RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
に反対して nihantaishite (gekant) tegen; tegenovergesteld aan; tegengesteld aan; verschillend van; in tegenstand met; in strijd met
に対し nitaishi tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; bij; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対して nitaishite tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対する nitaisuru tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
を相手取って woaitedotte tegen; contra; versus; [afk.] v.; [afk.] vs.
仰ぐ aogu (1) opkijken; de ogen opslaan; omhoogzien; (2) opzien tegen; opkijken naar; tegen; bewonderen; hoogachten; eerbiedigen; respecteren; (3) [助言を] vragen; verzoeken om; inwinnen; (4) rekenen op; zich wenden tot; steunen op; afhangen van; afhankelijk zijn van; (5) [毒を] innemen
前後 zengo (1) voor- en achterkant; voor- en achterzijde; [loc.] voor en achter; [loc.] voor- en achteraan; [loc.] ervoor en erachter; [loc.] voor- en achterwaarts; (2) voor en na; tevoren en daarna; ervoor en erna; voor- en achteraf; [i.h.b.] consequenties; (3) tegen; rond; omstreeks; omtrent; om en (na)bij; circa; (zo) ongeveer; zo'n; zowat; in de buurt van
前 mae (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前;suffix ter betiteling van een adellijke dame]; (11) [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei;geeft een zekere portie aan]; (12) -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]
反対 hantai (1) tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; tegengestelde; (2) verzet; tegenstand; oppositie; weerstand; weerwerk; het tegen; tegenwerping; bedenking; (3) anti-; tegen-; contra-
向こうの mukouno (1) ginds; [arch.] gene; het; de … daarginder; (2) tegenoverliggend; tegenoverstaand; tegen-; over-; (3) zijn; haar; hun; … van de wederpartij; tegenpartij
寄り添う yorisou aan gaan liggen; zitten; staan tegen; zich nestelen bij; tegen; dicht aankruipen tegen; zich aanvlijen tegen; kroelen
対する taisuru (1) staan; liggen tegenover; uitzien op; uitkijken op; zich gesteld; geplaatst zien voor; zich in tegenwoordigheid bevinden van; bejegenen; omgaan met; [m.b.t. klanten] bedienen; [i.h.b. meetk.] onderspannen; (2) daartegenover; daarentegen; vergeleken met; [i.h.b.] in tegenstelling tot; (3) jegens; tegen; tegenover; ten aanzien van; naar (~ toe); voor; tot; (4) het opnemen tegen; tegenstreven
対 tai (1) tegen; versus; vs.; contra; anti-; tegenover; jegens; ten opzichte van; vis-à-vis; [wedstrijd enz.] tussen [x] en [y]; [uitvoer enz.] naar; [onderhandelingen enz.] met; (2) [een verhouding van x] tegen [y]; bij; (3) voet van gelijkheid; gelijke voet; (4) tegengestelde; tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; convers
当たり散らす atarichirasu zich afreageren op; z'n woede op iemand koelen; z'n wrevels spuien; z'n gram halen op; vreselijk uithalen naar; tegen
