日蘭辭典+

64 resultaten voor ‘tegen’
日蘭辭典 (trefwoord)
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
amayadori雨宿り
amayoke雨除け
(雨避け) zn. afdak o.; schuilplaats tegen den regen.
asa
zn. morgen m.; ochtend m. ¶ から晚迄 van den morgen tot den avond. ¶ 方に tegen den morgen. ¶ は ’s morgens; des ochtends. ¶ morgen.
aihansuru相反する
i.w. zich verzetten tegen; opponeeren tegen. ¶ 相反せる tegengesteld.
akegata明方
(明け方) zn. dageraad m.; morgen. m. ¶ 明方に tegen den morgen.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
batō罵倒
zn. afkeurende kritiek o; afbreken o.; geschetter o,; uitschelden o. ¶ 罵倒する schelden op; uitschelden; afbreken; schetteren tegen.
bōkan防寒
yōjin用心

zn. bedachtzaamheid v.; zorgzaamheid v.; behoedzaamheid v.; voorzichtigheid v. ¶ 用心深い behoedzaam; bedachtzaam; voorzichtig; zorgzaam; ¶ 用心する behoedzaam zijn; waken tegen; zorgen; op zijn hoede zijn. ¶ 用心knuppel als voorzorg; persoon in reserve. ¶ 用心reserve fonds; fonds voor onvoorziene uitgaven.

kubu九分

telw. negen tienden o.mv.; negentig percent; 90%. ¶ 九分通り in negen van de tien gevallen; meestal; bijna altijd; tien tegen één.

kuiawaseru食合せる

i.w. (1) [食物を] dingen eten, waar man niet tegen kan; voedsel eten dat iemand niet goed bekomt. (2) [楔形接目で] samenvoegen met zwaluwstaarten.

kuichigai喰違

zn. (1) [矛盾] tegenstrijdigheid v.; inconsequentie v. (2) [道の] wegkruising v. ¶ 喰違ふ in strijd zijn met; niet overeenkomen met; dwars gaan tegen; kruisen.

kumiawaseru組合せる

t.w. (1) [綜合する] dooreenvlechten. (2) [組合す] samenvoegen. (3) [取組ます] tegen elkaar laten kampen. ¶ 組合せ文字 monogram. ¶ 商品を組合せて送る een assortiment van artikelen zenden.

kuttekakaruくつて掛る

i.w. opstijven tegen; uitvallen tegen; aanvliegen.

yūryō有料
yūmagure夕間暮
yūkoku夕刻
yūgata夕方

bw. tegen den avond; bij het vallen van den avond; tegen donker.

yosekakeru寄掛ける

i.w. leunen tegen.

yoru凭る
yorikakaru凭掛かる

i.w. leunen tegen; steunen op.

yoke

zn. beschutting v.; bescherming v.; schuilplaats v.; middel tegen o. ¶ 風除 beschutting tegen den wind. ¶ 魔除 amulet tegen booze geesten.

yokeru避ける

i.w. ontloopen; t.w. vermijden; ontwijken; i.w. uit den weg gaan voor; schuilen tegen.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

yobō豫防

(予防) zn. voorkoming v.; voorbehoeding v.; voorzorg v. ¶ 豫防の preventief. ¶ 豫防する voorkomen; beletten; voorzorg nemen tegen; zorgen dat niet; tegengaan. ¶ 豫防注射 prophylactische inspuiting; inenting tegen. ¶ 豫防法 voorzorgsmaatregel; voorbehoedmiddel. ¶ 豫防劑 voorbehoedmiddel; prophylactisch middel.

yatsuatari suru八當りする

(八当りする) i.w. zich woedend maken op; opstuiven tegen.

wadakamari

zn. (1) [疑ぐり] achterdocht v.; argwaan m. (2) [恨] wrok v. (3) [誤解] misverstand o. (4) [隔意] voorbehoud o. ¶ 心中に蟠がある iets op het hart hebben; verborgen bedoelingen hebben. ¶ 蟠る gekronkeld liggen (蛇が); gekoesterd worden (考が). ¶ 兩者の間に惡感情が蟠って居る zij koesteren wrok tegen elkaar.

