
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
chikara・力
zn. (1) [力] kracht v. (2) [權力] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助力] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ 力の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ 力に任せて uit alle macht. ¶ 人の力になる iemand tot steun zijn. ¶ 力を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ 力を落す den moed verliezen. ¶ 之に力を得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 力の不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ 熱の力 calorische energie.
sewa・世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話場 huiselijk tooneel. ¶ 世話物 huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話人 commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話料 commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
ushiro・後
(後ろ) zn. achterkant o. ¶ 後に van achteren; achter. ¶ 後から van achteren. ¶ 後へ naar achteren. ¶ 後を顧みる omkijken. ¶ 後を見せる er van door gaan; zijn hielen laten zien. ¶ 後の achterste; achter-. ¶ 後の車輪 achterwiel. ¶ 後足 achterpoot. ¶ 後合せ rug aan rug; ruggelings. ¶ 後楯 dekking in den rug; steun; ruggesteun. ¶ 後手 achterkant. ¶ 後手に縛る handen op den rug binden.
sansei・贊成
zn. goedkeuring v.; steun m. ¶ 賛成する ondersteunen; goedkeuren; meegaan met; accoord gaan met; voor stemmen. ¶ 賛成者 ondersteuner; voor stemmer.
yūshi・有志
zn. sympathie v.; belangstelling v.; steun m. ¶ 有志者 belangstellende; vrijwilliger.
yōritsu・擁立
zn. ¶ 擁立する steunen.
yokusan・翼贊
(翼賛) zn. steun m.; medewerking v. ¶ 翼贊する steunen; medewerking verleenen.
yōgo・擁護
zn. bescherming v.; steun m.; pleidooi o.; verdediging v. ¶ 擁護する beschermen; verdedigen; steunen; pleiten voor; de zijde kiezen van.
yakkai・厄介
SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō・提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱された時は、誰もそれを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <steun>
お陰;御陰 okage (1) het iets verschuldigd zijn aan iemand; het in het krijt staan bij iemand; (2) gunst; begunstiging; vriendelijkheid; genade; beschermheerschap; de genade des hemels; (3) hulp; bijstand; assistentie; behulpzame invloed; (4) steun; ondersteuning
サポート sapōto (1) steun; ondersteuning; steunverlening; onderstand; (2) [i.h.b.] technische ondersteuning; [Belg.N.] dienst na verkoop
バック bakku (1) achtergrond; fond; (2) [m.b.t. stand voertuig] achteruit; (3) backing; steun; backer; supporter; [meton.] ruggensteun; (4) achterspeler; achterhoedespeler; verdediger; back; [sportt.] defensie; verdediging; (5) [tennis] backhand; backhandslag; (6) [zwemmen] rugslag; (7) tas; tasje; [i.h.b.] handtas; (8) Buck; Pearl [Amerikaans schrijfster;1892-1973]
バックアップ bakkuappu (1) steun; ondersteuning; (2) reserve; voorraad; noodvoorziening; (3) [comp.] back-up; back-upbestand; reservekopie
加担 katan (1) hulp; ondersteuning; bijstand; steun; schraging; assistentie; steunverlening; (2) medewerking; deelname; betrokkenheid; engagement; (3) samenspanning; samenzwering; complot
助力 joryoku hulp; steun; bijstand; ondersteuning; assistentie; medewerking; steunverlening
助成 jojō bevordering; begunstiging; steun; ondersteuning; subventie; subsidiëring; sponsoring; promotie
助成 josei bevordering; begunstiging; steun; ondersteuning; subventie; subsidiëring; sponsoring; promotie
