(災い) zn. ramp v.; onheil o.; bezoeking v.; beproeving v. ¶ 禍に遭ふ door een ramp bezocht worden; geteisterd worden. ¶ 自ら禍を招く zich ongeluk op den hals halen. ¶ 禍なる哉此人よ wee hem! ¶ 禍轉じて福となる geluk komt uit het onheil voort.
Tijd: 0.97 sec. jiten.nl: 1 treffer, (zoekopdracht: '禍').