Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.
Pagina 1240
zn. ruwheid v.; lompheid v. ¶ 野鄙な vulgair; onbeschaafd; ruw; lomp. ¶ 野鄙な言葉 gemeene taal; ruwe woorden.
(弥次) zn. (1) [彌次馬] lawaaischoppers m.; schreeuwers m.mv. (2) [應援] toejuichers m.mv. (3) [からかふ人] uitfluiters m.mv.
(弥次る) i.w. lawaai schoppen; schreeuwen; joelen. ¶ 彌次り倒される niet kunnen doorspreken door het lawaai van de schreeuwers.
bn. (1) [騷々しい] lawaaiig; (2) [小言多き] lastig; kijfachtig. (3) [嚴格な] streng. ¶ 食物にやかましい kieskeurig. ¶ 喧しく met veel lawaai; met veel drukte. ¶ 喧しく云ふ zich druk maken. ¶ やかましい靜かにしろ maak toch niet zoo'n lawaai! ¶ やかましい問題 een hevige kwestie. ¶ 稅關で喧しく言ふでせう ik denk, dat je moeilijkheden krijgt met de douane. ¶ 喧し屋 lastige kerel.
(焼) zn. branden o.; gloed m.; (自暴) wanhoop v.; vertwijfeling v. ¶ 自暴で uit wanhoop. ¶ 自暴を起す wanhopig zijn; vertwijfelen. ¶ やけに熱い wanhopig warm; vreeselijk warm.