Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 1240

ya-inaya や否や

bw. nauwelijks ...... of.; bw. zoodra; onmiddellijk daarop.

yahari 矢張 (矢張りやはり) vw. (1) [又] ook; bw. eveneens; evenzeer. vw. bw. (2) [猶] toch; bw. desniettegenstaande; niettemin. bw. (3) [結局] ten slotte.
yahazu 矢筈

zn. inkeping onder aan den pijl. ¶ 矢筈狀の met inkepingen; getand.

yahi 野鄙

zn. ruwheid v.; lompheid v. ¶ 野鄙な vulgair; onbeschaafd; ruw; lomp. ¶ 野鄙な言葉 gemeene taal; ruwe woorden.

yaho 野堡

zn. schans o.; borstwering v.

yahō 野砲

zn. veldstuk o.; veldkanon o. ¶ 野砲兵 veldartillerie.

yai やい

t.w. he!; hei!; hola!

yaiba

zn. lemmer o.; zwaard o. ¶ 刃にかゝつて死ぬ door het zwaard sterven.

yain 夜陰

zn. nachtelijke duisternis v. ¶ 夜陰に乘じて gebruikmakende van de duisternis.

yaji 彌次

(弥次) zn. (1) [彌次馬] lawaaischoppers m.; schreeuwers m.mv. (2) [應援] toejuichers m.mv. (3) [からかふ人] uitfluiters m.mv.

yajin 野人

zn. pummel m.; lomperd m.

yajiru 彌次る

(弥次る) i.w. lawaai schoppen; schreeuwen; joelen. ¶ 彌次り倒される niet kunnen doorspreken door het lawaai van de schreeuwers.

yajiuma 彌次馬

(弥次馬) zn. lawaaischoppers m.mv.; schreeuwers m.mv.

yajū 野獸 zn. wild dier o.; wild beest o. ¶ 野獸性 beestachtigheid; bestialiteit.
yakai 夜會

(夜会) zn. avondpartij o.; soirée v.; avondfeest o. ¶ 夜會服 rok.

yakamashii 喧しい

bn. (1) [騷々しい] lawaaiig; (2) [小言多き] lastig; kijfachtig. (3) [嚴格な] streng. ¶ 食物にやかましい kieskeurig. ¶ 喧しく met veel lawaai; met veel drukte. ¶ 喧しく云ふ zich druk maken. ¶ やかましい靜かにしろ maak toch niet zoo'n lawaai! ¶ やかましい問題 een hevige kwestie. ¶ 稅關で喧しく言ふでせう ik denk, dat je moeilijkheden krijgt met de douane. ¶ 喧し屋 lastige kerel.

yakan 夜間

zn. nacht m.; bw. bij nacht; 's nachts. ¶ 夜間の nachtelijk.

yakan 藥罐

(薬缶) zn. (thee) ketel m. ¶ 藥罐頭 kaalkop; kale kop.

yakara

zn. (1) [一族] familie v. (2) [仲間] makkers m.mv.

yakata

zn. heerenhuis o.; kasteel o.; landhuis o.

yakatabune 屋形船

zn. woonschip o.; pleizier boot v.

yakazu 屋數

(屋数) zn. aantal huizen o.mv.

yake

() zn. branden o.; gloed m.; (自暴) wanhoop v.; vertwijfeling v. ¶ 自暴で uit wanhoop. ¶ 自暴を起す wanhopig zijn; vertwijfelen. ¶ やけに熱い wanhopig warm; vreeselijk warm.

yakeana 燒孔

(焼孔) zn. brandgat o.; gebrand gat o.

yakeato 燒跡

(焼跡) zn. plaats waar brand geweest is; uitgebrand huis o.


Aantal gevonden regels: 25
Tijd: 1.799 sec.