日蘭辭典+

197 resultaten voor ‘den’
日蘭辭典 (trefwoord)
haeru榮える
(栄える) i.w. schitteren; er mooi uitzien. ¶ 大きながあってがはえる de hooge den verhoogt de schoonheid van den tuin. ¶ 餘り榮えないだ het is geen erg prettige opdracht.
koseki戸籍
zn. familieregister o.; burgerlijke stand m. ¶ 戸籍抄本 extract uit het register van den burgerlijken stand.
koseki古昔
zn. oude tijd m.; verleden o. ¶ 古昔の uit vroegere jaren; uit den ouden tijd.
kōshi公使
zn. gezant m.; ministerresident m. ¶ 和蘭駐割日本公使 de Japansche Gezant in Den Haag. ¶ 公使館 legatie. ¶ 公使館附武官 militair attaché bij de legatie. ¶ 代理公使 zaakgelastigd; charge d'affaires (佛語).
koshiage腰揚

zn. opnaaisel in den rok.

koshiire輿入

zn. intrede van de bruid in het huis van den bruidegom.

kōshu叩首

zn. diep buiging v. ¶ 叩首する met het hoofd op den grond buigen.

koto

zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.

kotokireru事切れる
kotowaru斷る

(断る) t.w. (1) [豫告] waarschuwen. (2) [拒絕] weigeren; afslaan. (3) [禁止] verbieden. i.w. (4) [言譯] zich excuseeren. ¶ 俥屋を斷つて下さい zeg den rikisha-man, dat ik hem niet noodig heb. ¶ 贈花の儀はお斷り申候 verzoeke geen bloemen te zenden.

kotsu

zn. (1) [骨] been o.; beenderen o.mv.; bot o. (2) [遺骨] gebeente o.; stoffelijk overschot o. (3) [呼吸] slag m. ¶ 骨にこたへる vermoeien. ¶ 骨を咬える den slag beet krijgen.

kotokuni異國

(異国) zn. ander land o. ¶ 異國に in den vreemde.

kowaki小脇に

bw. onder den arm.

kōyū荒遊

zn. losbandigheid v. ¶ 荒遊する aan den rol zijn; losbandig leven leiden; zwabberen.

kubittake首っ丈け

bw. tot aan den nek; tot over de ooren. ¶ 首っ丈け惚れ込む tot over de ooren verliefd zijn.

kuchidome口留

zn. mondsnoering v. ¶ 口留する omkoopen om te zwijgen; den mond snoeren; stilzwijgen koopen. ¶ 口留金強取 chantage.

kuchigirei na口綺麗な

bn. onschuldig voordoend. ¶ 口綺麗な事を云ふ zich houden of men van den prins geen kwaad weet.

kuchinaoshi o suru口直しをする

i.w. den naren smaak wegnemen.

kuchi-no-ha口の端
kuchimakase ni口任せに

bw. zooals het voor den mond komt. ¶ 口任せに喋べる er maar op los kletsen.

kuchisaki口先

zn. lippen v.mv.; mond m. ¶ 口先の旨い人 iemand, die goed weet te praten; handig spreker. ¶ 彼は口先ばかりだ hij praat mooi maar doet niets. ¶ 口先丈けの友人 een vriend met den mond; onoprechte vriend.

kuchisosogu嗽ぐ

i.w. den mond spoelen; gorgelen.

kudaru下る、降る

i.w. (1) [おりる] afdalen; afstijgen; afstappen (下降); vallen; neerkomen. (2) [命令が] afkomen. (3) [劣る] achterstaan bij; minder zijn dan. (4) [下痢] diarrhee hebben; loslijvig zijn. (5) [降參] zich overgeven; toegeven. (6) [引退] zich terugtrekken; ontslag nemen. (7) [都から田舍に行く] naar buiten gaan; het land op gaan. ¶ 天より下る uit den hemel nederdalen. ¶ 馬背より下る van het paard stijgen. ¶ 命令が下つた het bevel is afgekomen.

kuitsubushi喰潰し

zn. parasiet m.; doodvreter m.; klaploooper m. ¶ 喰潰す parasiteeren; klaplooopen; niets doen voor den kost.

kujikeru挫ける

i.w. (1) [挫折] ontmoedigd zijn. (2) [氣が] moedeloos zijn; den moed verliezen.