協賛 kyōsan (1) instemming; toestemming; goedkeuring; steun; medewerking; samenwerking; (2) [旧帝国議会の] goedkeuring; sanctie; bekrachtiging
単身 tanshin alleen; in z'n eentje; onvergezeld; zonder hulp; steun; apart; solo
取立て toritate (1) inning; invordering; incasso; vordering; (2) bescherming; steun; begunstiging; patronage; (3) vers; pas geoogst; vers geplukt; vers gevangen
台 dai (1) hoog gebouw; toren; gebouw vanwaar men een mooi uitzicht heeft; belvedère; (2) [Jap.gesch.] censoraat; (3) [Chin.gesch.] ministerie; (4) plateau; plaat; blad; tafel; bank; onderstel; bed; onderstuk; verhoging; stellage; stander; standaard; statief; voetstuk; voet; steun; bok; schraag; ezel; sokkel; piëdestal; pedestal; basement; grondstuk; postament; platform; podium; optrede; estrade; [宝石の] montering; zetting; beslag; montuur; vatting; kas; (5) schenkblad; presenteerblad; dienblad; [meton.] etenswaar; maaltijd; (6) tableau van gerechten versierd met heilbrengende decoratie; (7) plat van geta waarop men loopt; (8) portier van een badhuis; badmeester; (9) draagbaar waarmee reizigers een rivier overgezet worden; (10) hoogvlakte; plateau; tafelland; hoogte; heuvel; (11) basis; grondslag; fundament; draagvlak; (12) [plantk.] onderstam (bij het enten); (13) kolf; handvat; (14) [scheepv.] langsligger; (15) [gokken] gespreide inzet; (16) [meetk.] afgeknotte piramide; kegel; (17) [meetk.] drager van een rechte; (18) [wisk.;functieleer] drager; (19) Dai [= hoogland op de Tōkaidō 東海道-route tussen Kanagawa 神奈川 en Hodogaya 程ケ谷]; (20) [maatwoord dat een vage leeftijds-;prijs- of tijdsaanduiding aangeeft] iets boven de …; tussen de … à …; iets meer dan …; een dikke …; in de …; [Belg.N.] kaap van …; (21) [maatwoord voor plateaus en meubelstukken]; (22) [maatwoord voor taarten en rond gebak]; (23) [maatwoord voor grote muziekinstrumenten]; (24) [maatwoord voor wagens;voertuigen;sleeën;liften]; (25) [maatwoord voor machines;apparaten;toestellen]; (26) [maatwoord voor gerechten in een kom;vaatwerk]; (27) [drukw.] [maatwoord voor katernen van 16 of 32 vellen]; (a) plateau; plaat; (b) basis; grondslag; (c) hoogvlakte; plateau; (d) hoogbouw; toren; (e) overheidsbureau; ministerie; hoge ambtenaar; (f) beleefdheidsterm voor de aangesprokene
右腕 migiude (1) [anat.] rechterarm; (2) [fig.] rechterhand; assistent; helper; vertrouwensman; steun
合力 gōriki (1) samenwerking; medewerking; steun; (2) ondersteuning; bijstand; subsidie
合力 gōryoku (1) [natuurk.] resultante; (2) samenwerking; coöperatie; (3) liefdadigheid; bedeling; bijdrage; inbreng; contributie; donatie; steun
声援 seien aanmoediging; bemoediging; toejuiching; bejubeling; gejuich; steun
失業手当 shitsugyōteate werkloosheidsuitkering; WW-uitkering; [Belg.N.;spreekt.] stempelgeld; [Belg.N.;spreekt.] dop; [Belg.N.;niet alg.] werklozensteun; [verk.] steun
屋台骨 yataibone (1) geraamte van een kraam; gebouw; skelet; huisgeraamte; (2) [fig.] steun; hoeksteen; steunpilaar; pijler; ondersteuning; grondvesten; grondslag; fundament; fundering; basis; ruggengraat
後ろ盾 ushirodate (1) steun; ruggensteun; bescherming; (2) steuner; helper; sponsor; beschermer; beschermheer; begunstiger; bevorderaar; (3) rugschild
