日蘭辭典+

67 resultaten voor ‘gebruik’
日蘭辭典 (trefwoord)
shiyō使用
zn. gebruik o.; toepassing v.; aanwending v. ¶ 使用する gebruiken; toepassen; gebruik maken van. ¶ 使用法 gebruiksaanwijzing. ¶ 使用權 gebruiksrecht. ¶ 使用人 employé. ¶ 使用料 huur; vergoeding voor het gebruik. ¶ 使用者 gebruiker; huurder. ¶ 使用濟の gebruikt; afgewerkt.
arikitari在來
(在り来たり) zn. gebruik o.; gewoonte v.; graditie; traditioneel. ¶ 在來の例を倣う de traditie volgen.
yakuyō藥用
(薬用) zn. medicinaal gebruik o. ¶ 藥用にする als geneesmiddel gebruiken.
tochi土地
zn. land o.; grond m.; terrein o.; gebied o. ¶ 土地landhonger. ¶ 肥えた土地 vruchtbare grond. ¶ 土地を開拓する terrein ontginnen. ¶ 土地plaatselijk. ¶ 土地の新聞 locale pers; plaatselijke bladen. ¶ 土地の人 landvolk. ¶ 土地臺帳 kadaster. ¶ 土地plaatselijk gebruik. ¶ 土地訛 dialect; plaatselijke uitdrukking. ¶ 土地所有 grondeigendom. ¶ 土地収用 onteigening van grond. ¶ 土地測量 kadastrale opmeting.
hatarakasu働かす

i.w. gebruik maken van; i.w. laten werken; vervoegen (動詞を).

kōshi行使
zn. gebruik o.; uitoefening v. ¶ 行使する gebruik maken van; aanwenden; uitoefenen.
koto糊塗

zn. lapmiddel o. ¶ 糊塗する oplappen; van lapmiddelen gebruik maken; tijdelijk zich behelpen; een vernisje geven; geen grondige verbetering aanbrengen.

kozoku古俗
kyōdō共同

zn. vereeniging v.; gemeenschap v. ¶ 共同の gemeenschappelijk; openbaar; algemeen; publiek; voor algemeen gebruik. ¶ 共同財產 gemeenschappelijk eigendom. ¶ 共同海損 averij grosse. ¶ 共同出資 gemeenschappelijke rekening. ¶ 共同生活 samenwoning. ¶ 共同で書く schrijven in samenwerking met. ¶ 共同する samengaan; samenwerken; zich vereenigen. ¶ 共同して gezamenlijk; tezamen; samen. ¶ 共同相續人 mede-erfgenaam. ¶ 共同被告 mede-beklaagde.

zokushū俗習

zn. gewoonte v.; gebruik o.

zoku

zn. (1) [區俗] gewoonte v.; gebruik o.; zede v. (2) [僧侶に對し] leekenwereld v. (3) [野卑] vulgariteit v. ¶ 俗生活 wereldschen leven. ¶ 俗な wereldsch; gewoon; vulgair; laag bij den grond; niet verheven. ¶ 俗に gewoonlijk; gewoon; vulgair. ¶ 俗になつた afgezaagd; gewoon. ¶ 俗に言へば om een gewone uitdrukking te gebruiken; zooals men gewoonlijk zegt.

zenyō善用

zn. goed gebruik o. ¶ 善用する goed gebruikt; wel besteed.

zenbi全備

zn. complete uitrusting v.; volledige installatie v. ¶ 全備する geheel uitgerust; gereed voor gebruik.

zayū座右

zn. onmisbaarheid v.; geregeld gebruik o. ¶ 座右の銘 levensregel; motto. ¶ 座右に備へる altijd bij de hand hebben.

yōto用途

zn. gebruik o.; nut o. ¶ 用途が廣い voor vele doeleinden bruikbaar; zeer nuttig.

yōsui用水

zn. water ten gebruike o.; regenwater o. ¶ 用水池 waterreservoir. ¶ 用水桶 regenbak; regenton; waterton.

yoshū餘習

(余習) zn. overgebleven oud gebruik o.

yōhei用兵

zn. taktiek v.; gebruik van troepen. ¶ 用兵學 krijgskunde.

yōhō用法

zn. gebruiksaanwijzing v. ¶ 用法を敎へる wijzen, hoe men iets gebruiken moet.

yofū餘風

(余風) zn. overgebleven gebruik o.

