
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kō-un・幸運
zn. geluk o.; fortuintje o.; fortuinlijkheid v. ¶ 幸運にも gelukkigerwijze; goddank. ¶ 幸運兒 gelukskind. ¶ 幸運の gelukkig; fortuinlijk.
daifuku・大福
(大福) zn. groot geluk o. ¶ 大福帳 kasboek.
ayamachi・過
(過ち) zn. (1) [過失] fout v. (2) [誤解] vergissing v.; misverstand o. (3) [事故] ongeluk o. ¶ 過なき feilloos ¶ 人誰か過なからん vergissen is menschelijk. ¶ ほんの過でした het wasgeheel bij ongeluk. ¶ 怪我の功名 meer geluk dan wijsheid.
medetai・目出度い
(芽出度い、愛でたい) bn. (1) [喜ぶべき] gelukkig; fortuinlijk; gezegend. (2) [馬鹿] dwaas ¶ お目出度い奴 dwaas; zot. ¶ 目出度い事 gelukkige gebeurtenis; heugelijk feit. ¶ 目出度く終る goed aflopen. ¶ 新年の御慶目出度申納候 ik wensch u veel heil en zegen in het nieuwe jaar. ¶ お目出度う御座います ik feliciteer u wel; ik wens u veel geluk.
kiri・奇利
zn. buitenkansje o.; onverwacht geluk o.
kō-un・幸運
zn. geluk o.; fortuintje o.; fortuinlijkheid v. ¶ 幸運にも gelukkigwijze; goddank. ¶ 幸運兒 gelukskind. ¶ 幸運の gelukkig; fortuinlijk.
unsei・運勢
zn. geluk o.; voorbestemd lot o.; horoscoop v.; geluksster v.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Minami Hiroshi╱De psychologie van Japanners 〈41:1-4〉・南博『日本人の心理』
われわれ日本人は、外國人にくらべると、「幸福」ということばを使うことが非常に少ない。とくに日常の會話では、「ぼくは幸せです」とか「わたしは幸福よ」という文句を使えば、大へんキザであるか、芝居がかって聞える。
そうして、書きことばでは、手紙などに、「幸甚に存じます」とか「幸せに存じます」と書いたりするけれども、それは、やはりよそ行きのことばである。どうみても、決して實感を伴ったことばではない。
Wareware Nihonjin wa, gaikokujin ni kuraberu to, ‘kōfuku’ to yū kotoba wo tsukau koto ga hijō ni sukunai. Toku ni nichijō no kaiwa de wa, ‘boku wa shiawase desu’ to ka ‘watashi wa kōfuku yo’ to yū monku wo tsukaeba, taihen kiza de aru ka, shibai katte kikoeru.
Sō shite, kakikotoba de wa, tegami nado ni, ‘kōjin ni zonjimasu’ to ka ‘shiawase ni zonjimasu’ to kaitari suru keredomo, sorewa, yahari yosoiki no kotoba de aru. Dō mite mo, kesshite jikkan wo tomonau kotoba de wa nai.
Vergeleken met buitenlanders is het extreem zeldzaam dat wij Japanners de uitdrukking ‘gelukkig’ gebruiken. In het bijzonder in de spreektaal klinkt het ongemeend of melodramatisch wanneer iemand de frase ‘ik ben gelukkig’ gebruikt.
En met respect tot de schrijftaal, in brieven en dergelijke, schrijven we dingen als ‘ik ben verheugd’ of ‘ik ben gelukkig’, maar dat is uiteindelijk beleefdheid. Hoe je het ook bekijkt, dat zijn geen uitdrukkingen die echte gevoelens overdragen. [1953]
そうして、書きことばでは、手紙などに、「幸甚に存じます」とか「幸せに存じます」と書いたりするけれども、それは、やはりよそ行きのことばである。どうみても、決して實感を伴ったことばではない。
Wareware Nihonjin wa, gaikokujin ni kuraberu to, ‘kōfuku’ to yū kotoba wo tsukau koto ga hijō ni sukunai. Toku ni nichijō no kaiwa de wa, ‘boku wa shiawase desu’ to ka ‘watashi wa kōfuku yo’ to yū monku wo tsukaeba, taihen kiza de aru ka, shibai katte kikoeru.
Sō shite, kakikotoba de wa, tegami nado ni, ‘kōjin ni zonjimasu’ to ka ‘shiawase ni zonjimasu’ to kaitari suru keredomo, sorewa, yahari yosoiki no kotoba de aru. Dō mite mo, kesshite jikkan wo tomonau kotoba de wa nai.
