. (1) [おりる] afdalen; afstijgen; afstappen (下降); vallen; neerkomen. (2) [命令が] afkomen. (3) [劣る] achterstaan bij; minder zijn dan. (4) [下痢] diarrhee hebben; loslijvig zijn. (5) [降參] zich overgeven; toegeven. (6) [引退] zich terugtrekken; ontslag nemen. (7) [都から田舍に行く] naar buiten gaan; het land op gaan. ¶ 天より下る uit den hemel nederdalen. ¶ 馬背より下る van het paard stijgen. ¶ 命令が下つた het bevel is afgekomen.
i.w. (1) [挫折] ontmoedigd zijn. (2) [氣が] moedeloos zijn; den moed verliezen.
zn. eenzame slaapkamer v.; afwezigheid van den echtgenoot.
zn. bestaan o.; leven o.; levensonderhoud o. ¶ その日の暮しに困る van de hand in den tand leven. ¶ 安樂な暮し een gemakkelijk leven. ¶ 暮し方 levenswijze. ¶ 暮しを立てる zijn brood verdienen. ¶ 暮し向き huishouding.
zn. ketting m.; keten m. ¶ 時計の鎖 horlogeketting. ¶ 鎖で繋ぐ ketenen; met een ketting vastbinden; aan den ketting leggen. ¶ 鎖帷子 maliënkolder.
zn. aftelling op de vingers. ¶ 屈指の op den voorgrond staand; voornaamste; aanzienlijk; uitstekend. ¶ 屈指する opnoemen; op de vingers aftellen.
zn. woonplaats v. ¶ 居は氣を移す men ondergaat den invloed van zijn omgeving.
(教壇) zn. verhooging voor den leeraar; podium o
zn. buitenkant m.; positie buiten den kring. ¶ 局外者 buitenstaander. ¶ 局外者の意見 onafhankelijk oordeel; het oordeel van de derde. ¶ 局外中立 neutraliteit. ¶ 局外中立國 neutraal land.
(瑞宝章) zn. Orde van den Heiligen Schat.
zn. (1) [區俗] gewoonte v.; gebruik o.; zede v. (2) [僧侶に對し] leekenwereld v. (3) [野卑] vulgariteit v. ¶ 俗生活 wereldschen leven. ¶ 俗な wereldsch; gewoon; vulgair; laag bij den grond; niet verheven. ¶ 俗に gewoonlijk; gewoon; vulgair. ¶ 俗になつた afgezaagd; gewoon. ¶ 俗に言へば om een gewone uitdrukking te gebruiken; zooals men gewoonlijk zegt.
(俗気) zn. wereldsche gezindheid v.; vulgaire zin m. ¶ 俗氣ある wereldsch; laag bij den grond; alledaagsch.
(贈位) zn. verleening van hoofdadel na den dood.
(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?
zn. losbandigheid v. ¶ 遊蕩に耽る losbandig leven leiden; aan den rol zijn. ¶ 遊蕩の losbandig. ¶ 遊蕩文學 pornografie; pornografische literatuur. ¶ 遊蕩兒 losbol; lichtmis.
zn. overwinning v.; superioriteit v.; overheersching v. ¶ 優勝劣敗 overwinning van de sterksten; het overblijven der meest geschikten in den strijd om het bestaan.
bw. onder weg (途中); op den duur; geleidelijk.
zn. openbaring in den droom.
¶ 夢枕に立つ in den droom verschijnen.
zn. waarschuwing in den droom.
zn. gevangenhouding v.; vasthouding v. ¶ 抑留する vasthouden; gevangen houden; interneeren; aan den ketting leggen (船を).
zn. beschutting v.; bescherming v.; schuilplaats v.; middel tegen o. ¶ 風除 beschutting tegen den wind. ¶ 魔除 amulet tegen booze geesten.
zn. (1) [患者の] toestand m. (2) [容儀] houding v.; optreden o. ¶ 容態ぶる gewichtig doen; zich aanstellen. ¶ 容態振り gewichtigdoenerij; dikdoenerij; aanstellerij. ¶ 容態書 bulletin omtrent den toestand van den zieke; geneeskundig certificaat.
zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此世 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 世を渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 世に厭ふ levensmoede zijn. ¶ 世に知られぬ onbekend. ¶ 世に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ 世を早くする jong sterven. ¶ 世が惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川の世に onder de regeering der Tokugawa's. ¶ 世を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 世に合ふ in de smaak vallen van het publiek.
zn. inkeping onder aan den pijl. ¶ 矢筈狀の met inkepingen; getand.
zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.
zn. verhouding v.; reden v. ¶ 五對二の割合 verhouding van vijf tot twee. ¶ 割合に betrekkelijk; naar verhouding; in aanmerking genomen, dat…… ¶ 値の安い割合に品がよい de kwaliteit is goed voor den prijs.
zn. zijdelingsche blik m.; blik van ter zijde; oog van een toeschouwer (人目). ¶ 脇目も振らず zonder den blik of te wenden. ¶ 脇目から見れば uit het oogpunt van een buitenstaander beschouwd.
zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.
t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.
zn. gerucht o.; mare v. ¶ 噂が立つ het gerucht gaat. ¶ 噂によれば bij geruchte; naar gezegd wordt. ¶ 噂する spreken over; gerucht verspreiden. ¶ 今君の噂をしてゐる所だ we hadden het juist over jou. ¶ 噂をすれば影とやら spreek over den duivel en je trapt op zijn staart. ¶ 噂は噂を產むものだ een gerucht wordt altijd overdreven bij het verder vertellen.
