Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.
Pagina 1241
(焼石) zn. gloeiende steen v. & m.; lava (熔岩) v. ¶ 燒石に水 een druppel op een gloeiende plaat; het geeft toch niets.
(焼残る) i.w. (1) [殘留] overblijven na den brand. (2) [免れる] gespaard blijven door het vuur.
(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.
(焼死) zn. vuurdood m.; dood door verbranding. ¶ 燒死する in de vlammen omkomen; levend verbranden.
(焼) zn. (1) [パン等の] bakken o.; roosteren (焙り) o. (2) [刃物の] harden o. (3) [陶器] kwaliteit van porselein o.; aardewerk (燒物) o. ¶ 燒が惡い slecht gebakken.