RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aantrekken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
アピールする apiirusuru (1) oproepen; verzoeken; smeken; aankloppen bij; zich richten tot; (2) aantrekkelijk zijn; aantrekken; aanspreken; bekoren; in de smaak vallen; (3) [sportt.] appelleren
上向く uwamuku (1) opkijken; de ogen opslaan; (2) [調子が] vooruitgaan; beter worden; zich ten goede keren; ten goede veranderen; [econ.] opleven; aantrekken
入会させる nyuukaisaseru als lid aanvaarden; toelaten; aanwerven; werven; rekruteren; inlijven; opnemen; aantrekken
入隊させる nyuutaisaseru rekruteren; aanwerven; werven; aantrekken; inlijven
募る tsunoru (1) in kracht toenemen; aan kracht winnen; opzetten; aanzwellen; aangroeien; steeds sterker; heviger worden; verzwaren; verergeren; (2) aantrekken; werven; aanwerven; rekruteren; ronselen; [基金を] inzamelen; verzamelen; bijeenbrengen
吸い寄せる suiyoseru (1) aanzuigen; (2) aantrekken; aanlokken
吸引する kyuuinsuru (1) opzuigen; absorberen; opnemen; opslorpen; zuigen; (2) aantrekken
呼ぶ yobu (1) roepen; (2) noemen; betitelen; uitmaken voor; heten; (3) laten komen; roepen; (laten) halen; [een taxi] aanroepen; (4) uitnodigen; inviteren; vragen; nodigen; (5) wekken; aantrekken; uitlokken; oproepen; (6) verzamelen
履く;穿く;佩く haku (1) [een broek;schoenen;kousen enz.] aantrekken; aandoen; [i.h.b.] zich schoeien; (2) [het zwaard enz.] aangorden; omgorden; omdoen; om het middel binden
引き付ける hikitsukeru (1) trekken; aantrekken; (2) doen naderen; dichterbij; naderbij brengen; naar zich toehalen; (3) aanlokken; aantrekken; bekoren; lokken; boeien; voor zich winnen; charmeren; (4) betrekken op; betrekking doen hebben op; (5) ruim interpreteren; verdraaien; forceren; [fig.] geweld aandoen; (6) de stuipen krijgen; stuiptrekkingen krijgen; stuiptrekken; zich krampachtig samentrekken
引き寄せる hikiyoseru dichterbij halen; naderbij brengen; aanhalen; aanslepen; bijhalen; bijslepen; bijtrekken; tot zich trekken; aantrekken; aanlokken
引き抜く hikinuku (1) uittrekken; uitplukken; eruit trekken; uitrukken; (2) aantrekken; overhalen; (van de concurrentie) weglokken; wegkopen; afpakken; afsnoepen; wegkapen; [i.h.b.] koppensnellen; headhunten
引き締める hikishimeru (1) aanhalen; aantrekken; spannen; strak trekken; uitrekken; rekken; (2) schrap zetten; (3) [hand.] stabiliseren; stabiel; stabieler maken
引っ張る;引張る hipparu (1) trekken (aan); rukken (aan); halen; (2) spannen; strak trekken; aantrekken; (3) [een arrestant e.d.] opbrengen; meebrengen; [naar het politiebureau enz.] meenemen; (4) uitstellen; [de tijd enz.] rekken; [iem.] aan het lijntje houden; (5) [honkbal] naar links uithalen [of naar rechts in het geval van een linkshandige slagman]; (6) [tot toetreding enz.] overhalen; [naar de overwinning] brengen
引っ掛ける;引掛ける;引っかける;引っ懸ける hikkakeru (1) ophangen (aan); hangen (aan); [i.h.b.] vasthaken; (2) (nonchalant; haastig) aantrekken; [een trui enz.] aanschieten; [zijn kleren] aangooien; (3) spatten (op); bespatten; spetten; plassen; [een vloeistof] uitstorten; (4) [een drankje] achteroverslaan; in één teug legen; [er eentje] achterovergooien; (5) strikken; vangen; verstrikken; verschalken; verlokken; beetnemen; bedotten; om de tuin leiden; in de val laten lopen; iem. in de luren leggen; (6) aanrijden; omverrijden; grijpen
