Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1934.
Pagina 1238
ya 野 zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.
yā やあ t.w. allemachtig! goede Hemel! o God!
ya 家 zn. (1) [家] huis o. (2) [店] winkel m. (3) [人] handelaar m.; koopman m. ¶ 魚屋 vischboer. ¶ 本屋 boekwinkel; boekhandelaar.
yaban 野蠻 (
野蛮) zn. wildheid; barbaarschheid. ¶ 野蠻な wild; barbaarsch. ¶ 野蠻人 wilde; barbaar; wilde volken. ¶ 野蠻化する verwilderen.
yabō 野望 zn. agressieve bedoelingen v.mv; eerzuchtige plannen o.mv.
yabo 野暮 zn. lompheid; onbeschaafdheid. ¶ 野暮な lomp; onbeschaafd; boersch. ¶ 野暮な男 ongelikte beer. ¶ 野暮を言ふ onbenullige dingen zeggen.
yabu 藪 zn. dicht woud o.; wildernis o.; struikgewas o. ¶ 藪から棒に plotseling; als een donderslag aan helderen hemel. ¶ 藪をつついて蛇を出す zich in een wespennest steken. ¶ 藪蛇はやめろ maak geen slapende honden wakker.
yabuku 破く t.w. breken; scheuren; kraken.
yabun 夜分 zn. nacht m.; avond m. ¶ 夜分に des nachts; ’s avonds.
yabunirami 藪睨 zn. scheelheid v. ¶ 藪睨の scheel; scheelziend. ¶ 藪睨である scheel zien; scheel zijn.
yabure 破 zn. (1) [失敗] mislukking v. (2) [裂隙] scheur v.; reet v. ¶ 破れる gescheurd zijn; gebroken zijn; kapot zijn; verslagen zijn (敗北); (失敗) mislukken; niet slagen. ¶ 破れた gescheurd; aan flarden; versleten; kapot; verslagen (負けた). ¶ 破れ易き breekbaar; bros.
yaburi 藪入 zn. vacantiedag voor leerjongens.
yaburu 破る t.w. (1) [裂く] scheuren. (2) [破壞] breken. i.w. (3) [犯す] zich vergrijpen tegen; t.w. breken. t.w. (4) [負かす] verslaan. (5) [計畫を] beletten; verhinderen. (6) [産を] verkwisten. ¶ 破り難き onbreekbaar; onoverwinnelijk. ¶ 約束を破る belofte schenden. ¶ 手紙を破る brief verscheuren.
yachiyo 八千代 zn. duizenden jaren o.mv.; eeuwigheid v.
yachū 夜中 zn. nacht m.; bw. des nachts; in den nacht.
yado 宿 zn. (1) [住家] huis o.; woning v. (2) [宿屋] herberg v.; hotel o. (3) [良人] man m. ¶ 宿なき dakloos. ¶ 宿を取る logeeren; verblijven; wonen. ¶ 宿を貸す logies verleenen; een onderdak geven.
Aantal gevonden regels: 24
Tijd: 0.345 sec.