kūkei空閨

zn. eenzame slaapkamer v.; afwezigheid van den echtgenoot.

kukumeru衘める

t.w. met den mond voeden; duidelijk vertellen (言含める). ¶ 衘む in den mond houden.

kuppuku屈服

zn. onderwerping v.; overgave v. ¶ 屈服する zich onderwerpen; zich vergeven; toegeven; het hoofd buigen; den strijd opgeven.

kurashi暮し

zn. bestaan o.; leven o.; levensonderhoud o. ¶ その日の暮しに困る van de hand in den tand leven. ¶ 安樂な暮し een gemakkelijk leven. ¶ 暮し方 levenswijze. ¶ 暮しを立てる zijn brood verdienen. ¶ 暮し向き huishouding.

kuramasu晦ます

t.w. (1) [目を] om den tuin leiden; in de war brengen; verblinden. i.w. (2) [跡を] het spoor bijster maken. ¶ 晦む verblind zijn (目が).

kurasu暮す

i.w. leven; bestaan; in zijn onderhoud voorzien; t.w. doorbrengen; passeeren. ¶ 田舍で暮す buiten wonen. ¶ 獨身で暮す alleen wonen; niet getrouwd zijn. ¶ 奢侈に暮す een weelderig leven leiden. ¶ 日を暮す den tijd doorbrengen.

kure暮れ

zn. (1) [日暮] zonsondergang m.; vallen van den avond. (2) [歲末] einde v.; afloop m.; einde van het jaar (年末).

kusai臭い

bn. (1) [臭ある] stinkend. ¶ 臭い rijken naar; de lucht hebben van; lijken op; besmet zijn met. (2) [怪しい] verdacht. ¶ 酒臭い naar drank stinken. ¶ 臭い物に蓋をする in den doofpot doen. ¶ 學者臭い pedant; schoolmeesterachtig.

kusa

zn. gras o.; kruid (雜草) o. ¶ 草を刈る gras snijden; gras maaien. ¶ 庭の草を取る in den tuin het onkruid wieden. ¶ 草場 grasveld. ¶ 草花 bloemen. ¶ 草花屋 bloemist. ¶ 草葉の蔭で in het graf; onder de groene zoden.

kusari

zn. ketting m.; keten m. ¶ 時計の鎖 horlogeketting. ¶ 鎖で繋ぐ ketenen; met een ketting vastbinden; aan den ketting leggen. ¶ 鎖帷子 maliënkolder.

kusarasu腐らす

t.w. bederven; doen rotten. ¶ 氣を腐らす ontmoedigd zijn; den moed laten zinken.

kusshi屈指

zn. aftelling op de vingers. ¶ 屈指の op den voorgrond staand; voornaamste; aanzienlijk; uitstekend. ¶ 屈指する opnoemen; op de vingers aftellen.

kuwawaru加はる

i.w. (1) [增加] toenemen; vermeerderen. (2) [參加] deelnemen; zich voegen bij; meedoen; zich aansluiten. ¶ 風力が加はる de wind wordt hoe langer hoe sterker. ¶ 戰爭に加はる aan den oorlog deelnemen.

kyo

zn. woonplaats v. ¶ 居は氣を移す men ondergaat den invloed van zijn omgeving.

kyōdan敎壇

(教壇) zn. verhooging voor den leeraar; podium o

kyōdō嚮導

zn. leiding v.; gids (案內人) m.; guide (軍) m. ¶ 嚮導する leiden; richting aangeven; den weg wijzen; loodsen (船の).

kyokugai局外

zn. buitenkant m.; positie buiten den kring. ¶ 局外者 buitenstaander. ¶ 局外者の意見 onafhankelijk oordeel; het oordeel van de derde. ¶ 局外中立 neutraliteit. ¶ 局外中立國 neutraal land.

