日蘭辭典+

105 resultaten voor ‘geheel’
日蘭辭典 (trefwoord)
sōtai總體

(総体) zn. geheel o.; massa v.; het geheele lichaam o. ¶ 總體の geheel; totaal. ¶ 總體に over het geheel; in ’t algemeen; alles bijeengerekend; alles samengenomen. ¶ 總體に出來がよかった over het geheel genomen is het wel geslaagd. ¶ 總體で in ’t geheel; totaal.

araizarai洗浚
(洗い浚い) bw. geheel; totaal.
arayuru有らゆる
(凡ゆる) bn. alle; geheel. ¶ 有らゆる人 alle menschen; iedereen. ¶ 有らゆる處 overal. ¶ 有らゆる手段を盡す niets onbeproefd laten.
agete擧げて
(挙げて) bn. alle; geheel; bw. met zijn allen. ¶ 國をあげて het geheele volk. ¶ 全力をあげて met alle macht.
ittai一體
(一体) zn. één lichaam o.; bw. per slot van rekening; eigenlijk; inderdaad; alles wel beschouwd. ¶ 一體に over het algemeen; alles samen genomen. ¶ 全國一體不作だ de oogst is slecht over het geheele land. ¶ この騷ぎ一體どうしたのか waar is nu eigenlijk al die deining over.
sekai世界
zn. de wereld v.; de aarde (地球) v. ¶ 古いの世界 de oudheid. ¶ 世界 de wereld bij nacht. ¶ 世界 de sterrenwereld. ¶ 世界戦争 wereldoorlog. ¶ 世界中 de geheele wereld; overal. ¶ 世界の果まで tot het eind van de wereld. ¶ 世界的 de geheele wereld betreffende; universeel; internationaal. ¶ 世界語 wereldtaal. ¶ 世界一週 reis om de wereld. ¶ 世界人 cosmopoliet. ¶ 世界漫遊者 wereldreiziger; globetrotter (英語). ¶ 世界主義 cosmopolitische beginselen; internationalisme. ¶ 世界主義者 cosmopoliet; wereldburger.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
oyoso凡そ
bw. (1) [一般に] over ’t algemeen; in ’t algemeen gezegd; over ’t geheel genomen. (2) [] ongeveer; in ronde getallen; om en bij. ¶ 凡そ一千ongeveer duizend yen; een duizend yen of zoo.
zenbu全部
zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃って compleet. ¶ 全部に亙って geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.
shōgai生涯
het geheele leven o. ¶ 生涯levenslang. ¶ 生涯事業する als een levenstaak beschouwen.
totemo迚も
(とても) bw. volstrekt; absoluut; geheel en al. ¶ 迚も出來ない volstrekt onmogelijk; uitgesloten.
hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

boroboroぼろぼろ

bn. gescheurd; voddig. ¶ ぼろぼろの洋服を著て gekleed in voddige Europeesche kleeren. ¶ がぼろぼろに切れた het boek hangt geheel uit elkaar.

kotogotoku悉く

bw. geheel; zonder uitzondering; door en door; ten volle.

kuchihateru朽果てる

i.w. geheel verrotten; zijn leven eindigen; zijn dagen slijten; ruïneeren.

kyoka擧家

(挙家) zn. de geheele familie.

kyokoku擧國

(挙国) zn. het geheele land o. ¶ 擧國皆兵 algemeene dienstplicht.

-zukumeづくめ

bn. vol van; geheel overdekt met.

zubuずぶ

bw. geheel en al. ¶ ずぶ濡れになる doornat zijn.

zeppan ni naru絶版になる

i.w. niet meer te krijgen zijn; de geheele druk is uitverkocht.

zenzen全然

bw. geheel; totaal; volkomen; volledig; volstrekt; ten eenen male.

zentsū全通

zn. volledige openstelling voor het verkeer. ¶ 全通する geheel opengesteld worden.

zenshi全市

zn. geheele stad v.

zenshō全燒

(全焼) zn. totale verwoesting door brand. ¶ 全燒する totaal verbranden; geheel afbranden.

zenshin全身

zn. het geheele lichaam o.; bw. ten voeten uit. ¶ 全身畫 portret ten voeten uit. ¶ 全身に van top tot teen; over het geheele lichaam. ¶ 全身これ愛 zij is één en al liefde.

zentai全隊

zn. het geheele legercorps o.

zentai全體

(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?

zenryō全量

zn. de geheele hoeveelheid o.; alles v.

zenpuku全幅

zn. geheel breedte v. ¶ 全幅の vol; volledig; geheel.

zensekai全世界

zn. de geheele wereld v.

zenpen全篇

zn. het geheele werk o.

zensen全船

zn. het geheele schip o.

zenpan全般

zn. geheel o. ¶ 全般の algemeen. ¶ 全般に over het algemeen; over het geheel genomen.

