日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘doordringen’
日蘭辭典 (trefwoord)
fukyū普及
zn. spreiding v.; verspreiding v.; verbreiding v. ¶ 普及さす verbreiden. ¶ 普及する verbreid zijn; doordringen.
yukiwatari行渡
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <doordringen>
充満する jūmansuru vervuld zijn van; vol zijn van; wemelen van; volledig doortrekken; doordringen
刺す sasu (1) steken; doordringen; doorsteken; heendringen door; doorboren; indrijven; spiezen; (2) [m.b.t. insect] steken; prikken; [veroud.] stikken; (3) naaien; stikken; (4) [honkb.] een loper onderscheppen; een loper uitgooien
含ませる fukumaseru (1) drenken; doorweken; doordrenken; doortrekken; doordringen; (2) in iems. mond doen houden; in iems. mond laten lopen; [i.h.b.] zogen
徹する tessuru (1) doordringen; heendringen; (2) zich wijden aan; zich toewijden aan; zich toeleggen op; zich inzetten voor; (3) tot het einde toe doorbrengen; uitzitten; [夜を] opblijven
抜く nuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad;ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
染みる;沁みる;浸みる shimiru (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; scherp zijn; bijten; prikken; pieken; snerpen; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に〜] gestijfd worden in; onder invloed komen van; (5) [身に〜] in gedachten verzinken
染み渡る shimiwataru doordringen; doortrekken; doorzijgen; vervullen
染み込ませる shimikomaseru (1) doorweken; doordrenken; drenken; doortrekken met; doordringen; doen infiltreren; (2) [fig.] doordringen; doordrenken; vervullen van; bezielen met; inboezemen; inprenten; laten bezinken
染む shimu (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; bijten; prikken; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に] gestijfd worden in; onder invloed komen van
浸透する shintōsuru doordringen; indringen; infiltreren; penetreren; doortrekken; doorsijpelen; doorzijgen; binnendringen; zich verspreiden door
突き通す tsukitōsu doordringen; binnendringen in; doorboren; doorsteken; steken in; heendringen door
見通す mitōsu (1) uitkijken; ten einde kijken; bekijken; (2) ongehinderd overzien; vrijelijk zicht hebben; (3) erdoor kijken; zien; doorzien; doorgronden; doorvorsen; doordringen; (4) voorzien; vooruitzien
貫く tsuranuku (1) gaan door; zich een weg banen door; doordringen; (heen)dringen door; penetreren; zich boren door; (2) uitvoeren; doorvoeren; volvoeren; blijven bij
貫通する kantsūsuru doorboren; zich boren in; door; doorschieten; doordringen; perforeren; doorsteken; penetreren; heendringen door
透過する tōkasuru dringen door; trekken door; doordringen; doortrekken; penetreren
通る;徹る;透る tōru (1) passeren; erdoorheen geraken; erdoor raken; erdoor(heen) komen; erdoor(heen) gaan; erdoor(heen) dringen; doorbreken; doordringen; doorgaan; doorkomen; doortrekken; doorsteken; doorlopen; lopen over; [lit.t.] doorvaren; penetreren; [m.b.t. stem] dragen; [m.b.t. schoorsteen] trekken; (2) passeren; gaan via; voorbijtrekken; langskomen; langsgaan; langslopen; langstrekken; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijlopen; voorbijstromen; circuleren; (3) doorgaan voor; passeren voor; gangbaar zijn; bekend staan (als; onder de naam van enz.); gelden als; (4) door de beugel kunnen; slagen; [m.b.t. wetsvoorstel] aangenomen worden; aanvaard worden; aanvaardbaar zijn; steek houden
通達する tsūtatsusuru (1) doordringen; alom bereiken; (2) zich bekwamen in; vaardig; vakkundig; bedreven; geverseerd; machtig worden; (3) bekendmaken; mededelen; berichten; kennisgeven; informeren; aankondigen; op de hoogte stellen; in kennis stellen; ter kennis brengen; (4) formeel kennisgeven; officieel mededelen; aanzeggen; aanzeg doen; notificeren; notifiëren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.14 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'doordringen'). 
2005-2026