-zuke

bn. gedateerd. ¶ 十日附御書面 uw brief van den 10en.

zuboshi圖星

(図星) zn. doelwit o.; de roos v. ¶ 圖星を中てる raak schieten; den spijker op den kop slaan.

zuihōsho瑞寶章

(瑞宝章) zn. Orde van den Heiligen Schat.

zonbun存分

bw. naar hartelust; zonder zich te beperken. ¶ 存分に泣く tranen den vrijen loop laten. ¶ 思ふ存分つた次 zooveel als ik maar kon.

zoku

zn. (1) [區俗] gewoonte v.; gebruik o.; zede v. (2) [僧侶に對し] leekenwereld v. (3) [野卑] vulgariteit v. ¶ 俗生活 wereldschen leven. ¶ 俗な wereldsch; gewoon; vulgair; laag bij den grond; niet verheven. ¶ 俗に gewoonlijk; gewoon; vulgair. ¶ 俗になつた afgezaagd; gewoon. ¶ 俗に言へば om een gewone uitdrukking te gebruiken; zooals men gewoonlijk zegt.

zokki俗氣

(俗気) zn. wereldsche gezindheid v.; vulgaire zin m. ¶ 俗氣ある wereldsch; laag bij den grond; alledaagsch.

zōi贈位

(贈位) zn. verleening van hoofdadel na den dood.

zetsumei絶命

zn. dood m. ¶ 絶命する sterven; overlijden; den laatsten adem uitblazen.

(蔵) zn. collectie v.; bezit o. ¶ 田中氏藏の in het bezit van den Heer Tanaka; uit de collectie Tanaka.

zenya前夜

bw. den vorigen nacht.

zeppitsu絶筆
zessoku suru絶息する

i.w. niet meer ademen; den laatsten adem uitblazen. ¶ 絶息せる ademloos. ¶ 絶息してゐる buiten adem zijn.

zentai全體

(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?

zenpō前方

zn. voorkant m. ¶ 前方に vooruit; aan den voorkant.

zenjitsu前日
zenba前晚

(前晩) bw. den vorigen avond; den avond tevoren.

zeiritsu稅率

zn. tarief o.; maatstaf der belasting; percentage der uit- en invoerrechten. ¶ 特惠稅率 preferentieel tarief; tarief op den voet van meest begunstigde natie.

zen

zn. goedheid v.; het goede o. ¶ 善を行ふ het goede doen. ¶ 善は終に惡に勝つ het goede overwint op den duur; ten slotte wordt de deugd beloond. ¶ 善は急げ smeed het ijzer als het heet is. ¶ 惡に報ゆるに善を以てする kwaad met goed vergelden.

zashio坐礁

zn. stranding v. ¶ 坐礁する stranden; aan den grond loopen; op een klip stooten.

zaiten no在天の

bn. hemelsch; in den hemel.

yuzuru讓る

(譲る) i.w. (1) [讓步] toegeven. (2) [劣る] de mindere zijn; zich gewonnen geven. t.w. (3) [讓渡] overdragen; afstaan. (4) [讓る] verkoopen. ¶ 位を讓る afstand doen van den troon. ¶ 權利を讓る rechten afstaan. ¶ 店を讓る winkel overdoen. ¶ 一歩讓らぬ geen duimbreed wijken. ¶ 誰にも讓らない bij niemand achterstaan.

yūtō遊蕩

zn. losbandigheid v. ¶ 遊蕩に耽る losbandig leven leiden; aan den rol zijn. ¶ 遊蕩の losbandig. ¶ 遊蕩文學 pornografie; pornografische literatuur. ¶ 遊蕩兒 losbol; lichtmis.

yūshō優勝

zn. overwinning v.; superioriteit v.; overheersching v. ¶ 優勝劣敗 overwinning van de sterksten; het overblijven der meest geschikten in den strijd om het bestaan.

yukuyuku行々

bw. onder weg (途中); op den duur; geleidelijk.

yukusue行末

zn. toekomst v. ¶ 行末は op den duur.

yukute行手

zn. de weg, dien men gaat. ¶ 行手を遮る den weg versperren.

yūmagure夕間暮
yumiya弓矢

zn. pijl en boog. ¶ 弓矢の神 God van den oorlog. ¶ 弓矢取る身 krijgsman.

yumejirase夢知らせ
yumemakura夢枕

¶ 夢枕に立つ in den droom verschijnen.

yumenotsuge夢の告
yūmei有名

zn. beroemdheid v.; faam v. ¶ 有名な beroemd; bekend; befaamd. ¶ 有名な泥棒 beruchte dief. ¶ 有名無實 naam zonder werkelijkheid; schoone schijn. ¶ 有名無實の nominaal; alleen maar voor den schijn.