zensen全線

bn. langs het geheele front (戰線).

zenkan全卷

(全巻) zn. compleet boek o.; het geheele boek o.

zenkō全校

zn. de geheele school v.

zenkoku全國

(全国) zn. het geheele land o.

zengun全軍

zn. het geheele leger o.; de geheele krijgsmacht.

zen-in全院

zn. de geheele Kamer (議會) v.

zen-in全員

zn. alle leden o.mv.; de geheele bemanning (船の) v.

zenkai全會

(全会) zn. geheele vergadering v. ¶ 全會一致 eenstemmigheid. ¶ 全會一致で met algemeene stemmen; eenstemmig; unaniem.

zenka全家

zn. de geheele familie v.

zenkai全快

zn. volledig herstel o. ¶ 全快する geheel genezen zijn.

zenchō全長
zenbu全部

zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃つて compleet. ¶ 全部に亙つて geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.

zenchi全治

zn. volledig herstel o. ¶ 全治する geheel genezen zijn.

zenbi全備

zn. complete uitrusting v.; volledige installatie v. ¶ 全備する geheel uitgerust; gereed voor gebruik.

zen

zn. geheel o.; totaal o.; bn. geheel; totaal; compleet. ¶ 全會員 alle leden. ¶ 全三尺 ten volle drie voet. ¶ 全財產 alle bezittingen. ¶ 全帝國 het geheele rijk.

yorube寄邊

(寄辺) zn. toevlucht v.; beschermer m.; steun m. ¶ 寄邊なき zonder vrienden; hulpeloos; geheel verlaten; alleen op de wereld.

yomosugara終夜
yoppite夜つぴて

bw. den geheelen nacht door.

yomikiri讀切

(読切) zn. (1) [讀終ること] doorlezing v. (2) [句讀] zinsverdeeling v.; punctuatie v.; plaatsing der leesteekens. ¶ 話の讀切 eind van een verhaal. ¶ 讀切小説 complete roman. ¶ 讀切る uitlezen; geheel doorlezen.

yojū夜中
yoikagen好い加減

zn. gematigdheid v.; juiste mate v. ¶ 好い加減に matig; niet geheel voldoende.

yodōshi夜通

bw. de geheelen nacht.

yoakashi夜明かし

zn. nachtwake v. ¶ 夜明しする den geheelen nacht op blijven; niet gaan slapen.

watashi渡し

zn. (1) [渡すこと] overvaart v.; overtocht m. (2) [交付] overdracht v.; overhandiging v.; levering v. (3) [渡船] veerboot v.; pont v. (4) [渡船場] veer o. ¶ 渡守 veerman. ¶ 渡錢 veergeld. ¶ 本船渡 levering aan boord; levering f. o. b. (free on board). ¶ 此の普請は一切渡しでやらせた de bouw is geheel geschied als aangenomen werk.

warifu割符

zn. telhoutje o.; kerfstok m.; controlekaart v. ¶ 割符を合す樣だ het klopt precies; zij komen geheel overeen.

ware

vnw. zelf; ik. ¶ 我を忘れる zich vergeten; het hoofd kwijt zijn; opgaan in. ¶ 我から好んで geheel vrijwillig. ¶ 我に復る weer bijkomen; tot bezinning komen. ¶ 我を忘れて喜ぶ buiten zichzelf zijn van vreugde. ¶ 我知らずに onwillekeurig; onbewust.

uttekawaru打つて變る

(打つて変る) i.w. geheel veranderen; totaal veranderen. ¶ 打つて變つて integendeel.

urikiru賣切る
udai宇內

(宇内) zn. de geheele wereld v.

uchijū家中

zn. de geheele familie v.

tsūzū-uraura ni津々浦々に

bw. wijd en zijd; overal; in het geheele land.

tsūshō通宵
tsumaru詰る

(詰まる) i.w. (1) [行詰る] gestremd zijn; versperd zijn. (2) [充滿する] geheel vol zijn. (3) [窮する] in moeilijke omstandigheden zijn; in benardheid zitten. (4) [短くなる] inkrimpen; krimpen. ¶ 日が詰つてくる de dagen beginnen te korten. ¶ 金に詰つて居る om geld verlegen zijn.

tsūkei通計

zn. totaal o.; totaal bedrag o.; geheele som v.

tsukaikatasu費果す
tsūjite通じて

bw. overal.; vz. door bemiddeling van. ¶ 全國を通じて in het geheele land. ¶ 田中氏を通じて door bemiddeling van den heer Tanaka.