(上辺) zn. buitenkant m.; oppervlakte v.; uiterlijk o. ¶ 上邊を飾る goed voorkomen geven; den schijn redden. ¶ 上邊の uiterlijk; schijnbaar; aan de oppervlakte; voor den schijn. ¶ 上邊だけの友達 een vriend in schijn.
bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.
zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.
bn. verdacht; berouwhebbend; achterdochtig; niet in den haak.
zn. gezicht op den achterkant; gezicht op een persoon, die weggaat.
zn. rechterkant m. ¶ 右側の方に aan den rechterkant.
(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.
i.w. onder den invloed zijn van; opgewonden zijn door. ¶ 熱に浮される ijlen van de koorts.
t.w. (1) [動かす] bewegen; in beweging brengen. (2) [移す] verplaatsen. (3) [搖り動かす] schommelen; schudden. (4) [運轉] aan den gang brengen. (5) [變更] veranderen; wijzigen. (6) [感動] roeren; treffen. ¶ 兵を動かす troepen mobiliseeren. ¶ 天下を動かす de wereld in beroering brengen. ¶ 決心を動かす besluit aan het wankelen brengen. ¶ 心の底まで動かす tot in het diepst van de ziel roeren.
(内法) zn. afmetingen aan den binnenkant.
(内側) zn. binnenkant m. ¶ 内側に van binnen; binnenin; aan den binnenkant.
(内兜) zn. binnenkant van den helm; kwetsbare plaats v.; achilleshiel m.
(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.
i.w. vergezeld zijn door; in gezelschap zijn van. t.w. medenemen; meebrengen. ¶ 連れて in gezelschap van; (比例) in verhouding tot; naar mate van; (伴奏) begeleid door; in samenspel met. ¶ 世に連れ met den geest des tijds. ¶ 犬を連れて散步する met zijn hond gaan wandelen. ¶ 三味に連れて踊る dansen op de muziek van de samisen. ¶ 人智の進步に連れて naar mate de algemeene ontwikkeling voortschrijdt.
bw. gewoonlijk; in den regel; over het algemeen; meestal. ¶ 通例の gewoon; gebruikelijk; normaal; geregeld.
zn. verbinding v.; verband o.; band m. ¶ 時間繫ぎに om den tusschentijd te vullen. ¶ 繫合はす verbinden; aan elkaar binden. ¶ 繫柱 meerpaal; paal om een dier aan te binden. ¶ 繫船 vastgemeerde boot. ¶ 繫犬 hond aan den ketting. ¶ 繫ぐ vastbinden; vastmeren (船を). ¶ 獄に繫ぐ gevangen houden. ¶ 犬を繫ぐ hond aan den ketting leggen. ¶ 二十六番へ繫で下さい wil u mij verbinden met no. 26 (電話).
zn. normale toestand m.; gewone omstandigheden v.mv. ¶ 常ならぬ ongewoon; abnormaal. ¶ 常とする er een gewoonte van maken; gewoon zijn om. ¶ 常の gewoon; normaal; gebruikelijk. ¶ 常の如く als gewoonlijk. ¶ 常に gewoonlijk; in den regel; meestal. ¶ 世の常 de menschelijke natuur. ¶ 常ならぬ身になる in gezegende omstandigheden zijn; kind verwachten.
(即く) t.w. bestijgen; aanvaarden. ¶ 位に卽く den troon bestijgen.
i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.
(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.
bw. overal.; vz. door bemiddeling van. ¶ 全國を通じて in het geheele land. ¶ 田中氏を通じて door bemiddeling van den heer Tanaka.
bw. gewoonlijk; in den regel. ¶ 通常の gewoon; dagelijksch. ¶ 通常の日 werkdag; gewone weekdag. ¶ 通常服 daagsche kleeren. ¶ 通常禮服 rok.
i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.
(序で) zn. (1) [順序] volgorde v. (2) [折] gelegenheid v. ¶ 序ながら apropos (佛語). ¶ 序に naar aanleiding van; bij gelegenheid van. ¶ お序の節に als het u gelegen komt; als het u schikt. ¶ 足の序に onderweg; in het voorbijgaan. ¶ 話の序に in den loop van het gesprek.
bw. achtereenvolgens; een voor een; de een na den ander; beurtelings.
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 192 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'den').