yūkoku夕刻
yukiatari行當

(行当) zn. eind van den weg. ¶ 行當りばつたり主義 luchtige levensopvatting; geen zorgen voor den dag van morgen.

yūishinron唯心論

zn. leer van den geest; onstoffelijkheidsleer v.

yugamu歪む

i.w. scheef zijn; gewrongen zijn; krom zijn; uit den vorm zijn. ¶ 歪んだ scheef; krom; verwrongen.

yūgata夕方

bw. tegen den avond; bij het vallen van den avond; tegen donker.

yubisashi指差

zn. wijzen met den vinger; vingerwijzing v.; aanwijzing v.; handwijzer m.; wegwijzer (道の) m. ¶ 指す met den vinger wijzen; wijzen naar.

yowatari世渡

zn. levensonderhoud o.; bestaan o. ¶ 世渡する in zijn onderhoud voorzien; leven; bestaan. ¶ それも世渡だ het gaat om den broode.

yotsū腰痛

zn. spit in den rug; lendepijn v.

yotogi suru夜伽する

i.w. bij een zieke waken; gedurende den nacht verplegen. ¶ 夜伽人 nachtverpleegster.

yosomi suru餘所見する

(余所見する) i.w. den anderen kant uitkijken; niet opletten.

yosooi

(装い) zn. toilet o.; costuum o.; aankleeding v. ¶ 男の裝をする zich als man verkleeden. ¶ 裝ふ zich voordoen als; voorwenden; doen alsof; zich verkleeden als; zich vermommen als. ¶ 無知を裝ふ doen alsof men van niets weet; zich van den domme houden.

yoru

zn. nacht m.; bw. 's nachts; in den nacht.

yomosugara終夜
yonaka夜中

bw. midden in den nacht; in het holle van den nacht.

yoppite夜つぴて

bw. den geheelen nacht door.

yomigaeru甦る

i.w. uit den dood herrijzen; herleven.

yokujitsu翌日
yokuryū抑留

zn. gevangenhouding v.; vasthouding v. ¶ 抑留する vasthouden; gevangen houden; interneeren; aan den ketting leggen (船を).

yokuchō翌朝
yokuyokujitsu翌々日

bw. den tweeden dag daarna; twee dagen later; den overvolgenden dag.

yokozuna橫綱

(横綱) zn. gordel van den kampioenworstelaar.

yokorenbo橫戀慕

(横恋慕) zn. liefde voor de vrouw (den man) van een ander; ongeoorloofde liefde v.

yoku

bn. volgend. ¶ 翌日 den volgenden dag. ¶ 翌十日 den volgenden dag, den 10en.

yokuasa翌朝
yokei餘慶

(余慶) zn. welverdiend geluk o.; vrucht van den arbeid.

yoke

zn. beschutting v.; bescherming v.; schuilplaats v.; middel tegen o. ¶ 風除 beschutting tegen den wind. ¶ 魔除 amulet tegen booze geesten.

yokeru避ける

i.w. ontloopen; t.w. vermijden; ontwijken; i.w. uit den weg gaan voor; schuilen tegen.

yojū夜中
yōkai容喙

zn. inmenging v.; bemoeienis v. ¶ 容喙する zich mengen in; zich bemoeien met; (俗) den neus steken in.

yoigoshi no宵越の
yoikuruu醉狂ふ

(酔狂ふ) i.w. woest zijn door den drank; razend dronken zijn.

yoei餘榮

(余栄) zn. eerbewijzen na den dood.

yofuke夜更

zn. late uren o.mv. ¶ 夜更に in het holst van den nacht; laat in den nacht.

yōdai容態

zn. (1) [患者の] toestand m. (2) [容儀] houding v.; optreden o. ¶ 容態ぶる gewichtig doen; zich aanstellen. ¶ 容態振り gewichtigdoenerij; dikdoenerij; aanstellerij. ¶ 容態書 bulletin omtrent den toestand van den zieke; geneeskundig certificaat.

yobitsugi suru呼接する

t.w. enten zonder den geënten tak van de moederplant te scheiden.

yo

zn. nacht m. ¶ 夜が明ける het begint te dagen. ¶ 夜晩く迄 tot laat in den nacht. ¶ 夜になる de avond valt; het wordt donker. ¶ 夜を明かす nacht doorbrengen. ¶ 夜の nachtelijk. ¶ 夜を以つて日に繼いで dag en nacht door.

