日蘭辭典+

5 resultaten voor ‘houtje’
日蘭辭典 (trefwoord)
jibun自分
unw. zelf自分eigen. ¶ 自分で zelf; persoonlijk; in eigen persoon. ¶ 自分勝手 egoïsme; zelfzucht; eigenzinnigheid. ¶ 自分勝手に naar zijn eigen inzicht; (俗) op zijn eigen houtje. ¶ 自分きめの zelfbewust. ¶ 自分免許の met zichzelf ingenomen; zichzelf den titel gevend van; zich noemend. ¶ 自分の量見 eigen inzicht; discretie. ¶ 自分eigen gebruik. jiga も見よ.
tsukegi附木

(付け木) zn. zwavelstok m.; brandend houtje o. ¶ 紙附木 papieren lont.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <houtje>
一時凌ぎに ichijishinogini tijdelijk; provisorisch; voorlopig; houtje-touwtje; ad hoc; om de ergste nood te lenigen; zo goed en zo kwaad als het gaat; als noodvoorziening
一時凌ぎの ichijishinogino tijdelijk; provisorisch; voorlopig; nood-; houtje-touwtje-; geïmproviseerd
木片 mokuhen houtdeeltje; houtje; stuk(je) hout; houtschilfer; houtspaan; houtspaander; houtsplinter
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'houtje'). 
2005-2026