tsūdoku suru通讀する

(通読する) t.w. geheel doorlezen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
zenra全裸
(znw, no-adj) geheel ongekleed zijn; spiernaakt; poedelnaakt. ¶ 全裸体 zenratai spiernaakt lichaam.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geheel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
すっかり sukkari volledig; helemaal; (in zijn) geheel; [form.] gans; integraal; compleet; in zijn totaliteit; volkomen; onverdeeld; ten volle; volmaakt [tevreden;gelukkig enz.]; totaal; grondig; volop
そっくり sokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
とことん tokoton (1) [~まで] tot het allerlaatste; bittere einde; all the way; (2) volkomen; geheel; ten volle; à fond; helemaal; volledig; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
トータル tootaru (1) totaal; geheel; volledige hoeveelheid; (2) Total
一円 ichien (1) heel het gebied; de hele regio; (2) één yen; (3) Ichien; (4) integraal; volledig; helemaal; geheel; (5) [~…ない] helemaal; absoluut; volstrekt … niet
itsu (1) één; (2) eenheid; geheel; gelijkheid; (3) een en ander; iets anders; (a) één; (b) eerste; (c) bundeling; verenigen; (d) puur; exclusief; (e) een of ander; (f) gering
take (1) lengte; lichaamslengte; gestalte; statuur; (2) lengte; (3) geheel; alles; alle zaken; alle dingen
丸;円 maru (1) cirkel; (2) kringetje; [oneig.] g'tje [als symbool voor o.a. een correct antwoord]; (3) punt [leesteken]; (4) geheel; (5) één van de torens binnen een vesting; (6) stuiver; duiten; poen; (7) [een] vol [uur enz.]; volledig …; heel …; gans …; (8) volkomen …; volledig …; compleet …; helemaal …; volslagen …
zen (1) geheel; al; (2) de; het (ge)hele ~; heel de; het ~; de; het ganse ~; pan-; (3) van in totaal ~ (boekdelen; volumina)
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
全体 zentai (1) geheel; totaliteit; totaal; [attr.] heel; [attr.] al(le); (2) in de eerste plaats; om te beginnen; eerst en vooral; (3) wat ~ toch; wat ~ in 's hemelsnaam; wat ~ in vredesnaam; wat ~ in godsnaam; (4) in het geheel; alles samen; alles bij elkaar (genomen); in totaal; in toto [gevolgd door de で]; (5) in het algemeen; over het geheel; generaliter; globaal genomen [gevolgd door ni に]
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全般 zenpan (1) geheel; al; (2) in zijn geheel; als geheel; (3) algemeen; in het algemeen; generaliter
全般の zenpanno geheel; heel; totaal; universeel; algemeen; algeheel; globaal
全部 zenbu (1) geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele mikmak; de hele bende; [attr.] compleet; (2) volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans
zen (1) volledige; complete; integrale; voltallige versie; (2) in totaal (… boekdelen); alles bij elkaar (… banden); (3) alle …; hele …; gehele …; volledige …; complete …; al-; alles-; omn-; pan-; pant-; panto-; (a) gaaf; heel; volledig; intact; (b) al; alles; geheel; compleet; (c) voltooien; vervolmaken
凡そ oyoso (1) samenvatting; kort overzicht; resumé; de voornaamste punten; (2) over het algemeen; in principe; (3) geheel; volkomen; compleet; totaal
合切 gassai alles; geheel
完全に kanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; van a tot z; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
尽く;悉く kotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
残らず nokorazu al; alles; helemaal; heel; geheel; compleet; volledig; exhaustief; integraal; uitputtend; één en al; geheel en al; stuk voor stuk; tot de laatste [man;cent;druppel enz.]; zonder uitzondering; [arch.] gans
百パーセント hyakupaasento honderd procent; percent; 100%; geheel; helemaal; ten volle; volledig
mina (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
minna (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
真っ ma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
真っ裸 mappadaka geheel; totaal naakt; poedelnaakt; spiernaakt; moedernaakt; bloednaakt; [w.g.] piernaakt
結束する kessokusuru een eenheid; geheel; unie vormen; zich bij elkaar aansluiten; zich aaneensluiten; zich verenigen; [arch.] zich verenen
絶対 zettai (1) iets absoluuts; absoluutheid; [attr.] absoluut; [attr.] volstrekt; [attr.] totaal; [attr.;fig.] soeverein; [attr.;fil.] categorisch; [attr.;m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk; (2) absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist
絶対的 zettaiteki absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
絶対的に zettaitekini absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
総じて soujite (1) globaal; ruim genomen; in; over 't algemeen; ruwweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; (2) geheel; integraal; volledig; compleet
総体 soutai (1) geheel; totaal; (2) in; over 't algemeen; globaal genomen; alles bij elkaar (genomen); over het geheel genomen; in summa; generaliter; grosso modo
隈なく kumanaku (1) helemaal; geheel; overal; in elk hoekje en gaatje; (2) zonder het minste wolkje
集合体 shuugoutai geheel; samenstel; complex; verzameling; vergaring; conglomeraat; collectief
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.48 sec. jiten.nl: 71 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'geheel'). 
2005-2026