
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
sōchi・裝置
zn. inrichting v.; installatie v.; apparaat o.; uitrusting v. ¶ 裝置する uitrusten met; aanbrengen; installeeren; monteeren. ¶ 制動機裝置 rem-inrichting; remtoestel. ¶ 水雷を裝置する mijnen leggen. ¶ 無線電信機が裝置してある uitgerust zijn met eene installatie voor draadlooze telegrafie.
zenbi・全備
zn. complete uitrusting v.; volledige installatie v. ¶ 全備する geheel uitgerust; gereed voor gebruik.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <installatie>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
インストール insutooru [comp.] installatie
任命 ninmei aanstelling; benoeming; nominatie; plaatsing; installatie
任官 ninkan benoeming tot een ambt; aanstelling; bevestiging; installatie
備品 bihin uitrusting; inrichting; installatie; aankleding; ameublement; meubilair; meubilering; toebehoren; apparatuur; armatuur; outillage
即位 sokui troonsbestijging; troonsbeklimming; troonsaanvaarding; intronisatie; inhuldiging; inauguratie; installatie
取付け toritsuke (1) aanbrenging; installatie; installering; het uitrusten (met); (2) [geldw.] run (op een bank); (3) het als vaste klant waren betrekken van; geregelde aankoop
叙任 jonin aanstelling; benoeming; installatie; bevestiging; investituur
安置 anchi (1) plaatsing; installatie; (2) opbaring
導入 dounyuu invoering; introductie; inleiding; aanneming; adoptie; installatie; instelling
就任 shuunin installatie; inauguratie; aanvaarding [van functie;ambt]; bevestiging [in ambt;waardigheid]; inhuldiging; investituur; ambtsaanvaarding; infunctietreding; indiensttreding
施設 shisetsu (1) instituut; instelling; inrichting; tehuis; gesticht; (2) voorziening; gelegenheid; faciliteit; installatie
機 ki (1) gelegenheid; kans; tijd; moment; opportuniteit; omstandigheden; juiste ogenblik; (2) machine; toestel; (werk)tuig; apparaat; installatie; (3) vliegtuig; toestel; [veroud.] vliegmachine; [w.g.] vliegtoestel; (4) [maatwoord voor vliegtuigen]
特設 tokusetsu speciale oprichting; vestiging; installatie
装着 souchaku bevestiging; installatie; aanbrenging; uitrusting; montering
装置 souchi (1) installatie; apparaat; toestel; inrichting; apparatuur; (2) installatie; outillage; uitrusting
設備 setsubi (1) uitrusting; toerusting; outillage; installatie; apparatuur; inrichting; voorzieningen; accommodatie; gemakken; faciliteiten; materieel; [veroud.;m.b.t. schip] equipement; (2) het uitrusten; het toerusten; het outilleren; het equiperen; installering; uitmonstering
設置 setchi (1) installatie; plaatsing; opstelling; installering; aanbrenging; (2) oprichting; vestiging; instelling; stichting; installering; totstandbrenging; formatie
開業 kaigyou opening van een praktijk; zaak; het beginnen; opzetten van een zaak; oprichting van een zaak; vestiging van een praktijk; bedrijf; aanvang van z'n werkzaamheden [als arts;advocaat enz.]; installatie
開設 kaisetsu oprichting; vestiging; opening; installatie
Tijd: 1.74 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'installatie').
2005-2026