当たる ataru (1) raken; treffen; slaan; botsen tegen; stoten op; [gew.] hitten; itten; (2) [的に〜] raak zijn; doel treffen; aankomen; (3) [光;雨;風が〜] reiken; inwerken; vallen in; invallen; (4) pijn doen aan; deren; schrijnen; [果物は] gekneusd raken; bruine plekken krijgen; (5) [宝くじで〜] prijs hebben; in de prijzen vallen; [ー等に〜] winnen; (6) [予測が〜] uitkomen; kloppen; (7) [批判が〜] terecht zijn; opgaan; (8) [芝居は〜] een succes zijn; (9) [果物が〜] goed vrucht dragen; (10) [ふぐに〜] vergiftigd raken; (11) [敵に〜] het opnemen tegen; ertegenaan gaan; bevechten; (12) [日曜日に〜] vallen op; overeenkomen met; [百円に〜] overeenstemmen met; corresponderen met; [東に〜] liggen; (13) [難局に〜] aanpakken; bij de hoorns vatten; pakken; (14) uithalen naar; tegen; zich afreageren op; (15) [辞書;出典に〜] raadplegen; naslaan; [本人に〜] aftoetsen; (16) [課題が〜] toegewezen; toebedeeld krijgen; belast worden met; op z'n bord krijgen; opdraaien voor; aan bod komen; aan de beurt komen; (17) [任に〜] zich bezighouden met; waarnemen; op zich nemen; (18) [honkb.] vaak hits of homeruns scoren; (19) [mahjong] promoveren; (20) [胡麻を〜] fijnmalen; fijnstampen; vijzelen; (21) [ひげを〜] scheren; (22) [魚が〜] in het aas bijten; aanbijten
当てる ateru (1) [がーぜを] aanbrengen; [体温計を] aanleggen; zetten; leggen; opleggen; houden aan; tegen; plaatsen; drukken; (2) treffen; slaan tegen; inslaan in; raken; (3) raden; gokken op; oplossen; (4) winnen; succes behalen; boeken; het maken; z'n slag slaan; (5) blootstellen; in contact brengen met; onderwerpen aan; (6) gaan zitten op; plaatsnemen op; (7) [生徒に] het woord geven aan; de beurt geven; om antwoord vragen
直 jiki (1) zo; dadelijk; meteen; direct; onmiddellijk; gelijk; in een ogenblik; strakjes; gauw; binnen korte tijd; spoedig; binnenkort; [pred.] op handen; (2) dichtbij; nabij; kortbij; vlakbij; dicht in de buurt; vlak naast; bijna; welhaast; tegen
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
締める;絞める;〆める;緊める shimeru (1) (締める;絞める)[帯を] aanhalen; omdoen; omgorden; strak trekken; verstrakken; gespannen maken; aanspannen; opspannen; spannen; aanzetten; aansnoeren; vastsnoeren; [栓を] vastdraaien; aandraaien; dichtdraaien; [ねじで] aanschroeven; (2) (絞める) wurgen; kelen; doen stikken; verwurgen; smoren; verstikken; de strot dichtknijpen; de keel toeknijpen; [w.g.] stranguleren; [m.b.t. pluimvee] de nek omdraaien; [euf.] slachten; [arch.] worgen; (3) (締める;〆める) afronden; sluiten; [勘定を] afsluiten; [i.h.b.] (alles) bij elkaar optellen; rekenen; nemen; [i.h.b.] sommeren; (4) (締める;緊め) streng zijn voor; tegen; goed in bedwang hebben; kort houden; [uitdr.] de teugels aanhalen; [uitdr.] de schroeven wat aandraaien; (5) (締める) bezuinigen (op); besparen (op); besnoeien (op); zuinig; spaarzaam zijn (met); matigen; economiseren; [m.b.t. uitgaven] inperken; beperken; inkrimpen; bekrimpen; terugbrengen; [uitdr.] de buikriem; broekriem aanhalen; versoberen; [m.b.t. overheid;fig.;euf.] ombuigen; (6) (絞める;〆める) [cul.] met zout of azijn behandelen (zodat het (vis)vlees stevig wordt); [i.h.b.] pekelen; [i.h.b.] marineren; [塩で] zouten; [酢で] met azijn behandelen
襲撃する shuugekisuru aanvallen; bestormen; stormlopen op; tegen; een aanval doen op; tegen; een raid uitvoeren op; een inval doen; een overval uitvoeren
迄に madeni tegen; tegen dat ~; zo tegen ~
逆起電力 gyakukidenryoku [elektr.] tegen-elektromotorische kracht
逆 gyaku (1) het tegenovergestelde; (2) tegenovergesteld; tegen
頃 goro omstreeks; tegen; omtrent; ongeveer; rond; om en bij de; het; naar … toe