Vergeleken met buitenlanders is het extreem zeldzaam dat wij Japanners de uitdrukking ‘gelukkig’ gebruiken. In het bijzonder in de spreektaal klinkt het ongemeend of melodramatisch wanneer iemand de frase ‘ik ben gelukkig’ gebruikt.
En met respect tot de schrijftaal, in brieven en dergelijke, schrijven we dingen als ‘ik ben verheugd’ of ‘ik ben gelukkig’, maar dat is uiteindelijk beleefdheid. Hoe je het ook bekijkt, dat zijn geen uitdrukkingen die echte gevoelens overdragen. [1953]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geluk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ラッキー rakkii (1) geluk; voorspoed; mazzel; meevaller; (2) lucky; gelukkig; geluks-; fortuinlijk; voorspoedig; (3) bof ik even!; wat geluk mag mij gebeuren!
仕合せ shiawase geluk; gelukkig toeval; fortuin; gunstige loop van omstandigheden
幸せ;倖;幸福 shiawase (1) geluk; heil; (2) gelukkig; gezegend; (3) gelukkig; fortuinlijk; voorspoedig
付き;附き tsuki (1) [m.b.t. lijm] kleverigheid; plakkerigheid; [m.b.t. sneeuw;verf;inkt enz.] het pakken; [m.b.t. lucifers;hout] ontbranding; ontvlamming; [m.b.t. gewassen] het vrucht; bloemen dragen; (2) geluk; veine; bof; mazzel; meevaller; fortuintje; [Barg.] zwijntje; (3) vleugeladjudant; adjudant; [i.h.b.] gezelschapsdame; [verzameln.] gevolg; entourage; (4) [gevoegd achter een meishi dat een lichaamsdeel noemt;kondigt een kwalitatief oordeel in het gezegde aan]; (5) met …; inclusief …; voorzien van …; cum … [geeft aan dat het meishi waarachter het gevoegd wordt "inbegrepen is," "eraan vasthangt"]; (6) toegevoegd aan [de generaal;minister enz.]; (in dienst) bij … [gevocaliseerd tot zuki づき;gevoegd achter een meishi dat een functie;ambt;werkplek noemt;drukt affiliatie uit]
付け tsuke (1) rekening; factuur; (2) koop op krediet; op de pof; (3) [kabuki] ratelslag; (4) toebehoren; accessoires; hulpstukken; (5) [go] contact met een steen van de tegenspeler; (6) excuus; smoes; (7) brief; (8) lot; geluk; (9) [kettingdicht;haikai] aanhechting; (10) […~] aanbrenging; vastgelegd; (11) [~…] aangebracht; uitwendig; [~髭] vals; nep-; (12) […~] gewoon te …; geregeld …; meestal …
休 kyuu (a) rusten; verpozen; (b) pauzeren; onderbreken; (c) vreugdevol; geluk; (d) [afk.] vakantie; verlof
吉 kichi (1) geluk; bof; voorspoed; fortuin; mazzel; (a) gelukkig; voorspoedig; fortuinlijk
嬉しさ ureshisa geluk; blijdschap; blijheid; genoegen; verheugenis; vreugde
幸福 koufuku (1) geluk; gelukzaligheid; welzijn; zegen; (2) fortuin; voorspoed; mazzel; geluk; (3) gelukkig; gelukzalig; zalig; gezegend; (4) fortuinlijk; door geluk begunstigd; voorspoedig
幸運 kouun (1) geluk; voorspoed; fortuin; fortuinlijkheid; mazzel; (2) gelukkig; voorspoedig; fortuinlijk; (3) gelukkig; gelukkigerwijs; bij geluk; door een gelukkige loop van de gebeurtenissen; op voorspoedige wijze; fortuinlijkerwijs; bij mazzel; goddank
引き hiki (1) het trekken; trek; (2) het voortrekken; (3) connecties; invloed; (4) trekvastheid; (5) [foto.] opname op grote afstand; longshot; (6) geluk; mazzel bij kansspelen; (7) leiding; bevelvoering; (8) [Jap.gesch.] vermindering; vrijstelling van de grondlasten tijdens de Edo-periode; (9) aan banketgasten gegeven geschenk; (10) [intensiverend of eufonisch voorvoegsel]
浮かぶ瀬 ukabuse levenskans; reddingskans; meevaller; mazzel; geluk
男運 otokoun geluk; sjans met mannen
福 fuku geluk; fortuin; voorspoed
耳朶 mimitabu (1) oorlel; oorlap; (2) geluk; voorspoed; fortuin; mazzel
運 un (1) lot; toeval; (2) geluk; voorspoed; fortuin; (3) kans; gelegenheid
運勢 unsei fortuin; lot; geluk; lotsbeschikking; toekomst
Tijd: 1.59 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'geluk').
2005-2026