uyamai

zn. vereering v.; hoogachting v. ¶ 敬ふ vereeren; hoogachten; opzien tegen. ¶ 敬ふべき eerbiedwaardig. ¶ 神の樣に敬ふ als een God vereeren.

urikuzusu賣崩す

(売崩す) i.w. markt drukken door groote verkoopen tegen lagen prijs; markt overstroomen.

uchitaosu打倒す
uchitsukeru打附ける

t.w. (1) [釘で] vastspijkeren. (2) [投げつける] werpen. i.w. (3) [衝突] botsen tegen.

uchiyoseru打寄せる

i.w. (1) [敵が] komen aanstormen. (2) [波が] klotsen tegen; komen aanrollen.

uchiage打上げ

(打ち上げ) zn. (1) [花火] vuurpijl m. (2) [興行を仕舞ふこと] sluiting der voorstelling. ¶ 打上げる oplaten; opbreken (酒宴を); (終へる) sluiten; eindigen; (波が物を) op het strand werpen; aanspoelen; (擱坐) stranden; op het strand loopen; (波が) beuken; klotsen tegen; opspatten.

tsuriai釣合

(釣り合い) zn. evenwicht o.; balans v. ¶ 釣合のよい evenwichtig; goed gebalanceerd. ¶ 安定釣合 stabiel evenwicht. ¶ 不安定釣合 labiel evenwicht. ¶ 釣合惡しき onevenwichtig; slecht geproportionneerd. ¶ 釣合ふ tegen elkaar opwegen (平均する); in evenwicht zijn (均等を保つ); (恰好よし) in goede verhouding staan; overeenstemmen; goed passen bij elkaar; (對當する) zich met elkaar kunnen meten; aan elkaar gewaagd zijn.

tsukiateru突當てる

(突き当てる) t.w. laten botsen. ¶ 自動車を壁に突當てる auto tegen een muur aan sturen.