yoake夜明

zn. dageraad m.; aanbreken van den dag.

yoakashi夜明かし

zn. nachtwake v. ¶ 夜明しする den geheelen nacht op blijven; niet gaan slapen.

yo

zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此世 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 世を渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 世に厭ふ levensmoede zijn. ¶ 世に知られぬ onbekend. ¶ 世に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ 世を早くする jong sterven. ¶ 世が惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川の世に onder de regeering der Tokugawa's. ¶ 世を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 世に合ふ in de smaak vallen van het publiek.

yasumu休む

i.w. (1) [休息] rusten. t.w. (2) [中止] ophouden; stoppen; pauzeeren. i.w. (3) [缺席] afwezig zijn. (4) [就寢] naar bed gaan; gaan slapen. ¶ 一日休む een dag vacantie nemen. ¶ 仕事を休む rusten van den arbeid. ¶ お休みなさい wel te rusten!; slaap lekker! ¶ 休め rust! ¶ 休む間もない geen tijd om te rusten.

yasumeru休める

i.w. (1) [休息] rust geven. t.w. (2) [安心] geruststellen. i.w. (3) [休止] pauzeeren; rust houden. ¶ 骨を休める rusten van den arbeid. ¶ 體を休める rust nemen.

yakikorosu燒殺す

(焼殺す) t.w. levend doen verbranden; den vuurdood doen sterven.

yakebutori燒太り
yakenokoru燒殘る

(焼残る) i.w. (1) [殘留] overblijven na den brand. (2) [免れる] gespaard blijven door het vuur.

yahazu矢筈

zn. inkeping onder aan den pijl. ¶ 矢筈狀の met inkepingen; getand.

yahan夜半

zn. het holste van den nacht. ¶ 夜半に middernacht; midden in den nacht. ¶ 夜半の nachtelijk; middernachtelijk.

yachū夜中

zn. nacht m.; bw. des nachts; in den nacht.

wazuka

zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.

wariai割合

zn. verhouding v.; reden v. ¶ 五對二の割合 verhouding van vijf tot twee. ¶ 割合に betrekkelijk; naar verhouding; in aanmerking genomen, dat…… ¶ 値の安い割合に品がよい de kwaliteit is goed voor den prijs.

wanryoku腕力

zn. physieke kracht v.; spierkracht v. ¶ 腕力に訴へる zijn toevlucht nemen tot geweld. ¶ 腕力を用ひる geweld gebruiken. ¶ 腕力の制裁を加へる eigen rechter zijn. ¶ 腕力政治 recht aan den sterkste.

wakinoshita腋下

zn. oksel m. ¶ 腋の下に抱へる onder den arm dragen.

wakime脇目

zn. zijdelingsche blik m.; blik van ter zijde; oog van een toeschouwer (人目). ¶ 脇目も振らず zonder den blik of te wenden. ¶ 脇目から見れば uit het oogpunt van een buitenstaander beschouwd.

waki

zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.

wakete別けて

bw. (1) [特に] speciaal. (2) [就中] in het bijzonder; vooral; bovenal. ¶ 今年の冬は別けて寒い het is van den winter bijzonder koud.

wakibasamu脇挾む

(脇挟む) t.w. onder den arm dragen.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

wagamono我物

zn. eigendom m.; bezit o. ¶ 我物顏の bazig. ¶ 我物にする in bezit nemen; zich toeëigenen; (俗) in de wacht slepen. ¶ 我物顏をする den baas spelen; bazen.

uwasa

zn. gerucht o.; mare v. ¶ 噂が立つ het gerucht gaat. ¶ 噂によれば bij geruchte; naar gezegd wordt. ¶ 噂する spreken over; gerucht verspreiden. ¶ 今君の噂をしてゐる所だ we hadden het juist over jou. ¶ 噂をすれば影とやら spreek over den duivel en je trapt op zijn staart. ¶ 噂は噂を產むものだ een gerucht wordt altijd overdreven bij het verder vertellen.

utsuwa

(器) zn. (1) [容器] vat o. (2) [道具] gereedschap o.; werktuig o. ¶ 水は方圓の器に隨ふ water neemt den vorm aan van het vat, waarin het zich bevindt. ¶ 僕はその器ぢゃありません daartoe ben ik niet in staat; dat gaat boven mijn begrip.