招致する shouchisuru uitnodigen; ontbieden; laten komen; inviteren; aantrekken; binnenhalen
持ち直す mochinaosu (1) zich herstellen; zich herpakken; er weer bovenop komen; weer op krachten komen; beter worden; verbeteren; opknappen; opleven; aantrekken; (2) van hand wisselen; overpakken; vervatten
服す fukusu (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
服する fukusuru (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
気を引く kiwohiku (1) iemands belangstelling; aandacht trekken; aantrekken; aanlokken; (2) iemands gevoelens peilen; naar iemands mening vissen; polsen over; iem. uit z'n tent lokken
着ける tsukeru (1) aanleggen; [scheepv.] (af)meren; (aan de wal) vastleggen; vastmaken; stilhouden; stoppen; parkeren; [aan de kant enz.] zetten; [i.h.b.] voorrijden (tot aan ~); (2) doen raken; ertegenaan brengen; in aanraking brengen met; [de eerste hand enz.] leggen aan; (3) [iem. in een bep. positie] brengen; plaatsen; zetten; doen zitten; doen plaatsnemen; zitting doen nemen in; (4) aantrekken; aandoen; zich [in het zwart enz.] steken; zich kleden; [een lint in het haar enz.] steken; [een broche enz.] opsteken; [m.b.t. masker] opzetten; aanbrengen; (5) zich eigen maken; zich verwerven; aanleren
着る;著る kiru (1) [服を] aantrekken; aandoen; zich aankleden; [素早く~] aanschieten
着込む kikomu (1) onder z'n andere kleren aandoen; eronder aantrekken; onder elkaar aandoen; nog een extra ~ aandoen; aantrekken; (2) zich uitdossen in; zich opkleden in; zich dossen in
緊縮 kinshuku (1) het aanhalen; aantrekken; aanspannen; samentrekking; contractie; straktrekking; (2) bezuiniging; besnoeiing; besparing; inkrimping; inperking; beperking; beknotting; matiging; versobering; inlevering
緊縮する kinshukusuru (1) aanhalen; aantrekken; aanspannen; samentrekken; contraheren; strak trekken; krapper maken; (2) bezuinigen; besnoeien; besparen; economiseren; inkrimpen; inperken; beperken; beknotten; matigen; versoberen; terugbrengen; inleveren; de buikriem aanhalen
締め付ける shimetsukeru (1) aanhalen; strak trekken; aantrekken; vastsnoeren; stevig vastmaken; dichtsnoeren; (2) beklemmen; beknellen; benauwen; prangen; (3) [fig.] onder de plak houden; kort houden; eronder houden
纏う matou (1) aantrekken; aandoen; zich hullen in; (2) winden om; slingeren om; (3) zich slingeren om; zich winden om; heendraaien om; rondhangen om; constant vergezellen
羽織る haoru [こーとを] aantrekken; aandoen; [急いで] aanschieten
荒む susamu (1) verruwen; ruw worden; verharden; verruigen; (2) verfijning verliezen; tanen; verboersen; verwilderen; verloederen; verworden; ontaarden; degenereren; (3) [雨;風が] krachtiger worden; verhevigen; aantrekken; opsteken; (4) [酒色に] zich overgeven aan; geheel opgaan in; zich verliezen in; zich te buiten gaan aan; zwelgen in
被 hi (1) [drukt passiviteit uit;of het ondergaan van een actie]; (a) bedekken; afdekken; (b) aantrekken; opzetten; hoofdbedekking; (c) incasseren; verduren; ondergaan; (d) ge… worden
誘致する yuuchisuru (1) aantrekken; lokken; aanlokken; uitnodigen; verlokken; nodigen; (2) teweegbrengen; veroorzaken
身に付ける minitsukeru (1) aantrekken; aandoen; aan het lichaam doen; aankrijgen; (2) aanleren; zich eigen maken; machtig worden
雇い入れる yatoiireru in dienst nemen; aannemen; tewerkstellen; inhuren; aanwerven; werven; aantrekken; engageren; employeren