
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
gaman・我慢
zn. (1) [持續] volharding v.; uithouding v. (2) [忍耐] geduld o.; duldzaamheid v. (3) [忍容] verdraagzaamheid v. (4) [自制] zelfbedwang o. (5) [勘辨] pardon o. ¶ 堪忍袋の緖を切る niet langer kunnen verduren. ¶ 我慢する volhouden; standvastig geduld oefenen; dulden; verblijven; duren; zich beheerschen; ¶ 我慢出來ぬ ondragelijk; onduldbaar. ¶ 我慢強い stoicijns; geduldig.
shinogu・凌ぐ
t.w. (1) [耐へる] dulden; doorstaan; uithouden; verduren. i.w. (2) [防ぐ] zich behoeden voor; zicht beschutten tegen. (3) [凌駕する] de baas zijn; t.w. overtreffen. i.w. (4) [聳える] zich verheffen boven. ¶ 退屈を凌ぐ den tijd dooden. ¶ 困難を凌ぐ moeilijkheden te boven komen. ¶ 上を凌ぐ zich van zijn superieuren niets aantrekken. ¶ 凌ぎ難い onduldbaar; ondragelijk; niet door te komen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verduren>
値上がりする neagarisuru in prijs stijgen; rijzen; verduren; duurder worden; opslaan; opgaan; [beurst.] willigen
凌ぐ shinogu (1) verdragen; uitstaan; dragen; verduren; uithouden; [急場を] doorstaan; doorkomen; overleven; (2) afwenden; van zich af houden; beschermen tegen; afweren; weghouden; op een afstand houden; mijden; buiten houden; blijven uit; schuilen voor; (3) er doorheen komen; doorkomen; overbruggen; zich erdoorheen slaan; te boven komen; weerstaan; trotseren; het hoofd bieden; (4) overtreffen; overstijgen; te boven gaan; voorbijstreven; beter zijn dan; staan boven; verheven zijn boven; overklassen; uitsteken boven; excederen; in de schaduw stellen; overvleugelen; de loef afsteken; de baas zijn; achter zich laten; vliegen afvangen
堪える;怺える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
堪え忍ぶ taeshinobu (1) verdragen; lijden; lijdzaam ondergaan; geduldig dragen; verduren; dulden; uithouden; volhouden; velen; [痛さを] verbijten; (2) innig missen
念じる nenjiru (1) [成功を] bidden voor; om; wensen; hopen op; verhopen; (2) [rel.] [仏を] bidden tot; aanroepen; (3) [悲しみを] verdragen; uithouden; verduren; dulden; doorstaan
持つ motsu (1) (bij zich) hebben; houden; dragen; nemen; (2) bezitten; beschikken over; eigenaar zijn van; in eigendom hebben; toegerust zijn met; (3) koesteren; voelen; toedragen; (4) zich belasten met; verantwoordelijk zijn voor; (5) voor zijn rekening nemen; betalen; [de kosten] dragen; (6) meegaan; duren; bruikbaar blijven; duurzaam zijn; houdbaar zijn; aanhouden; (7) volhouden; [het niet lang meer] trekken; uithouden; (ver)dragen; verduren; velen
被 hi (1) [drukt passiviteit uit;of het ondergaan van een actie]; (a) bedekken; afdekken; (b) aantrekken; opzetten; hoofdbedekking; (c) incasseren; verduren; ondergaan; (d) ge… worden
辛抱する shinbōsuru dulden; geduldig; lijdzaam zijn; uithouden; verduren; verdragen; uitstaan; doorstaan; volhouden
Tijd: 1.04 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'verduren').
2005-2026