uwabe上邊

(上辺) zn. buitenkant m.; oppervlakte v.; uiterlijk o. ¶ 上邊を飾る goed voorkomen geven; den schijn redden. ¶ 上邊の uiterlijk; schijnbaar; aan de oppervlakte; voor den schijn. ¶ 上邊だけの友達 een vriend in schijn.

utsumukini俯向に

bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.

utagai

zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.

ushirogurai後暗い

bn. verdacht; berouwhebbend; achterdochtig; niet in den haak.

ushiromukini後向に

bw. met den rug gekeerd naar. ¶ 後向に座る met den rug naar iemand toe zitten.

ushiromaeni後前に

bw. achterstevoren; omgekeerd; het paard achter den wagen.

ushirokage後影

zn. gezicht op den achterkant; gezicht op een persoon, die weggaat.

ushiroyubi o sasu後指を指す

i.w. met den vinger nawijzen; schande spreken over.

usoku右側

zn. rechterkant m. ¶ 右側の方に aan den rechterkant.

urami

zn. (1) [怨恨] wrok m.; vijandig gevoel o. (2) [憎惡] haat m.; nijd m. (3) [遺憾] ergernis v.; spijt m. ¶ 怨を懷く wrok koesteren. ¶ 怨を晴らす zich wreken. ¶ 人の怨を買ふ zich de vijandschap van iemand op den hals halen. ¶ 怨深い haatdragend; wraakzuchtig. ¶ 恨がましい betreurenswaardig; spijtig; jammer; ergerlijk.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

ukiagaru浮上る

i.w. aan de oppervlakte komen; uit het water gehaald worden; bovendrijven; voor den dag komen.

ukemi受身

zn. verweer o.; lijdende vorm (文法の) m.; passief o. ¶ 受身の動詞 werkwoord in den lijdenden vorm. ¶ 受身になる passief zijn; ondergaan.

uketsuke受附

zn. informatiebureau; bureau van den portier. ¶ 受附掛 portier; concierge. ¶ 受附ける in ontvangst nemen. ¶ 願書は三日以後は受附けず verzoeken na den derden ontvangen worden zonder meer ter zijde gelegd; verzoeken uiterlijk in te dienen den derden van deze maand.

ukare浮れ

zn. jool m.; joligheid v.; feestvreugde v.; fuif v. ¶ 浮れ人 fuiftype; lichtmis. ¶ 浮れ節 vroolijk lied. ¶ 浮れ女 hoer; snol. ¶ 浮れ男 lichtmis. ¶ 浮れる losbandig leven leiden; aan den rol zijn; aan de fuif zijn. ¶ 女に浮れる verliefd zijn op een vrouw.

ukusareru浮される

i.w. onder den invloed zijn van; opgewonden zijn door. ¶ 熱に浮される ijlen van de koorts.

ukagai

(伺い) zn. (1) [訪問] bezoek o.; visite v. (2) [降神] aanroeping v.; smeekbede v. ¶ 病氣伺の om te informeeren hoe het met den zieke gaat. ¶ いつお伺ひしませう wanneer kan ik u een bezoek komen brengen?

ugokasu動かす

t.w. (1) [動かす] bewegen; in beweging brengen. (2) [移す] verplaatsen. (3) [搖り動かす] schommelen; schudden. (4) [運轉] aan den gang brengen. (5) [變更] veranderen; wijzigen. (6) [感動] roeren; treffen. ¶ 兵を動かす troepen mobiliseeren. ¶ 天下を動かす de wereld in beroering brengen. ¶ 決心を動かす besluit aan het wankelen brengen. ¶ 心の底まで動かす tot in het diepst van de ziel roeren.

ugatsu穿つ

t.w. (1) [掘る] graven; boren. i.w. (2) [眞相を] juist beeld geven; spijker op den kop slaan. t.w. (3) [着ける] aantrekken. ¶ 靴を穿つ schoenen dragen.

ugo雨後

bw. na den regen. ¶ 雨後の筍の如く出る in grooten getale voor den dag komen.

uchū雨中

bw. in den regen.

