RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eerste>
アルファ arufa (1) alfa; (2) [fig.] alfa; begin; aanvang; eerste; (3) alfa [= onbekende grootheid]; (4) [honkb.;veroud.] alfa [markeert een virtuele overwinning]; (5) [atlet.] alfa [markeert een virtueel record bij het (polsstok)hoogspringen]; (6) iets extra's; extraatje meer
ピン pin (1) speld; (2) pin; stift; pen; (3) haarspeld; (4) [ゴルフの] vlaggenstok; (5) [ボーリングの] kegel; (6) [さいころの] één oog; [meton.] nummer één; beste; eerste; top; (7) begin; (8) ping!; knap! [kort knappend geluid]; (9) rinkel [hel klinkend;knitsend geluid]
ファースト fāsuto (1) eerste ~; (2) [honkbal] eerste honk; (3) [honkbal] eerste honkman; (4) Fast; Howard Melvin [Amerikaans romanschrijver;1914-2003]
プリンス purinsu (1) prins; (2) [fig.] prins; aanvoerder; eerste; (3) Prince
プレミア puremia (1) première; eerste opvoering; vertoning; voorstelling; (2) premie; (3) toeslag; meerprijs; (4) eerste; voornaamste
リーディング rīdingu (1) lezing; voorlezing; voordracht; (2) lezing; interpretatie; (3) sierlijst met rietwerkreliëf; (4) eerste; voorste
一の院 ichinoin [pol.] eerste; voornaamste teruggetreden keizer
一 itsu (1) één; (2) eenheid; geheel; gelijkheid; (3) een en ander; iets anders; (a) één; (b) eerste; (c) bundeling; verenigen; (d) puur; exclusief; (e) een of ander; (f) gering
優先権 yūsenken prioriteitsrecht; prioriteit; preferentie; voorkeursrecht; recht van voorkeur; recht van voorrang; preferentiële rechten; eerste; oudste aanspraken; oudste rechten
先取特権 senshutokken eerste; oudste rechten (op); recht van voorkeur; voorrang; prioriteitsrecht; preferentie; zakelijke voorrechten; primaire vordering
処女 shojo (1) maagd; ongetrouwde vrouw; (2) maagdelijkheid; virginiteit; reinigheid; [studentent.] maagje; (3) ongeslachtelijk; agaam; aseksueel; partheno-; (4) maagdelijk; ongerept; onbetreden; (5) eerste; maiden-
初めの;始めの hajimeno eerste; begin-; beginnend; aanvangs-; aanvangend; initieel; vroeg; vroege; eerstgenoemde; origineel; oorspronkelijk; vroegst; aanvankelijk; primair; pril
初子 uigo eerste; oudste kind; eerstgeborene; eerstgeboren kind; eersteling; primogenitus
初子 hatsugo eerste; oudste kind; eerstgeborene; eerstgeboren kind; eersteling; primogenitus
初期 shoki (1) beginperiode; begintijd; vroege dagen; beginjaren; eerste; vroegste jaren; (2) eerste fase; beginfase; beginstadium
初期の shokino begin-; aanvangs-; aanvankelijk; vroeg; eerste; pril
初歩 shoho eerste; allereerste beginselen; grondslagen; grondbeginselen; elementen; rudimenten; basiskennis; elementaire begrippen; [fig.] abc
初 hatsu (1) [~の] eerste; begin-; (2) Hatsu; (a) eerste; [i.h.b.] eerste … van het jaar
前者 zensha eerstgenoemde (van twee); eerste; het ene [tgov. het andere]
太郎 tarō (1) oudste zoon; grootste; (2) [fig.] eerste; grootste; hoogste; (3) Tarō
太 ta oudste; eerste
始め;初め;始;初 hajime (1) begin; oorsprong; origine; eerste; (2) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (3) ~ inbegrepen; ~ en anderen; [iedereen;allen enz.] te beginnen met ~
扉 tobira (1) deur; portier; poortje; (2) deurvleugel; (3) titelblad; titelpagina; eerste; voorste pagina; voorpagina; frontpagina
最初の saishono begin-; eerste; aanvankelijk; aanvangs-; initieel; initiaal; primair; maiden-; openings-
正 shō (1) juistheid; correctheid; (2) [ritsuryō] [titel van de hoogste ambtenaar van diverse ministeries]; (3) eerste; hogere graad (van een rang met twee graden); opper-; (4) exact; stipt; precies; (5) net echt; exact gelijkend; (a) correct; echt; (b) juist; exact; (c) primair; (d) chef; leider; (e) jaarbegin
甲 kō (1) [dierk.] pantser; [蟹の] schaal; [亀の] schild; (2) [手の] rug; bovenkant; (3) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (4) eerste klasse; eerste rang; (5) eerste veronderstelde persoon of zaak; A; (6) wapenrusting; helm; (7) gebogen vlak van een citer; luit; (8) [Jap.muz.] hoge register; hoge toon; [i.h.b.] octaaf hogere toon; (a) pantser; schaal; schild; harnas; (b) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (c) begin; eerste; (d) provincie Kai
端 hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
第一子 daīsshi eerstgeborene; eerste; oudste kind
第一次 daīchiji eerste; primaire
衣食 ishoku (1) kleding en voedsel; (2) eerste; primaire levensbehoeften; levensonderhoud
長子 chōshi (1) eerstgeborene; eerste; oudste kind; (2) oudste zoon; (3) Zhǎngzhǐ
随一 zuīchi (1) [~の] best; meest vooraanstaand; leidend; prominent; belangrijkst; (2) eerste; pionier
首位 shui eerste; hoogste plaats; toppositie; top
首席 shuseki (1) [onderw.] voorste bank; eerste plaats; [meton.] eerste; beste leerling van de klas; primus; (2) eerste rang; belangrijkste plaats; hoofd; deken; doyen