Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934
Digitalisatie van 日蘭辭典
Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.
Pagina 24
ashiki 惡しき (悪しき) bn. (1) [不正] slecht; boos; kwaad; euvel. (2) [慘な] ellendig; miserabel. ¶ 惡しくなる degenereeren; slechter worden; achteruitgaan;
ashimoto 足下 (足元, 足もと, 足許) zn. voet m.; stap m. ¶ 足下に vlak bij; vlak voor oogen. ¶ 足許御用心 kijk waar je loopt! ¶ 人の足下を見る gebruik maken van iemand’s zwakke positie. ¶ 足下にも寄りつけない niet te vergelijken zijn met; het haalt er niet bij.
ashirau あしらふ (あしらう) t.w. (1) [待遇] ontvangen; behandelen; onthalen. ¶ 丁寧に扱ふ hartelijk ontvangen; vriendelijk behandelen. (2) [配置する] plaatsen. (3) [食物を] opdisschen met; garneeren met;
ashizamani 惡樣に (悪し様に) bw. ongunstig; afbrekend. ¶ 人に惡樣に言ふ zich ongunstig uitlaten over iemand; iemand afbreken;
asobasu 遊ばす t.w. (1) [遊ばす] vermaken; amuseeren; bezig houden. (2) [敬語] gelieven. ¶ 金を遊ばして置く geld ongebruikt laten liggen;
asobi 遊 (遊び) zn. (1) [遊] spel o. (2) [慰安] tijdverdrijf o.; uitspanning. (3) [遊蕩] uitspatting v. (4) [遊山] uitstapje o.; tochtje o. (5) [訪問] bezoek o.
asobigatera 遊びがてら bw. voor (zijn) pleizier; voor (zijn) genoegen; uit liefhebberij.
asobitsukareta 遊び疲れた bn. blasé (佛語).
asobu 遊ぶ i.w. (1) [遊ぶ] spelen; zich vermaken met. (2) [遊山] wandelen; een uitstapje maken; een wandeling doen. (3) [訪問] op bezoek gaan. (4) [遊惰] luieren. (5) [遊蕩] doordraaien; aan den zwabber zijn; zwabberen. (6) [失業] geen werk hebben; buiten betrekking zijn; leegloopen. ¶ 外國に遊ぶ een reisje maken naar het buitenland. ¶ お隣で遊んで來た ik heb hier naast een praatje gemaakt. ¶ 遊んで居る金はない ik heb geen geld vrij; ik heb geen geld beschikbaar.