uchōten有頂天

zn. zevende hemel m.; extase v.; zaligheid v. ¶ 有頂天になつてゐる in den zevenden hemel zijn; overgelukkig zijn; in extase zijn.

uchitaosu打倒す
uchitsuke ni打附に
uchikomu打込む

t.w. inslaan; indrijven; i.w. schieten in (砲を); verliefd worden op (女に); zich wijden aan (仕事に). ¶ 杭を深く打込む paal diep in den grond slaan.

uchinori內法

(内法) zn. afmetingen aan den binnenkant.

uchigawa內側

(内側) zn. binnenkant m. ¶ 内側に van binnen; binnenin; aan den binnenkant.

uchikabuto內兜

(内兜) zn. binnenkant van den helm; kwetsbare plaats v.; achilleshiel m.

uchijini討死

zn. dood op het slagveld; sneuvelen o. ¶ 討死する sneuvelen; in den strijd gedood worden. ¶ 美事に討死する vallen op het veld van eer.

tsuyoi强い

(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.

tsutsumu包む

t.w. (1) [くるむ] inpakken; wikkelen in. (2) [覆ふ] bedekken. (3) [圍む] omringen; omgeven. (4) [隱す] verbergen; verheimelijken; bemantelen. ¶ 紙で包む in papier pakken; met papier omwikkelen. ¶ 喉を包む een doek om den hals doen. ¶ 包まず zonder iets te verbergen; openhartig. ¶ 包まず白狀する volledige bekentenis afleggen.

tsutau傳ふ

(伝う) i.w. gaan langs. ¶ を傳つてゆく langs den dijk loopen. ¶ 鳶葛を傳つて下りる langs het klimop naar beneden klauteren.

tsutoni夙に

bw. (1) [朝早く] in de vroegte; vroeg in den morgen. (2) [幼時に] op jeugdigen leeftijd. (3) [旣に] reeds; al; vroeg; vroegtijdig.

tsūshō通宵
tsūro通路

zn. doorgang m.; passage v.; weg m.; toegang m. ¶ 通路をあけよ laat me eens door!; verspert den weg niet!

tsureru連れる

i.w. vergezeld zijn door; in gezelschap zijn van. t.w. medenemen; meebrengen. ¶ 連れて in gezelschap van; (比例) in verhouding tot; naar mate van; (伴奏) begeleid door; in samenspel met. ¶ 世に連れ met den geest des tijds. ¶ 犬を連れて散步する met zijn hond gaan wandelen. ¶ 三味に連れて踊る dansen op de muziek van de samisen. ¶ 人智の進步に連れて naar mate de algemeene ontwikkeling voortschrijdt.

tsūrei通例

bw. gewoonlijk; in den regel; over het algemeen; meestal. ¶ 通例の gewoon; gebruikelijk; normaal; geregeld.

tsunagi繫ぎ

zn. verbinding v.; verband o.; band m. ¶ 時間繫ぎに om den tusschentijd te vullen. ¶ 繫合はす verbinden; aan elkaar binden. ¶ 繫柱 meerpaal; paal om een dier aan te binden. ¶ 繫船 vastgemeerde boot. ¶ 繫犬 hond aan den ketting. ¶ 繫ぐ vastbinden; vastmeren (船を). ¶ 獄に繫ぐ gevangen houden. ¶ 犬を繫ぐ hond aan den ketting leggen. ¶ 二十六番へ繫で下さい wil u mij verbinden met no. 26 (電話).

tsune

zn. normale toestand m.; gewone omstandigheden v.mv. ¶ 常ならぬ ongewoon; abnormaal. ¶ 常とする er een gewoonte van maken; gewoon zijn om. ¶ 常の gewoon; normaal; gebruikelijk. ¶ 常の如く als gewoonlijk. ¶ 常に gewoonlijk; in den regel; meestal. ¶ 世の常 de menschelijke natuur. ¶ 常ならぬ身になる in gezegende omstandigheden zijn; kind verwachten.

tsumasareruつまされる

i.w. getroffen zijn door; onder den indruk zijn van.

tsukurou繕ふ

(繕う) t.w. (1) [修繕] herstellen; in orde maken; repareeren; oplappen. (2) [調裝] stellen; regelen. (3) [彌縫] goedpraten; sussen. ¶ 體裁を繕ふ den schijn bewaren. ¶ 著物を繕ふ kleeren lappen.