tsukiatari突當

(突き当たり) sn. eind van een straat; botsing (衝突). ¶ 突當る botsen tegen (衝突); aan het eind komen van (行詰る). ¶ 電信柱に突當る tegen een telegraafpaal aan loopen. ¶ 突當つて左へ曲る aan het eind van de straat links afslaan.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kuroguro黒々
(黒黒) (meest bv of bw gebruikt) 黒々と kuroguro to; 黒々とした kuroguro to shita (zelden: 黒々の kuroguro no) pikzwart; diepzwart. ¶ 島は月光の中に黒々と見えた。 Shima wa gekkō no naka ni kuroguro to mieta. Het eiland stak diepzwart af tegen het maanlicht.
sūnin数人
zn, no-adj. meerdere mensen; een aantal mensen. ¶ 部屋には数人の学生がいた。 Heya ni wa sūnin no gakusei ga ita. Er waren een aantal studenten in de kamer. (TTC) ¶ 彼らうち数人がその法案に反対である。 Karera no uchi sūnin ga sono hōan ni hantai de aru. Een aantal van hen was tegen het wetsvoorstel. (TTC) ¶ 数人の人たちが負傷して横たわっていた。 Sūnin no hitotachi ga fushōshite yokotawatte ita. Meerdere mensen lagen gewond neer. (TTC) ¶ 数人の若い技師が雇われ、彼ら新しいコンピューターの開発に専念した。 Sūnin no wakai gishi ga yatoware, karera wa atarashii konpyūtā no kaihatsu ni sennenshita. Er waren een aantal jonge ingenieurs te werk gesteld, en ze waren totaal toegewijd aan het ontwikkelen van een nieuwe computer. (TTC) ¶ この夏休みに数人の友達と、伊豆半島を歩いて一周するのを楽しみにしています。 Boku wa kono natsuyasumi ni sūnen no tomodatchi to, Izu hantō wo aruite isshūsuru no wo tanoshimi ni shite imasu. Ik kijk er naar uit om deze zomervakantie met een aantal vrienden te voet het schiereiland Izu te gaan verkennen. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
に反対して nihantaishite (gekant) tegen; tegenovergesteld aan; tegengesteld aan; verschillend van; in tegenstand met; in strijd met
に対し nitaishi tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; bij; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対して nitaishite tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対する nitaisuru tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
を相手取って woaitedotte tegen; contra; versus; [afk.] v.; [afk.] vs.
仰ぐ aogu (1) opkijken; de ogen opslaan; omhoogzien; (2) opzien tegen; opkijken naar; tegen; bewonderen; hoogachten; eerbiedigen; respecteren; (3) [助言を] vragen; verzoeken om; inwinnen; (4) rekenen op; zich wenden tot; steunen op; afhangen van; afhankelijk zijn van; (5) [毒を] innemen
前後 zengo (1) voor- en achterkant; voor- en achterzijde; [loc.] voor en achter; [loc.] voor- en achteraan; [loc.] ervoor en erachter; [loc.] voor- en achterwaarts; (2) voor en na; tevoren en daarna; ervoor en erna; voor- en achteraf; [i.h.b.] consequenties; (3) tegen; rond; omstreeks; omtrent; om en (na)bij; circa; (zo) ongeveer; zo'n; zowat; in de buurt van
mae (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前;suffix ter betiteling van een adellijke dame]; (11) [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei;geeft een zekere portie aan]; (12) -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]
反対 hantai (1) tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; tegengestelde; (2) verzet; tegenstand; oppositie; weerstand; weerwerk; het tegen; tegenwerping; bedenking; (3) anti-; tegen-; contra-
向こうの mukouno (1) ginds; [arch.] gene; het; de … daarginder; (2) tegenoverliggend; tegenoverstaand; tegen-; over-; (3) zijn; haar; hun; … van de wederpartij; tegenpartij
寄り添う yorisou aan gaan liggen; zitten; staan tegen; zich nestelen bij; tegen; dicht aankruipen tegen; zich aanvlijen tegen; kroelen
対する taisuru (1) staan; liggen tegenover; uitzien op; uitkijken op; zich gesteld; geplaatst zien voor; zich in tegenwoordigheid bevinden van; bejegenen; omgaan met; [m.b.t. klanten] bedienen; [i.h.b. meetk.] onderspannen; (2) daartegenover; daarentegen; vergeleken met; [i.h.b.] in tegenstelling tot; (3) jegens; tegen; tegenover; ten aanzien van; naar (~ toe); voor; tot; (4) het opnemen tegen; tegenstreven
