Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 625

kuruu 狂ふ (狂う) i.w. (1) [氣が] dol worden; gek worden; krankzinnig worden; het hoofd kwijt zijn. (2) [亂暴] woest zijn. (3) [不整] in de war zijn; niet in orde zijn. (4) [調子が] ontstemd zijn.
kuruwa

zn. (1) [かこつた區域] afgepaalde wijk v.; omheinde buurt v. (2) [遊廓] hoerenbuurt v.; bordeelwijk v. ¶ 廓通ひをする naar de hoeren loopen.

kuruwaseru 狂はせる

t.w. in de war brengen; dol maken.

kuryo 苦慮

kushin を見よ.

kusa-ichigo 草苺

zn. aardbei v.

kusa-ikire 草爛れ

zn. broeiing van hooi.

kusa

zn. gras o.; kruid (雜草) o. ¶ 草を刈る gras snijden; gras maaien. ¶ 庭の草を取る in den tuin het onkruid wieden. ¶ 草場 grasveld. ¶ 草花 bloemen. ¶ 草花屋 bloemist. ¶ 草葉の蔭で in het graf; onder de groene zoden.

kusabi zn. wig v.; luns v. ¶ 楔石 sluitsteen.
kusabuki no 草葺の

bn. met stroo bedekt; strooien.

kusagusa 種種

bn. allerlei.

kusai 臭い

bn. (1) [臭ある] stinkend. ¶ 臭い rijken naar; de lucht hebben van; lijken op; besmet zijn met. (2) [怪しい] verdacht. ¶ 酒臭い naar drank stinken. ¶ 臭い物に蓋をする in den doofpot doen. ¶ 學者臭い pedant; schoolmeesterachtig.

kusakari 草刈

zn. (1) [事] maaien o. (2) [人] maaier m. ¶ 草刈する maaien; gras snijden.

kusaki 草木

zn. planten v.mv.; vegetatie v.

kusakusa suru くさくさする

i.w. zich gedrukt voelen; het land hebben; in de put zijn.

kusamakura 草枕

zn. voetreis v. ¶ 花する reizen.

kusame

zn. niezen o. ¶ 嚔 sneezen.

kusami 臭味

zn. stank m.; onaangename lucht v. ¶ の臭味がある stinken naar; ruiken naar. ¶ 臭味なき reukeloos.

kusamochi 草餠

zn. gekruide ketan-koekjes o.mv.

kusamura

zn. struikgewas o.

kusarasu 腐らす

t.w. bederven; doen rotten. ¶ 氣を腐らす ontmoedigd zijn; den moed laten zinken.

kusare- 腐れ

bn. rot; bedorven. ¶ 腐れ玉子 rot ei. ¶ 腐れた rot; verrot; bedorven.

kusari

zn. ketting m.; keten m. ¶ 時計の鎖 horlogeketting. ¶ 鎖で繋ぐ ketenen; met een ketting vastbinden; aan den ketting leggen. ¶ 鎖帷子 maliënkolder.

kusari 腐り

zn. ontbinding v.; rotting v.; bederf o. ¶ 腐りを止める bederf weren; rotting tegengaan; ontbinding voorkomen.

kusaru 腐る

i.w. bederven; verrotten; rotten; tot ontbinding overgaan. ¶ 腐り易い onderhevig aan bederf. ¶ 氣が腐る ontmoedigd zijn; den moed laten zinken. ¶ 死體が腐りかかってゐる het lijk begint in staat van ontbinding over te gaan. ¶ 牛乳が腐って居る de melk is verzuurd.


Aantal gevonden regels: 24
Tijd: 0.195 sec.