
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bij>
でも demo (1) [~…] would-be; zogenaamd; zogenoemd; zogeheten; quasi; pseudo-; vals; (2) [~…] bij-gebrek-aan-beter …
と to (1) […~] [verbindt handelingen die gelijktijdig of achtereenvolgend gebeuren] wanneer; bij; (2) […~] [drukt een consecutief verband uit]; (3) […~] [drukt een voorwaarde uit] als; indien; (4) […う;まい~] [drukt toegeving uit] al; ook al; of het nu … (of niet); (5) […~] [drukt toegeving uit]; (6) […~] [vormt een aanloop naar het onderwerp]
により niyori bij; volgens; naar; op; door; wegens; vanwege; krachtens; uit hoofde van; overeenkomstig; via; langs
に加えて nikuwaete naast; behalve; benevens; bij; boven; buiten; in aanvulling op
に対し nitaishi tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; bij; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に於ける niokeru [場所~] in; [学校~] op; [正午~] tijdens; [日本人~] onder; bij
に比べて nikurabete vergeleken met; bij; in vergelijking met; [verk.] bij
に ni (1) […~] [duidt tijdstip;plaats van handeling aan] om; in; te; op; aan; bij; (2) […~] [duidt de plaats aan waar iets;iem. zich bevindt of zich vertoont] in; te; op; (3) […~] [duidt een bestemming;richting aan] naar; (4) […~] [duidt het resultaat van een handeling;verandering aan] tot; (5) […~] [duidt een doel aan] naar; (6) […~] [duidt het meewerkend voorwerp aan] naar; (7) […~] [duidt reden;oorzaak of aanleiding aan] door; wegens; uit; van; (8) […~] [duidt een wijze;toestand aan]; (9) […~] [duidt een hoedanigheid;positie aan] als; in z'n hoedanigheid van; (10) […~] [duidt het geïmpliceerd of logisch onderwerp van een passief;causatief aan]; (11) […~] [duidt de basis van vergelijking of verhouding aan] op; per; voor elk; elke; (12) […~は] [honoratief onderwerpspartikel]; (13) […~…] [nadrukpartikel]; (14) […~思う;聞く;見る;知る] [duidt een toestand;inhoud aan]; (15) […~] [duidt overdrachtelijkheid aan]
の傍らに nokatawarani naast; aan de kant; zijde van; opzij van; bij; dichtbij; nabij; vlakbij; kortbij; langs; [gew.] nevens; [gew.] neffens
の暁には noakatsukiniha bij; met; in het geval dat; in geval van; indien; ingeval
の暁は noakatsukiha bij; met; in het geval dat; in geval van; indien; ingeval
の為に notameni (1) voor; om; in het belang van; ten bate van; [afk.] t.b.v.; tot profijt van; ten voordele van; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ter wille van; -halve; ter benefice van; om bestwil van; om het belang van; ten faveure van; [i.h.b.] ter ere van; (2) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om; (3) wegens; door; bij; vanwege; uit; -halve; om reden dat; om redenen van; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan; (4) voor; met betrekking tot; in verband met
の no (1) [drukt bezit;eigendom uit] van; -s; 's; (2) [drukt toebehoren uit] van; bij; (3) [drukt een locatie;verblijfplaats uit] in; te; (4) [drukt een plaats van handeling uit] in; te; (5) [geeft de tijd aan] in; (6) [duidt de auteur;uitvoerder aan] van; van de hand van; door; (7) [drukt een verband;hoedanigheid uit]; (8) [drukt een eigenschap;toestand uit]; (9) [duidt het materiaal aan] van; (10) [duidt een titel;naam aan]; (11) [duidt een hoeveelheid;rangorde aan]; (12) [duidt het object aan]; (13) [duidt een doel aan]; (14) [duidt een metafoor aan]; (15) [duidt het onderwerp van een handeling;toestand aan]; (16) […~ようだ;ごとし;まにまに] [verbindingswoord]; (17) [substitueert het onderwerp]; (18) [drukt een overdrachtelijke bepaling uit]; (19) […さま~] [drukt het lijdend voorwerp uit]; (20) […~ともに;むた] [drukt een aanhaling uit]; (21) [sandhivariant van o を na n ん]
ひょっと hyotto toevallig; per; bij toeval; bijgeval; soms; bij; per ongeluk; par hazard
サイド saido (1) kant; zijde; zij; (2) [sportt.] ploeg; team; (3) bij-; neven-
ビー bī (1) B; b; (2) bij; honingbij
下 moto (1) onder; (2) bij; (3) […のもとに] met; door
付属;附属;付嘱 fuzoku (1) ap- en dependenties; (2) geaffilieerd; behorend bij; bijbehorend; ondergeschikt aan; annex; gelieerd; verbonden aan; geattacheerd; subordinaat; subsidiair; toegevoegd; toebehorend; accessoir; aangesloten bij; geassocieerd met; dochter-; bij-; [geneesk.] appendiculair