後援 kōen steun; ruggensteun; backing; ondersteuning; support; begunstiging; [w.g.] patronaat; [i.h.b.] sponsoring; [i.h.b.] auspiciën; [i.h.b.] aegide; [i.h.b.] aegis
御世話;お世話 osewa (1) hulp; bijstand; steun; (2) dienst; bemiddeling; interventie; tussenkomst; (3) last; overlast; moeite; inspanning; zorg; beslommering; (4) het dagelijks leven; de dagelijkse beslommeringen in het leven
応援 ōen (1) hulp; steun; versterking; (2) aanmoediging
手当 teate (1) geneeskundige behandeling; doktersbehandeling; medische hulp; (2) uitkering; toelage; premie; vergoeding; steun
扶助 fujo steun; hulp; bijstand; ondersteuning; onderstand; bedeling
拠り所 yoridokoro (1) toeverlaat; steun; (2) basis; grond; uitgangspunt; gezaghebbende bron; bewijsplaats
控え hikae (1) duplicaat; afschrift; kopie; dubbel; facsimile; (2) controlestrookje; souche; stok; (3) aantekening; notitie; memo; nota; (4) reserve; [i.h.b.] reservespeler; invaller; (5) het wachten; (6) steun; stut; schoor
控え壁 hikaekabe steunbeer; beer; steun; stut; schoor; contrefort
援助金 enjokin subsidie; toelage; steun; financiële hulp; bijstand
援護 engo steun; ondersteuning; onderstand; hulp; backing; subventie
援護する engosuru (1) [mil.] dekken; dekking; bescherming; ruggensteun geven; (2) steun; ondersteuning bieden; steunen; ondersteunen
援護射撃 engoshageki (1) [mil.] ondersteunend vuur; ondersteuningsvuur; (2) [fig.] steun; ondersteuning
援護射撃する engoshagekisuru (1) [mil.] ondersteunend vuur geven; ondersteuningsvuur geven; (2) [fig.] steun; ondersteuning bieden; steunen; ondersteunen
擁立 yōritsu ruggensteun; steun
支え sasae stut; steun; steunsel; steunder; schoor; support; [fig.] staf
支持 shiji (1) steun; ondersteuning; backing; ruggensteun; (2) steunsel; stut; drager; support; (3) instandhouding; (4) instemming; bijval; adhesie; goedkeuring; [fig.] omhelzing
支援 shien steun; ondersteuning; ruggensteun; steunverlening; onderstand; support; bijstand; hulp; assistentie; [fig.] stut; [fig.] schraging
支柱 shichū (1) stut; steun; steunpilaar; pijler; pilaar; schoor; (2) [fig.] steun; kostwinner; broodwinner
支点 shiten draaipunt; steunpunt; steun; rust
救恤する kyūjutsusuru ondersteunen; steun; hulp bieden; bijstand verlenen; steunen; helpen
救済する kyūsaisuru ondersteunen; steunen; steun; hulp verlenen; helpen; te hulp komen; bijstaan
救済 kyūsai ondersteuning; onderstand; bijstand; hulp; steun; hulpbetoon; hulpverlening; [魂の] behoud
救護 kyūgo hulp; hulpverlening; redding; ontzetting; ontzet; steun; steunverlening
架 ka (1) baar; drager; steun; stut; legger; [Belg.N.] schap; (2) [maatwoord voor droogrekken;kimonorekken]; (3) [maatwoord voor rekken;boekenrekken;kisten]; (4) [maatwoord voor kamerschermen]; (5) [maatwoord voor hoog aangebrachte decoratie]; (a) rek; drager; legger; (b) overspanning
柱 hashira (1) pijler; pilaar; zuil; kolom; stijl; schoor; paal; staak; mast; stut; lastdrager; draagzuil; steunpilaar; steunpijler; schoorzuil; schoorpaal; stutpaal; schoorpijler; [w.g.] schoorpilaar; (2) [fig.] steunpilaar; [fig.] ziel; steun; stut; [i.h.b.] kostwinner; [fig.;veroud.] aspunt; (3) [dierk.;schelpenkunde;conchyliologie] adductor; (4) [maatwoord voor boeddha's;kami;goden uit het Japanse pantheon;geesten der afgestorvenen e.d.]
