
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ura・裏
zn. (1) [裏面] achterkant m.; keerzijde v.; onderkant m. (2) [後部] achtergedeelte v. (3) [反對] tegendeel o.; tegengestelde o. (4) [衣服の] voering v. (5) [足袋等の] zool v. (6) [路地] steeg v. (7) [心の] binnenste v. ¶ 心の裏 binnenste; grond van het hart. ¶ 錢の裏 keerzijde van een munt. ¶ 裏門 achterdeur. ¶ 裏から言ふ ironisch spreken. ¶ 裏で van achteren; achter. ¶ 家の裏で achter het huis; aan den achterkant van het huis. ¶ 裏をつける voeren.
uchi・內
(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <binnenste>
インサイド insaido (1) binnenkant; binnenzijde; binnenste; inwendige delen; (2) [honkb.] inside
コア koa (1) kern; binnenste; (2) [mijnb.] boorkern; boormonster; bodemmonster; (3) [plantk.] Acacia koa; (4) [comp.] magneetkern; kerngeheugen; (5) CORE [= Congress of Racial Equality]; (6) hardcore
中心 chūshin (1) midden; hart; binnenste; kern; [fig.] middelpunt; [fig.] spil; [fig.] navel; [綱の] ziel; (2) centrum; [fig.] haard
中 naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
内側 uchigawa binnenkant; binnenste; binnenzijde; binnenzij
内方 naihō (1) binnenkant; binnenste; [~の] innerlijk; inwendig; (2) [hon.] mevrouw; uw echtgenote
内界 naikai (1) innerlijke wereld; binnenwereld; (2) innerlijk leven; gevoelswereld; (3) [boeddh.] gemoed; innerlijk; binnenste; manas; cetas; (4) [boeddh.] rijk van het geestesleven; ādhyātmika
内部 naibu binnenste; inwendige; interne; binnenkant
内面 naimen (1) binnenkant; binnenzijde; binnenwerk; (2) het innerlijk; binnenste; inwendige
奥 oku (1) binnenste; innerlijk; hart; diep; diepste; (2) achterste deel; achterkant; (3) echtgenote [afkorting van okusan 奥さん]
奥の院 okunoin (1) binnenste gedeelte van een tempel; heiligste deel; heilige der heiligen; allerheiligste; sanctum sanctorum; adytum; adyton; (2) binnenste; diepste deel; (3) [fig.] liefdesgrot; vrouwelijk geslachtsdeel; (4) [fig.] Yoshiwara
奥底 okusoko (1) bodem; diepste; diep; (2) wezen; essentie; binnenste; innigste
屋内 okunai (1) binnenste; interieur van een huis; (2) binnen-; huis-; binnenhuis-; indoor-
最中 saichū (1) midden; middelst; binnenste; heetst [van de strijd enz.]; hartje [van de zomer enz.]; [gew.] putje; (2) in de loop van; tijdens; gedurende; onder; terwijl
最中 monaka (1) midden; hart; binnenste; kern; (2) hoogtepunt; toppunt; climax; bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd; (3) [cul.] twee ronde dunne knapperig gebakken rijstkoekjes met zoete bonenpasta ertussen
芯 shin (1) ziel; [fig.] hart; (2) kern; hart; binnenste; [fig.] merg; [蝋燭の] wiek; lemmet; kous; kousje; katoen; katoentje; [林檎;梨の] klokhuis; pit; [鉛筆の] stift; [豆の] top; [衿;帯;屏風;襖の] vulling; opvulling; vulsel; opvulsel; voering; stoffering; capitonnage; [トイレット・ペーパーのロールの] binnenhuls
裏 ura (1) achtergedeelte; achterste deel; achterkant; (2) keerzijde; andere kant; ommezijde; onderkant; binnenkant; [貨幣の] muntzijde; (3) tegengestelde; tegendeel; (4) [衣服の] voering; (5) [足;靴の] zool; ondervlak; (6) binnenste; hart; gemoed; innerlijk; (7) [honkb.] tweede helft van een inning
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'binnenste').
2005-2026
