
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <koord>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ロープ roopu touw; koord; lijn; reep; [Belg.N.] zeel
弓弦 yuzuru boogpees; boogstreng; pees van een boog; koord
弓弦 yumizuru boogpees; boogstreng; pees van een boog; koord
弓弦 yunzuru boogpees; boogstreng; pees van een boog; koord
弦 tsuru boogstreng; boogpees; koord
糸 ito (1) draad; garen; (2) touw; koord; (3) snaar
紐 himo (1) touwtje; snoer; lijn; koord; pees; riempje; bandje; [靴の] veter; (2) impliciete voorwaarden; kleine lettertjes; beperkende bepalingen; (3) pooier; souteneur; Jantje soet; [volkst.] bikker; [Barg.] mietnasser; [Barg.] boutebikker; [Barg.] pol
紐付き himotsuki (1) [~の] voorzien van een touwtje; snoer; koord; riempje; geveterd; (2) [~の女] vrouw die een minnaar heeft; (3) [~の] met beperkende bepalingen; voorwaardelijk; met kleine lettertjes
綱 kou (1) touw; koord; kabel; tros; (2) basis; grondslag; grondbeginsel; programma; (3) [Jap.gesch.] pachter van de staatsinkomsten; tollenaar; (4) [biol.] klasse; (a) basis; grondbeginsel; hoofdlijnen; (b) hoofdafdeling; klasse
綱 tsuna (1) touw; koord; reep; lijn; snoer; streng; kabeltouw; [scheepv.] tros; [scheepv.] sjorring; (2) houvast; zekerheid; (3) [sumō-jargon] (titel van) yokozuna; sumōkampioen; sumōkampioenschap
縄張り nawabari (1) het spannen van een touw; koord; afspanning; het omheinen; afzetten; omringen met touwen of koorden; (2) het leggen van een kordon; (3) terrein; domein; gebied; (4) invloedssfeer; krachtveld; machtsgebied; machtssfeer; (5) [biol.] territorium; (6) [bouwk.] aanleg van de omwalling; omgrachting
縄 nawa (1) touw; koord; (2) [veroud.] knevel; kneveltouw; koorden boei
Tijd: 1.2 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'koord').
2005-2026
