
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yakumei・役名
zn. officieele titel m.
jibun・自分
unw. zelf ¶ 自分の eigen. ¶ 自分で zelf; persoonlijk; in eigen persoon. ¶ 自分勝手 egoïsme; zelfzucht; eigenzinnigheid. ¶ 自分勝手に naar zijn eigen inzicht; (俗) op zijn eigen houtje. ¶ 自分きめの zelfbewust. ¶ 自分免許の met zichzelf ingenomen; zichzelf den titel gevend van; zich noemend. ¶ 自分の量見 eigen inzicht; discretie. ¶ 自分用 eigen gebruik. jiga も見よ.
SUPPLEMENT (trefwoord)
midashigo・見出し語
zn. titelwoord (het); de titel of het trefwoord waaronder een artikel in een woordenboek of ander naslagwerk is terug te vinden, waarmee het betreffende artikel begint (meestal vetgedrukt) en dat de volgorde van de artikels in het betreffende naslagwerk bepaalt. Voor latijnse spelling is de ordening meestal alfabetisch, voor Japanse spelling meestal volgens de 五十音( gojūon).
hōdai・邦題
zn. De Japanse titel voor een buitenlands werk (bijvoorbeeld een boek, film, muziekstuk, etc.).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <titel>
キャプション kyapushon (1) onderschrift; opschrift; bijschrift; (2) titel; kop; hoofd
タイトル taitoru (1) titel; opschrift; (2) [sportt.] titel; kampioenschap; (3) [sportt.] [maatwoord voor titels;kampioenschappen]
令状 reijō (1) [jur.] bevelschrift; bevel; lastbrief; mandaat; (2) [jur.] akte; exploot; titel
優勝 yūshō overwinning; eindzege; kampioenschap; titel
優勝する yūshōsuru de overwinning; titel; kampioenstitel behalen; het kampioenschap winnen; kampioen worden; nummer een worden; als overwinnaar uit de strijd komen; de beker winnen; eerste plaats in de wacht slepen
初優勝 hatsuyūshō [sportt.] eerste overwinning; titel; eindzege; kampioenschap
卒業 sotsugyō het afstuderen; het behalen van een diploma; bul; getuigschrift; titel; afronding; voltooiing van zijn studie
名前 namae (1) naam; [i.h.b.] voornaam; (2) naam; [m.n. van boek] titel; benaming
名目 myōmoku (1) naam; benaming; titel; (2) noemer; excuus; voorwendsel; (3) bijzondere leeswijze van een kanji; (4) spreekwoord; gezegde
名目 meimoku (1) naam; benaming; titel; (2) noemer; excuus; voorwendsel
名称 meishō naam; benaming; [rel.] denominatie; titel
名 na (1) naam; benaming; [m.b.t. boeken] titel; [i.h.b.] voornaam; persoonsnaam; (2) (goede) naam; reputatie; faam; roem; roep; bekendheid; vermaardheid; beroemdheid; (3) mom; voorwendsel; dekmantel; pretext
外題 gedai (1) titel; (2) stuk
改称 kaishō (1) naamsverandering; naamswijziging; hernoeming; herdoping; omdoping; (2) andere naam; benaming; titel; nieuwe naam; benaming; titel
書名 shomei boektitel; titel; naam van een boek; opschrift op een boek
称号 shōgō titel; [acad.] graad
肩書き katagaki (1) titel; (2) postnominale titelaanduiding; (3) eerdere veroordeling; strafblad; slechte naam; reputatie
表題 hyōdai titel; naam; opschrift; hoofd; kop; hoofding; superscriptie; headline
見出し midashi (1) opschrift; titel; rubriek; kop; hoofd; hoofding; hoofdje; kopje; [jur.] intitulé; (2) inhoudsopgave; index; register; (3) ingang; lemma; artikel; titelwoord; trefwoord; steekwoord
選手権 senshuken [sportt.] kampioenschap; titel; kampioenstitel
項目 kōmoku (1) hoofd; hoofding; titel; (2) artikel; clausule; afzonderlijke bepaling in een contract; (3) item; artikel; punt; ingang; lemma; [予算~] post; (4) [maatwoord voor artikels;items]
題 dai (1) titel; opschrift; kop; hoofdje; (2) onderwerp; opgave; thema; topic (voor een verhandeling); (3) vraagstuk; opgave; probleem; vraag; (4) [maatwoord voor titels;onderwerpen;vraagstukken]; (a) kop; begin; (b) titel; opschrift; (c) onderwerp; thema; vraagstuk; (d) opschrijven; noteren; (e) evaluatie; taxatie
題名 daimei titel; opschrift
題字 daiji titelbelettering; titelkarakter(s); titel
題目 daimoku (1) onderwerp; thema; topic; (2) titel; (3)[Nichiren-boeddh.] Nichiren-gebed
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'titel').
2005-2026