tai (1) tegen; versus; vs.; contra; anti-; tegenover; jegens; ten opzichte van; vis-à-vis; [wedstrijd enz.] tussen [x] en [y]; [uitvoer enz.] naar; [onderhandelingen enz.] met; (2) [een verhouding van x] tegen [y]; bij; (3) voet van gelijkheid; gelijke voet; (4) tegengestelde; tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; convers
当たり散らす atarichirasu zich afreageren op; z'n woede op iemand koelen; z'n wrevels spuien; z'n gram halen op; vreselijk uithalen naar; tegen
当たる ataru (1) raken; treffen; slaan; botsen tegen; stoten op; [gew.] hitten; itten; (2) [的に〜] raak zijn; doel treffen; aankomen; (3) [光;雨;風が〜] reiken; inwerken; vallen in; invallen; (4) pijn doen aan; deren; schrijnen; [果物は] gekneusd raken; bruine plekken krijgen; (5) [宝くじで〜] prijs hebben; in de prijzen vallen; [ー等に〜] winnen; (6) [予測が〜] uitkomen; kloppen; (7) [批判が〜] terecht zijn; opgaan; (8) [芝居は〜] een succes zijn; (9) [果物が〜] goed vrucht dragen; (10) [ふぐに〜] vergiftigd raken; (11) [敵に〜] het opnemen tegen; ertegenaan gaan; bevechten; (12) [日曜日に〜] vallen op; overeenkomen met; [百円に〜] overeenstemmen met; corresponderen met; [東に〜] liggen; (13) [難局に〜] aanpakken; bij de hoorns vatten; pakken; (14) uithalen naar; tegen; zich afreageren op; (15) [辞書;出典に〜] raadplegen; naslaan; [本人に〜] aftoetsen; (16) [課題が〜] toegewezen; toebedeeld krijgen; belast worden met; op z'n bord krijgen; opdraaien voor; aan bod komen; aan de beurt komen; (17) [任に〜] zich bezighouden met; waarnemen; op zich nemen; (18) [honkb.] vaak hits of homeruns scoren; (19) [mahjong] promoveren; (20) [胡麻を〜] fijnmalen; fijnstampen; vijzelen; (21) [ひげを〜] scheren; (22) [魚が〜] in het aas bijten; aanbijten
当てる ateru (1) [がーぜを] aanbrengen; [体温計を] aanleggen; zetten; leggen; opleggen; houden aan; tegen; plaatsen; drukken; (2) treffen; slaan tegen; inslaan in; raken; (3) raden; gokken op; oplossen; (4) winnen; succes behalen; boeken; het maken; z'n slag slaan; (5) blootstellen; in contact brengen met; onderwerpen aan; (6) gaan zitten op; plaatsnemen op; (7) [生徒に] het woord geven aan; de beurt geven; om antwoord vragen
jiki (1) zo; dadelijk; meteen; direct; onmiddellijk; gelijk; in een ogenblik; strakjes; gauw; binnen korte tijd; spoedig; binnenkort; [pred.] op handen; (2) dichtbij; nabij; kortbij; vlakbij; dicht in de buurt; vlak naast; bijna; welhaast; tegen
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
締める;絞める;〆める;緊める shimeru (1) (締める;絞める)[帯を] aanhalen; omdoen; omgorden; strak trekken; verstrakken; gespannen maken; aanspannen; opspannen; spannen; aanzetten; aansnoeren; vastsnoeren; [栓を] vastdraaien; aandraaien; dichtdraaien; [ねじで] aanschroeven; (2) (絞める) wurgen; kelen; doen stikken; verwurgen; smoren; verstikken; de strot dichtknijpen; de keel toeknijpen; [w.g.] stranguleren; [m.b.t. pluimvee] de nek omdraaien; [euf.] slachten; [arch.] worgen; (3) (締める;〆める) afronden; sluiten; [勘定を] afsluiten; [i.h.b.] (alles) bij elkaar optellen; rekenen; nemen; [i.h.b.] sommeren; (4) (締める;緊め) streng zijn voor; tegen; goed in bedwang hebben; kort houden; [uitdr.] de teugels aanhalen; [uitdr.] de schroeven wat aandraaien; (5) (締める) bezuinigen (op); besparen (op); besnoeien (op); zuinig; spaarzaam zijn (met); matigen; economiseren; [m.b.t. uitgaven] inperken; beperken; inkrimpen; bekrimpen; terugbrengen; [uitdr.] de buikriem; broekriem aanhalen; versoberen; [m.b.t. overheid;fig.;euf.] ombuigen; (6) (絞める;〆める) [cul.] met zout of azijn behandelen (zodat het (vis)vlees stevig wordt); [i.h.b.] pekelen; [i.h.b.] marineren; [塩で] zouten; [酢で] met azijn behandelen
襲撃する shuugekisuru aanvallen; bestormen; stormlopen op; tegen; een aanval doen op; tegen; een raid uitvoeren op; een inval doen; een overval uitvoeren
迄に madeni tegen; tegen dat ~; zo tegen ~
逆起電力 gyakukidenryoku [elektr.] tegen-elektromotorische kracht
gyaku (1) het tegenovergestelde; (2) tegenovergesteld; tegen
goro omstreeks; tegen; omtrent; ongeveer; rond; om en bij de; het; naar … toe
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 40 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'tegen'). 
2005-2026