tsuma

zn. rok m. ¶ 褄を取る den rok opnemen.

tsuku卽く

(即く) t.w. bestijgen; aanvaarden. ¶ 位に卽く den troon bestijgen.

tsuku突く

(突く) t.w. stooten; steken; prikken; priemen; aanvallen. ¶ 心臟を突く in het hart steken. ¶ 臭氣紛々として鼻を衝く onaangename luchtjes beleedigen het reukorgaan; men heeft last van den stank.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

tsuki

zn. toenadering v.; tegemoetkoming v. ¶ つきの惡い人 iemand, moeilijk in den omgang; ongenaakbaar persoon. ¶ つきの惡い炭 moeilijk ontvlambare kool. ¶ 附けなく斷る botweg weigeren.

tsukefuda附札

(付け札) zn. kaartje, dat den prijs aangeeft; prijsje o.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

tsūjite通じて

bw. overal.; vz. door bemiddeling van. ¶ 全國を通じて in het geheele land. ¶ 田中氏を通じて door bemiddeling van den heer Tanaka.

tsūjō通常

bw. gewoonlijk; in den regel. ¶ 通常の gewoon; dagelijksch. ¶ 通常の日 werkdag; gewone weekdag. ¶ 通常服 daagsche kleeren. ¶ 通常禮服 rok.

tsuishō追賞

zn. eerbewijs na den dood.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

tsuigō追號

(追号) zn. titel, verleend na den dood.

tsuide

(序で) zn. (1) [順序] volgorde v. (2) [折] gelegenheid v. ¶ 序ながら apropos (佛語). ¶ 序に naar aanleiding van; bij gelegenheid van. ¶ お序の節に als het u gelegen komt; als het u schikt. ¶ 足の序に onderweg; in het voorbijgaan. ¶ 話の序に in den loop van het gesprek.

tsuijo suru追敍する

(追叙する) i.w. eeretitel verleenen na den dood.

tsui-ni遂に
tsugitsugi ni次々に

bw. achtereenvolgens; een voor een; de een na den ander; beurtelings.

tsugu繼ぐ

(継ぐ) t.w. (1) [繼承] erven. (2) [布を] lappen; naaien. (3) [取次ぐ] overschepen; aansluiting hebben. ¶ 皇位を繼ぐ opvolgen op den troon. ¶ 繩を繼ぐ touwen aan elkaar splitsen. ¶ 夜を日に繼いで dag en nacht onafgebroken. ¶ 炭を繼ぐ kolen op het vuur doen.

tsugi

zn. volgende m., v. & o. ¶ 次の volgend. ¶ 次に vervolgens; ten vervolge; daarna; voorts; in de tweede plaats. ¶ 此次に den volgenden keer. ¶ 次の月曜 aanstaanden maandag. ¶ 次に位する in de tweede plaats komen; volgen op. ¶ 其の次は wat volgt dan?; wat komt hierna? ¶ 次の如し als volgt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <den>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
den (1) overlevering; toegeschreven aan …; (2) biografie; levensbeschrijving; (3) manier; methode; (4) [ritsuryō] postplaats; relais; (a) doorgeven; overgeleverd worden; (b) verbreiding; (c) overlevering; vertelling; (d) commentaar; (e) levensbeschrijving; (f) relais
松;マツ matsu (1) [plantk.] pijnboom; pijn; den; dennenboom; mastboom; mast; grenenboom; green; vuchteboom; vucht; Pinus; (2) nieuwjaarsversiering van dennengroen; (3) eersteklas; topkwaliteit; puik [naar de indeling van koopwaar;zitplaatsen e.d. volgens de kwaliteitslabels matsu 松;take 竹 en ume 梅;resp. in afnemende volgorde van kwaliteit]
殿 den (a) groot; aanzienlijk gebouw; paleis; (b) [mil.] achterhoede; (c) [vnw.] u; uw; (d) neerslaan; bezinken
den (a) rijstveld; veld; akker; (b) winplaats
den (1) bliksem; gebliksem; weerlicht; (2) elektriciteit; (a) bliksem; (b) [fig.] bliksem-; blitz-; (c) elektriciteit; elektro-; (d) telegrafie; telegram; (e) trein; tram; (f) uw inzage
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 192 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'den'). 
2005-2026