
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
kyō・經
(経) zn. Boedhistisch heilige geschriften o.mv.; soetra v.
uyamai・敬
zn. vereering v.; hoogachting v. ¶ 敬ふ vereeren; hoogachten; opzien tegen. ¶ 敬ふべき eerbiedwaardig. ¶ 神の樣に敬ふ als een God vereeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <けい>
京 kei (1) K Computer; (2) tien biljard [= 10 tot de zestiende macht]; (a) hofstad; plaats waar de Keizer resideert; (b) hoofdstad; [i.h.b.] Tokio; (c) Kioto
係 kei (a) verband houden; gerelateerd zijn; (b) vastleggen
傾 kei (a) hellen; buigen; (b) omverwerpen; (c) neigen; tenderen naar; (d) focussen; toewijden
刑 kei straf; bestraffing; [jur.] penaliteit; [arch.] peine
卿 kei (1) [ritsuryō] minister; (2) dignitaris van derde of hogere rang; excellentie; (3) [Chin.gesch.] hoogste vazallen tijdens de Zhōu; (4) [Chin.gesch.] minister; (5) U Edele; u; (a) hoogwaardigheidsbekleder van rang drie of hoger
啓 kei (1) Geachte heer; mevrouw [= beleefdheidsformule in de aanhef van een brief of e-mailbericht]; (2) bescheid gericht aan de kroonprins of aan een keizerin; (3) [Nara-gesch.] privé-correspondentie; (a) opendoen; ontsluiten; (b) onderrichten; instrueren; (c) meedelen; informeren; (d) voorloper
圭 kei (1) [Chin.gesch.] guī [= jade balkje voor ceremonieel gebruik]; (a) jade; gehoekte jadesteen; hoek
奎 kei (1) [Chin.astron.] Benen; Kuí [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (a) [Chin.astron.] Kuí [= maanhuis dat de letteren regeert]
形 kei vorm; gedaante; uiterlijk
径 kei (1) diameter; wijdte; (a) pad; wegje; (b) diameter; (c) rechtstreeks; onmiddellijk
慧 kei verstandig; slim; wijs
慶 kei (a) zich verheugen; vieren; heuglijke gebeurtenis; (b) zegen
敬 kei hoogachten; eerbiedig zijn
景 kei (1) uitzicht; gezicht; landschap; tafereel; schouwspel; (2) [ton.] deel van een bedrijf; scène; toneel; episode; (3) [maatwoord voor scènes]; (a) uitzicht; schouwspel; (b) toestand; situatie; (c) groot; fortuinlijk; (d) iets extra's geven; (e) bewonderen; respecteren
系 kei (1) [wisk.] gevolg; [w.g.] corollarium; (2) -stelsel; (3) van … afkomst; van … herkomst; (4) [m.b.t. politiek;ideeëngoed] van … signatuur; van … strekking; (5) [m.b.t. universiteit] groep … wetenschappen; (6) [econ.] behorend tot de keten …
経 kei (1) juiste weg; pad van de waarheid; (2) geschrift van een wijze; heiligengeschrift; schriftuur; (3) [text.] schering; (4) noord-zuidrichting; meridiaan; (a) [text.] schering; lengterichting; noord-zuidrichting; (b) [Chin.geneesk.] meridiaan; (c) passeren; voorbijgaan; (d) besturen; runnen; (e) ophangen; (f) onveranderlijkheid; permanentie; (g) [conf.] klassieker; (h) menstruatie
罫 kei [drukw.] lijn; liniëring
茎 kei (1) [maatwoord voor lange;samengebonden voorwerpen;bundels]; (a) [plantk.] stengel; (b) penis
薊 kei (1) [Chin.gesch.] Jì [= hoofdstad van de staat Yàn 燕]; (2) [Chin.gesch.] Jì [= prefectuur tijdens de Táng in de prov. Héběi 河北]
計 kei (1) plan; planning; programma; schema; (2) list; krijgslist; truc; handigheid; strategie; intrige; samenzwering; (3) som; totaal; som van alle afzonderlijke bedragen; (4) meter; meettoestel; meetinstrument
軽 kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang;1,48 m breed;2 m hoog;en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
鶏 kei kip
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'けい').
2005-2026