付随 fuzui bijkomend; begeleidend; bijgaand; bijbehorend; gepaard gaand; samengaand; ermee verbonden; samenhangend; concomitant; incidenteel; bijkomstig; accessoir; neven-; bij-; van dien
代わる代わる kawarugawaru bij; om beurten; om de beurt; bij toerbeurt; afwisselend; beurtelings; om en om; een voor een; de een na de andere
分譲する bunjōsuru bij; in kavelingen verkopen; verkavelen; perceelsgewijze verkopen
副 fuku (1) duplicaat; kopie; (2) [inform.] plaatsvervanger; substituant; plaatsvervuller; (3) [afk.] adv.; [afk.] bw. [afkorting van fukushi 副詞]; (4) vice-; onder-; sub-; substituut-; hulp-; assistent-; adjudant-; plaatsvervangend ~; loco-; [oneig.] waarnemend ~; (5) secundair ~; bij-; neven-; bijkomend ~; bijkomstig ~; ondergeschikt ~; tweede ~
副次的 fukujiteki secundair; bijkomend; bijkomstig; ondergeschikt; subsidiair; bij-; neven-; tweede; minder belangrijk
囲炉裏端 iroribata bij; aan de haard; om de haard
固執する koshūsuru (koppig) volharden in; bij; (hardnekkig) doorgaan met; vasthouden aan; blijven bij; persisteren bij; blijven aanhouden met
増し mashi (1) toename; groei; vermeerdering; (2) bij-; extra …; [Belg.N.] bijkomend …; (3) met de; het …; ieder …; … aan …; … na …; van … tot …; (4) beter (dan); de voorkeur verdienend (boven); te prefereren; verkiezen zijn (boven); verkieslijker zijn (dan)
対 tai (1) tegen; versus; vs.; contra; anti-; tegenover; jegens; ten opzichte van; vis-à-vis; [wedstrijd enz.] tussen [x] en [y]; [uitvoer enz.] naar; [onderhandelingen enz.] met; (2) [een verhouding van x] tegen [y]; bij; (3) voet van gelijkheid; gelijke voet; (4) tegengestelde; tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; convers
属する zokusuru (1) komen onder; vallen onder; ressorteren onder; afhankelijk zijn van; (2) behoren tot; horen bij; thuishoren in; bij; lid; deel zijn van; toebehoren aan; gerekend worden tot
属す zokusu (1) komen onder; vallen onder; ressorteren onder; afhankelijk zijn van; (2) behoren tot; horen bij; thuishoren in; bij; lid; deel zijn van; toebehoren aan; gerekend worden tot
思い出したように omoidashitayouni bij; met vlagen; zo nu en dan
於ける okeru [に~] in; op; tijdens; onder; bij
時偶 tokitama nu en dan; soms; van tijd tot tijd; op ongeregelde tijden; heel af en toe; bij; met (lange) tussenpozen; weleens; bij tijd en wijle; bij wijlen; een enkele keer; sporadisch; zo tussenbeide; [Belg.N.;niet alg.] zo tussendoor
時折 tokiori soms; af en toe; tussenbeide; [Belg.N.;niet alg.] tussendoor; van tijd tot tijd; (zo) nu en dan; nu eens dan weer; op ongeregelde tijden; bij gelegenheid; te hooi en te gras; wel eens; bij; met tussenpozen; bij tijd en wijle; [form.] bijwijlen
暁 akatsuki (1) dageraad; ochtendgloren; morgenrood; aanbreken; krieken van de dag; morgenkrieken; ochtendstond; morgenstond; zonsopgang; morgenschemering; ochtendlicht; (2) wanneer; toen; bij
炉辺 robata bij; aan de haard
炉辺 rohen bij; aan de haard
為 tame (1) belang; behoeve; bestwil; voordeel; profijt; (2) voor; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ten voordele van; -halve; [i.h.b.] ter ere van [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (3) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (4) wegens; door; bij; vanwege; uit; om reden dat; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (5) voor; met betrekking tot; in verband met [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]
照らす terasu (1) beschijnen; schijnen over; op; belichten; verlichten; licht werpen; laten vallen op; (2) tegen het licht houden van; toetsen aan; vergelijken met; bij
照らせる teraseru (1) kunnen beschijnen; kunnen schijnen over; op; kunnen belichten; kunnen verlichten; licht kunnen werpen; laten vallen op; (2) tegen het licht kunnen houden van; kunnen toetsen aan; kunnen vergelijken met; bij
蜂 hachi (1) bij; (2) wesp
運悪く unwaruku ongelukkig; ongelukkiglijk; ongelukkigerwijs; ongelukkigerwijze; onzaligerwijs; onzaligerwijze; bij; door; per ongeluk; door een ongelukkig toeval; alsof de duivel ermee speelt; helaas; het ongeluk wou dat …; op een ongelukkig moment; te kwader ure
間違って machigatte per; bij abuis; abusievelijk; bij; per vergissing; per; bij ongeluk; door een ongelukkig toeval
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 42 treffers (zoekopdracht: 'bij').
2005-2026
