
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gemoed>
内界 naikai (1) innerlijke wereld; binnenwereld; (2) innerlijk leven; gevoelswereld; (3) [boeddh.] gemoed; innerlijk; binnenste; manas; cetas; (4) [boeddh.] rijk van het geestesleven; ādhyātmika
心根 kokorone (1) bodem van het hart; gemoed; innigste van de ziel; intiemste gevoelens; (2) grondhouding; karakter; aard
心気 shinki (1) stemming; gemoed; humeur; mood; gevoel; sentiment; (2) irritatie; sombere stemming; (3) irriterend; irritant; vervelend
性質 seishitsu (1) natuur; aard; inborst; karakter; [veroud.] grond; gemoed; gesteldheid; signatuur; temperament; complexie; geaardheid; aanleg; dispositie; geneigdheid; (2) kwaliteit; eigenschap; kenmerk; karakteristiek; attribuut
意中 ichū innerlijke overtuiging; gemoed; gedachte; hart
意地 iji (1) aard; karakter; natuur; inborst; instelling; inslag; gemoed; signatuur; (2) karakter; vastheid van wil; wilskracht; ruggengraat; (3) koppigheid; eigenzinnigheid; trots; eigen wil
意気 iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
懐 kai (1) gemoed; hart; (a) inborst; gezindheid; (b) in zich bergen; (c) overhalen; (d) opbergvak; zak
琴線 kinsen (1) kotosnaar; snaar van een Japanse harp; citer; (2) [fig.] snaar; gevoelssnaar; iems. gevoel; gemoed; (3) [~に触れる] weerklank vinden; ontroeren; aangrijpen; treffen; emotioneren; op het gevoel; gemoed werken; aan de gevoelens appelleren
肺 hai (1) long; longen; [gew.] licht; [in sanatoria] pit; (a) long; (b) gemoed; hart
胸中 kyōchū hart; gemoed; boezem; gevoelens
胸 mune (1) borstkas; borststreek; borst; borststuk [m.betr.t. insecten]; thorax; [inform.] gemoed; (2) boezem; buste; borsten; (3) longen; (4) gemoed; geest; gevoelens; geweten; hart; hartstreek; (5) maag; maagstreek
腑 fu (1) ingewanden; inwendige organen; geweide; gewei; (2) hart; gemoed; (a) ingewanden; inwendige organen; (b) gemoed; innerlijk
腹 fuku (a) buik; (b) moederschoot; moeder; (c) middengedeelte; (d) hart; boezem; gemoed
裏 ura (1) achtergedeelte; achterste deel; achterkant; (2) keerzijde; andere kant; ommezijde; onderkant; binnenkant; [貨幣の] muntzijde; (3) tegengestelde; tegendeel; (4) [衣服の] voering; (5) [足;靴の] zool; ondervlak; (6) binnenste; hart; gemoed; innerlijk; (7) [honkb.] tweede helft van een inning
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'gemoed').
2005-2026
