日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘voorbode’
日蘭辭典 (trefwoord)
sakigake
(先駆け) zn. (1) [] eerste m.; pionier m.; baanbreker m. (2) [] eerste o.; begin o. ¶ の魁 voorbode. ¶ 魁する de eerste zijn; de anderen voor zijn; het initiatief nemen.
yohyō豫表

(予表) zn. voorteeken o.; aanwijzing v.; voorbode v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorbode>
兆し kizashi (1) ontspruiting; ontkieming; knopvorming; germinatie; (2) teken; indicatie; voorteken; omen; voorbeduidsel; voorbode; aankondiging; augurium
兆;徴 chō (1) voorteken; omen; voorbode; (voor)aankondiging; prognosticon; prognosticum; teken (aan de wand); (2) biljoen; tera- [10 tot de macht 12;m.a.w. 1.000.000.000.000]
先払い sakibarai (1) voorafbetaling; vooruitbetaling; prenumeratie; vervroegde betaling; (2) betaling bij levering; rembours; (3) [Jap.gesch.] voorloper; voorbode; precursor
先駆者 senkusha voortrekker; voorloper; voorbode; voorganger; baanbreker; wegbereider; pionier
前兆 zenchō voorteken; teken aan de wand; indicatie; waarschuwing; waarschuwende verschijnselen; aankondiging; voorbode; omen; symptoom; augurium
印;標;証;証し;證 shirushi (1) (met name als 印;標) teken; merk; markering; merkteken; (2) (tevens 徴) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) (met name 証, 証し; 證 is oude schijfwijze) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode
徴;験 shirushi voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode
chō (1) ontbieding; (2) voorteken; voorbode; aankondiging; (3) vordering; opeising; (a) ontbieden; vorderen; (b) voorteken; signaal; (c) toelichten
知らせ;報せ shirase (1) bericht; boodschap; mededeling; kennisgeving; [Belg.N.] verwittiging; tijding; nieuws; melding; bekendmaking; inlichting; onderrichting; aankondiging; informatie; notificatie; [lit.t.] kondschap; [veroud.] bescheid; (2) voorteken; omen; aankondiging; waarschuwing; voorbode; prognosticon
萌芽 hōga (1) ontspruiting; ontluiking; ontkieming; (2) [fig.] begin; aanvang; teken; aankondiging; voorteken; voorbode; (3) spruit; scheut; uitspruitsel; schoot; kiem; loot; uitloper
走り hashiri (1) het lopen; loop; het rijden; rit; [ペンの] het schrijven; [障子の] het schuiven; (2) eersteling; eerste vrucht; primeur; (3) voorbode; voorteken; voorloper; loper
shirushi (1) voorteken; voorbode; aankondiging; indicatie; teken; symptoom; (2) bovennatuurlijke werkzaamheid; kracht; (3) effect; werkzaamheid; uitwerking; doeltreffendheid; effectiviteit; (4) zinvolheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'voorbode'). 
2005-2026