生活保護 seikatsuhogo (1) bestaanszekerheid; bijstand; steun; sociale zekerheid; sociale verzekering; [i.h.b.] werkloosheidsverzekering; (2) bijstandsuitkering; sociale uitkering; uitkering van Sociale Zaken; sociale voorzieningen; [i.h.b.] werkloosheidsuitkering; [in Nl.] WW-uitkering; [Belg.N.;inform.] dop; [Belg.N.;inform.] stempelgeld; [Belg.N.;niet alg.] werklozensteun
結構 kekkō (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
縁 yosuga (1) basis; grond; houvast; (2) toeverlaat; steun; opvang; [i.h.b.] gezinslid
肩入れ kataire (1) steun; ondersteuning; backing; begunstiging; dekking; bijstand; assistentie; patronage; begunstiging; support; (2) [naaistersterm] schouderstuk; schouderlap; (3) schouderversteviging; (4) dienstverlening aan z'n voormalige huisheer
背景 haikei achtergrond; decor; setting; background; context; backing; steun; dekking
自力 jiriki eigen kracht; eigen vermogen; eigen inzet; eigen inspanning; eigen beweging; eigen gelegenheid; eigen verdienste; eigen houtje; zonder hulp; steun; z'n eentje; helemaal alleen; [inform.] z'n uppie
蔭 kage (1) lommer; schaduw; (2) verborgene; achtergrond; (3) gunst; steun; bescherming; begunstiging; hulp
裏付け urazuke (1) bewijs; staving; grond; fundering; substantiëring; confirmatie; corroboratie; (2) garantie; waarborg; bevestiging; bekrachtiging; steun; ondersteuning; backing
補佐 hosa (1) assistentie; steun; bijstand; hulp; medewerking; (2) assistent; helper; secondant; [i.h.b.] adviseur; raadgever
補助 hojo (1) hulp; bijstand; assistentie; steun; aanvulling; (2) subsidie; subsidiëring; subventie; toelage; bijdrage; ondersteuning; tegemoetkoming; onderstand
賛助 sanjo steun; ruggensteun; begunstiging; patronage; auspiciën
賛同 sandō goedkeuring; instemming; onderschrijving; steun; adhesie
賛成 sansei (1) goedkeuring; goedvinden; instemming; toestemming; beaming; ja; bijval; onderschrijving; adhesie; approbatie; agreatie; [veroud.] bewilliging; support; steun; [fig.] toejuiching; (2) [pol.] voorstem; [pol.] pro-stem; [pol.] stem voor; [pol.] goedkeurende stem; [pol.] suffrage; (3) akkoord!; vind ik ook!; vóór!; toegestemd!; akkoord Van Putten; Varelen!; helemaal mijn idee!; [表決で] aangenomen!
足下 ashimoto (1) [meton.] voet; plek waar iem. staat; loopt; wat voor de voeten ligt; (2) onderbeen; (3) iems. onmiddellijke omgeving; iems. toestand; iems. situatie; (4) manier van lopen; gang; tred; (5) kwetsbare punt; zwakke plek; (6) vaste voet; basis; steun; (7) onderbouw van een huis; grondslag; (8) recent; nabij; (9) [ton.] schoeisel; voetbekleding; (10) [ton.] voetlicht; (11) [landb.] graan dat bij het dorsen voor de voeten valt; (12) [Jap.bouwk.] decoratieve dakpan onderaan aan weerszijden van de onigawara 鬼瓦
足代 ashishiro (1) steun; steunpunt voor de voet; plaats om te staan; vaste voet; houvast; (2) bouwsteiger; steiger; stellage; stelling; steigerwerk; (3) ondersteuning; basis; fundament; grondslag; standpunt
足掛かり ashigakari (1) steun; steunpunt voor de voet; voetsteun; houvast; vaste voet; plaats om te staan; (2) [fig.] vaste voet; zekere positie; steunpunt; springplank; gunstige startpositie; (3) aanwijzing; spoor; hint; aanzet; sleutel
足掛け ashikake (1) steun; steunpunt voor de voet; voetsteun; [自転車;オルガンの] pedaal; [自転車の] trapper; [バイクの] stepje; [バス;電車の] opstapje; afstapje; [ボートの] spoorstok; voetbord; voetenbord; (2) voetbank; voetenbankje; (3) plaatsing van de voet; [judo;sumō-jargon] beentje lichten; het over het been gooien van de tegenstander; (4) [gymn.] kniezwaai; (5) [~…年;月;日] bezig aan z'n …ᵉ jaar; maand; dag; (net) iets minder dan; ongeveer; circa; rond; ongeveer; bijna
頼み;恃み;憑み;頼;恃;憑 tanomi (1) vertrouwen; geloof; [theol.] toeverzicht; (2) hoop; steun; toevlucht; (3) verzoek; vraag; gunst
頼り tayori toeverlaat; steun; vertrouwen; [veroud.] betrouwen; [fig.] opvang; [fig.] vangnet
Tijd: 1.19 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 63 treffers (zoekopdracht: 'steun').
2005-2026