(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.

yatou雇ふ

t.w. in dienst nemen; huren; engageeren; gebruiken.

yaku

zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.

watari

zn. (1) [渡ること] overtocht m.; overvaart v.; passage v. (2) [舶來] invoer m. (3) [渡板] loopplank v. (4) [直徑] doorsnede v. (5) [交涉] onderhandeling v. ¶ 渡りに船と…¶ する met graagte gebruik maken van. ¶ 渡りをつける tot overeenstemming komen; relatie knoopen.

wanryoku腕力

zn. physieke kracht v.; spierkracht v. ¶ 腕力に訴へる zijn toevlucht nemen tot geweld. ¶ 腕力を用ひる geweld gebruiken. ¶ 腕力の制裁を加へる eigen rechter zijn. ¶ 腕力政治 recht aan den sterkste.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

unyō運用

zn. gebruik o.; behandeling v.; beheer o.; administratie v. ¶ 運用する gebruiken; aanwenden; beheeren; administreeren; besturen; behandelen. ¶ 資本の運用 nuttig gebruik van kapitaal. ¶ 刑法の運用 toepassing van de strafwet. ¶ 運用術 behandeling van een schip; zeevaartkunde.

ude

zn. arm m.; bekwaamheid (技倆) v. ¶ 腕を組む de armen kruisen. ¶ 腕が痒つてゐる de handen jeuken. ¶ 腕沙汰に及ぶ geweld gebruiken. ¶ 腕を貸す een handje helpen; hulp verleenen. ¶ 腕をまくる de mouwen opstroopen. ¶ 腕を折る zijn arm breken. ¶ 腕を組合せて arm in arm; gearmd. ¶ 腕時計 armbandhorloge. ¶ 腕比べをする zich met elkaar meten.

tsūyō通用

zn. algemeen gebruik o.; gangbaarheid v. ¶ 通用金 munt in omloop; gangbaar geld. ¶ 切符通用期限 duur der geldigheid van een kaartje. ¶ 通用する bruikbaar zijn; in omloop zijn; gangbaar zijn. ¶ 通用貨幣 gangbare munt; wettig betaalmiddel. ¶ 通用語 gebruikelijke uitdrukking. ¶ 通用門 achterdeur; zijdeur.

tsukegusuri附藥

(付け薬) zn. smeersel o.; middel voor uitwendig gebruik.

tsukeiru附入る

(付け入る) i.w. gebruik maken van.

tsukekomu附込む

(付け込む) t.w. (1) [帳簿に] boeken; inboeken. i.w. (2) [弱點に] gebruik maken van; speculeeren op. t.w. (3) [豫約] bespreken; reserveeren. ¶ 無智に附込む speculeeren op iemands onwetendheid.

tsukau使ふ

(使う) t.w. (1) [使用] gebruiken; aanwenden. (2) [雇使] in dienst nemen. (3) [消費] verteren; verbruiken. ¶ 鋏を使ふ schaar gebruiken. ¶ 石運びに使ふ steenen laten sjouwen. ¶ 人を酷く使ふ menschen afbeulen. ¶ 金を……¶ に使ふ geld uitgeven voor; geld besteden aan. ¶ 蘭語を使ふ in ’t Hollandsch zeggen; Hollandsch praten.

tsukaidokoro使所

zn. gebruik o.; nut o.; dienst m. ¶ 使處がない nergens toe dienen; onbruikbaar zijn.

tsukaikata使方

zn. wijze van gebruik. ¶ 使方が分らぬ niet weten hoe te gebruiken; niet kunnen omgaan met.

tsukaikiru使切る
tsukaikomi使込

(使い込み) zn. verduistering v.; onrechtmatig gebruik ten eigen bate. ¶ 使込む verduisteren; onrechtmatig ten eigen bate gebruiken (私消); gewend zijn om te gebruiken (使馴れる).

tsukaimichi使途

(使い道) zn. wijze van gebruik; nut o.; dienst m. ¶ 使途のある nuttig; bruikbaar. ¶ 使途が廣い voor velerlei doeleinden te gebruiken.

tsukainareru使馴れる

i.w. gewend zijn aan het gebruik; gewend raken.

tsukaisugiru使過ぎる

t.w. (1) [使過ぎる] te veel gebruiken. (2) [過勞] te hard laten werken; afbeulen. ¶ 身體を使過ぎる zich overwerken.

