
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ukusareru・浮される
i.w. onder den invloed zijn van; opgewonden zijn door. ¶ 熱に浮される ijlen van de koorts.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ijlen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
家路を急ぐ iejiwoisogu naar huis snellen; ijlen; zich naar huis haasten; spoeden
寝惚ける nebokeru (1) slaapdronken zijn; bedwelmd zijn door de slaap; dommelig zijn; dommelen; suffen; half slapen; nog niet goed wakker zijn; (2) slaapwandelen; (3) ijlen; wartaal; onzin uitslaan; (4) [色が] mat worden; verdoffen; verfletsen; vervalen
譫言を言う uwagotowoiu (1) ijlpraat uitslaan; ijlen; verward; onsamenhangend spreken; razen; delireren; raaskallen; (2) onzin uitslaan; uitkramen; verkopen; nonsens verkopen; flauwekul verkopen
飛ぶ tobu (1) vliegen; [form.] wieken; doorklieven; (als) op vleugels gaan; [fig.;door de lucht enz.] zeilen; de lucht ingaan; het luchtruim kiezen; [i.c.m. ひらひら] fladderen; [m.b.t. water] spatten; [m.b.t. vonken enz.] eraf vliegen; alle kanten op vliegen; (2) vliegen; stuiven; zich snel voortbewegen; schieten; wegschieten; flitsen; snellen; razen; zoeven; ijlen; spoeden; zich haasten; (3) vlieden; vluchten; (4) [m.b.t. zekering] springen; doorslaan; (5) overslaan; [comp.] skippen; [van de hak op de tak enz.] springen; overspringen; [m.b.t. bladzijden in een boek] ontbreken; (6) vervliegen; [m.b.t. kleuren] snel verschieten
馳せる haseru (1) lopen; rennen; hollen; snellen; ijlen; draven; galopperen; (2) jagen; drijven; doen galopperen; galop brengen; (3) [気持ち;思いを] laten; doen uitgaan naar; toedragen; (4) [名前;名声を] z'n naam vestigen; verbreiden; bekend maken; beroemd worden
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'ijlen').
2005-2026
