
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanstoken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
刺激する;刺戟する shigekisuru (1) prikkelen; stimuleren; aansporen; aanzetten; aanmoedigen; inciteren; opwekken; aanporren; [fig.;uitdr.] de sporen geven; (2) irriteren; prikkelen; provoceren; aanstoken; pikeren; [m.b.t. huid;tong enz.] branderig maken; (3) prikkelen; opwinden; exciteren
唆す sosonokasu overreden; overhalen; zover krijgen; ertoe brengen; bewegen; verleiden; in verleiding brengen; aanzetten; aanhitsen; aanstoken; aanstichten; ophitsen; verlokken
扇ぐ;煽ぐ aogu (1) waaien; toewaaien; waaieren; wuiven; toewuiven; (2) aanwakkeren; aanblazen; aanstoken; aanstichten; aanzetten; aanvuren; opstoken; drijven
掲げる kakageru (1) [櫛で] opkammen; in de hoogte kammen; (2) [簾を] oprollen; omrollen; [裾を] opstropen; omstropen; [gew.] opsloven; [gew.] opstroppen; (3) [火を] opstoken; aanwakkeren; aanstoken; aanjagen; (4) in de hoogte heffen; steken; opheffen; hoog opsteken; lichten; tillen; optillen; ophijsen; hijsen; oplaten; (5) [fig.] [迷いを] opheffen; lichten; uit de weg ruimen; doen verdwijnen; (6) afficheren; in de kijker plaatsen; bekendmaken; afkondigen; melden; ophangen; [Belg.N.] uithangen; [政策;理想を] huldigen; (7) [記事を] publiceren; voeren; brengen; opgeven
掻き立てる;攪き立てる kakitateru (1) aanjagen; aanstoken; opstoken; aanwakkeren; aanvuren; aanblazen; oppoken; opporren; [m.b.t. ei] opkloppen; kloppen; (2) opwekken; wekken; prikkelen; gaande maken
掻き起こす kakiokosu (1) opstoken; aanstoken; stoken; aanwakkeren; aanjagen; oprakelen; [veroud.;gew.] aanboeten; [gew.] boeten; [w.g.] aanzetten; (2) opzetten; overeind brengen; rechtop zetten; rechten; [Belg.N.] rechtzetten
煽り立てる aoritateru (1) [風が] geweldig slaan tegen; beuken; geselen; teisteren; (2) aanwakkeren; aanvuren; opruien; aanstoken; opstoken; inciteren
煽る aoru (1) [風が] doen wapperen; doen flapperen; doen klapperen; doen zwaaien; doen wuiven; (2) [団扇を] waaieren; wuiven met; (3) aanblazen; aanwakkeren; aanvuren; aanstoken; aanzetten; aanjagen; aanhitsen; ophitsen; opstoken; oppoken; opsteken; ontsteken; instigeren; opzwepen; opwekken; prikkelen; voedsel geven aan; (4) [cul.] aan de kook brengen; koken; (5) [beurst.] aanzwengelen; opjagen; opdrijven; opvoeren; krachtig stimuleren; (6) [foto.] tillen; met een tilt fotograferen; (7) wapperen; flapperen; klapperen; zwaaien; wuiven; (8) bumperkleven; geen afstand houden; op iemands bumper zitten; op iemands lip rijden; te dicht achter een ander voertuig rijden
煽動する;扇動する sendousuru agiteren; instigeren; ophitsen; opruien; opstoken; aanhitsen; aanstoken; aanstichten; inciteren; [gew.] opmaken
燃え立たせる moetataseru doen oplaaien; doen opvlammen; aanblazen; aanjagen; aanstoken; opstoken; aanwakkeren
Tijd: 1.69 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'aanstoken').
2005-2026