tsukaiyō使樣

(使様) zn. wijze van gebruik.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gebruik>
アプリケーション apurikēshon (1) [comp.] applicatie; app; (2) toepassing; aanwending; gebruik; (3) aanvraag; verzoek; sollicitatie
コンベンション konbenshon (1) conventie; gewoonte; gebruik; regel; (2) conventie; bijeenkomst; congres; conferentie
ユース yūsu (1) jeugd; (2) jeugdherberg; (3) gebruik
使い方 tsukaikata gebruik; gebruikswijze; behandelingswijze; manier van gebruiken; omspringen; behandelen
使用 shiyō gebruik; aanwending; beziging; [金の] besteding
rei (1) gewoonte; gebruik; praktijk; (2) usance; usantie; het obligaat-zijn; (3) waarvan; van wie gesproken wordt; iets bekends [onder gespreksgenoten]; (4) precedent; traditie; (5) voorbeeld; illustratie; geval; specimen; staaltje; proeve; exemplum; [afk.] vb.; (6) [maatwoord voor voorbeelden;illustraties]; (a) gewoonte; gebruik; vaste gebeurtenis; (b) regel; voorschrift; (c) algemeen principe; (d) voorbeeld; model
利用 riyō (1) (nuttig) gebruik; (nuttige) toepassing; benutting; aanwending; (2) utilisatie; exploitatie; gebruikmaking
取用 shuyō aanwending; gebruik; toepassing; aanneming; adoptie; overneming
定め sadame (1) regel; bepaling; wet; voorschrift; verordening; verordinering; ordonnantie; ordinantie; regeling; beschikking; (2) vaste regel; gebruik; (3) lotsbeschikking; lot; voorbeschikking; (4) beslissing; oordeel; (5) deliberatie; beraadslaging
慣例 kanrei gewoonte; gebruik; precedent; [w.g.] antecedent; [Belg.N.;niet alg.] voorgaande
慣習 kanshū gewoonte; gebruik; praktijk; usance; usantie; conventie; [jur.] consuetudo [gebruik waaraan rechtskracht wordt toegekend]
慣行 kankō gewoonte; gebruik; usance; usantie; traditie; staande praktijk; [Belg.N.] geplogenheid
扱い atsukai (1) gebruik; hantering; aanpak; bediening; (2) behandeling; ontvangst; onthaal; bejegening; (3) omgang; (4) verzorging; verpleging; (5) bemiddeling; arbitrage
採用 saiyō (1) aanwending; gebruik; toepassing; aanneming; adoptie; overneming; ontlening; het kiezen voor iets; (2) tewerkstelling; indienstneming; [Belg.N.] aanwerving
決まり kimari (1) regeling; besluit; overeenkomst; (2) regel; reglementering; bepaling; reglement; (3) gewoonte; gebruik
用途 yōto gebruik; gebruikswijze; manier van gebruiken; gebruiksmogelijkheid; gebruiksdoel; toepassing; gebruiksbestemming; doeleinde
(1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep; (a) voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum
発動 hatsudō (1) inschakeling; inwerkingbrenging; aanzetting; (2) [jur.] uitoefening; gebruik; aanwending; toepassing; inzet; inroeping; (3) activering; dynamisering
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
習い narai gewoonte; gebruik; praktijk; geplogenheid; gebruikelijke wijze
習わし narawashi (1) gewoonte; zede; gebruik; praktijk; [Belg.N.] geplogenheid; usance; usantie; traditie; (2) oefening; training; (3) het aanleren; gewoontevorming; gewenning
習慣 shūkan (1) gewoonte; hebbelijkheid; aanwensel; gewendheid; [w.g.] aanwenst; (2) gewoonte; gebruik; praktijk; zede; wijze; adat; [veroud.] wijs; [w.g.] usance; [w.g.] usantie; [Lat.;studentent.] mos; [Lat.] usus
運用 un'yō aanwending; gebruik; gebruikmaking; investering; besteding; hantering; bediening; toepassing; tenuitvoerbrenging
遣い;使い;遣;使 zukai het gebruiken; aanwenden; hanteren van ~; -gebruik; -hantering [gevoegd achter meishi]
風習 fūshū zeden en gewoonten; gewoonte; gebruik; [Belg.N.] geplogenheid
(1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht; (4) zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.04 sec. jiten.nl: 41 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'gebruik'). 
2005-2026