日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘invloed’
日蘭辭典 (trefwoord)
aterareru當てられる
(当てられる) geraakt worden; onder den invloed zijn van; vergiftigd zijn door. ataru も見よ.
chikara
zn. (1) [] kracht v. (2) [權] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ に任せて uit alle macht. ¶ 人のになる iemand tot steun zijn. ¶ を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ を落す den moed verliezen. ¶ 之にを得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ calorische energie.
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
kan-zuru感ずる
(kanjiru, 感じる) t.& i.w. gevoelen; i.w. het gevoel hebben; den indruk hebben; bewogen worden door; den invloed ondergaan van; reageeren op. ¶ 空腹を感ずる honger hebben. ¶ 寒さを感ずる het koud hebben. ¶ 感ずる dankbaar zijn. ¶ 感ぜぬ ongevoelig voor. ¶ 刺激に感ずる reageeren op een prikkel.
kan-suru關する
(関する) i.w. (1) [關係する] verband houden met; in betrekking staan tot; t.w. aangaan; betreffen. i.w. (2) [影響] van invloed zijn op. (3) [干涉]する] zich bemoeien met.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
kotae

(答え) zn. (1) [返答] antwoord o. (2) [解答] uitkomst v.; antwoord o.; oplossing v. (3) [效用] resultaat o.; uitwerking v. ¶ 答へる antwoorden; beantwoorden; antwoord geven. ¶ に答へて in antwoord op.... ¶ 身體にこたへる van invloed zijn op de gezondheid.

kuchikiki口利

zn. (1) [辯舌家] goed spreker m. (2) [勢力家] man van invloed m.

kuriki功力
kyo

zn. woonplaats v. ¶ 居は氣を移す men ondergaat den invloed van zijn omgeving.

yūryoku na有力な
yokyō餘響

(余響) zn. gevolg o.; invloed m.

ukusareru浮される

i.w. onder den invloed zijn van; opgewonden zijn door. ¶ 熱に浮される ijlen van de koorts.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shōrisha勝利者
zn. winnaar; overwinnaar; veroveraar. ¶ 群集は勝利者を歓呼して迎えた。 Gunshū wa shōrisha wo kankoshite mukaeta. De menigte verwelkomde de winnaar met gejuig. (TTC) ¶ 最終の勝利者は後白河であったが、両乱を通じて武士を利用したため、その後の武士の台頭を許すこととなった。 Saishū no shōrisha wa Goshirakawa de atta ga, ryōran wo tsūjite bushi wo riyōshita tame, sonogo no bushi no taitō wo yurusu koto to natta. De uiteindelijke winnaar was Goshirakawa, maar omdat hij bij de oorlogen gebruik had gemaakt van Samurai stond dit later die Samurai toe politieke invloed te verkrijgen. (BCWK)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <invloed>
ウエート uēto (1) gewicht; zwaarte; (2) gewicht; gewichtigheid; belang; invloed; aanzien; nadruk; klemtoon
七光 nanahikari invloed
作用 sayō (1) werking; actie; proces; functie; (2) invloed; effect
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
加減 kagen (1) het optellen en aftrekken; (2) toegeving; (3) de mate van ~; (4) smaak(toevoeging); kruiding; (5) aanpassing; (6) invloed; (7) gezondheidstoestand; conditie; (8) kans; (bij) toeval
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
勢力 seiryoku macht; kracht; sterkte; invloed; influentie; overwicht
i (1) ontzag; indrukwekkendheid; majesteit; gezag; invloed; autoriteit; macht; prestige; (2) waardigheid; (a) intimideren; vrees doen voelen; (b) ontzagwekkend; plechtig
haba (1) breedte; wijdte; omvang; [布地の] baan; (2) marge; verschil; speelruimte; (3) ruimte; speling; [w.g.] latitude; vrijheid; (4) invloed; overwicht
引き hiki (1) het trekken; trek; (2) het voortrekken; (3) connecties; invloed; (4) trekvastheid; (5) [foto.] opname op grote afstand; longshot; (6) geluk; mazzel bij kansspelen; (7) leiding; bevelvoering; (8) [Jap.gesch.] vermindering; vrijstelling van de grondlasten tijdens de Edo-periode; (9) aan banketgasten gegeven geschenk; (10) [intensiverend of eufonisch voorvoegsel]
影響 eikyō invloed; inwerking; influentie; impact; effect; uitwerking; repercussie; weerslag; beïnvloeding
影響する eikyōsuru beïnvloeden; invloed; impact; (uit)werking; effect hebben; van invloed zijn; influenceren; inwerken op; werken op; vermogen; [w.g.] influeren
影響力 eikyōryoku invloed; macht; impact; gewicht; belangrijkheid
感化 kanka (1) beïnvloeding; invloed; inspiratie; (2) tuchtiging; heropvoeding; verbetering
感染 kansen (1) infectie; besmetting; ontsteking; contagie; (2) (negatieve) beïnvloeding; (slechte; besmettelijke) invloed; [fig.] verderf
憚る habakaru (1) [外聞を] beducht zijn voor; duchten; schromen; ontzien; vrezen; schuwen; bang zijn te; terugschrikken; vermijden; mijden; zich generen; terughoudend zijn; aarzelen; scrupules hebben; (2) moeizaam vorderen; (3) gewichtig doen; grootdoen; zich nadrukkelijk doen gelden; invloed; macht uitoefenen; de baas spelen; (4) woekeren; om zich heen grijpen; zich verbreiden
押し oshi (1) duw; (2) gewicht; druk; (3) macht; invloed; gewicht; doordrijverij; brutaliteit; lef; drammerigheid
権力 kenryoku macht; autoriteit; invloed; gezag
権勢 kensei macht; invloed; autoriteit
ha (1) [maatwoord voor golfbewegingen]; (a) golf; (b) [nat.] golf; (c) [fig.] golf; invloed
煽り aori (1) [風の] windstoot; windvlaag; vlaag; windinvloed; zuiging; (2) invloed; effect; weerslag; terugslag; (3) aansporing; aanzetting; aanstichting; instigatie; beïnvloeding; [i.h.b.] intimidatie; (4) [theat.] gesticulatie met waaier waarmee de portier toeschouwers tracht te lokken; (5) [m.b.t. leeuwendans] romp van de leeuw; (6) wan om graankorrels op gewicht te sorteren; (7) [foto.] tilt; tilling; (8) [m.b.t. tijdschrift;krant] als teaser bedoelde inleiding tot een artikel; (9) [beurst.] manipulatie van de koers; markt; (10) het bumperkleven
重し omoshi (1) gewicht; (2) druk; invloed
重み omomi (1) gewicht; zwaarte; (2) belang; gewichtigheid; belangrijkheid; lading; invloed; aanzien
関係 kankei (1) relatie; betrekking; verhouding; verwantschap; verband; bemoeienis; bemoeiing; (2) deelname; aandeel; (3) invloed; (4) (seksuele) relatie; omgang
響き;響 hibiki (1) geluid; klank; galm; gegalm; (2) weergalm; weerklank; resonantie; nagalm; naklank; echo; reverberatie; (3) invloed; weerslag; effect; werking
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'invloed'). 
2005-2026