日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘draad’
日蘭辭典 (trefwoord)
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
itoguchi絲口
(緖、緒、糸口) zn. (1) [絲の] het einde van een draad. (2) [端緖] het begin van een spoor; aanwijzing v. ¶ 絲口が開けた een begin is gemaakt. ¶ 探索する絲口がない er is geen enkel spoor, dat men kan volgen; er is geen enkele aanwijzing.
ito
(糸) zn. draad m.; touw (繩) o.; snaar (絃) v.; garen o. ¶ 木綿 garen; katoenen garen.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
ichiru一縷
zn. een draad m. ¶ 一縷の望 een sprankje hoop. ¶ 一縷のだ zijn leven hangt aan een zijden draad.
zetsuen絶緣

(絶縁) zn. (1) [縁切] verbreking van relaties. (2) [電氣] isolatie v. ¶ 絶緣する betrekkingen afbreken; isoleeren. ¶ 絶緣線 geïsoleerde draad. ¶ 絶緣體 isoleerend lichaam. ¶ 絶緣物 isolator.

yori-ito撚絲

(撚糸) zn. gedraaide draad m.; gesponnendraad m.

yorime撚目

zn. kronkel m.; vouw v.; draad m.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <draad>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
コード koodo (1) [muz.] snaar; (2) [muz.] akkoord; (3) deontologische code; gedragslijn; (4) [telegr.;comp.] code; (5) kabel; snoer; draad
大体 daitai (1) grote lijnen; trekken; hoofdzaken; kern; essentie; hoofdgedachte; teneur; strekking; draad; hoofdlijnen; hoofdtrekken; hoofdpunten; grondtrekken; globaliteit; algemeenheid; algemeniteit; (2) gros; hoofdmoot; meerderheid; het meeste; grootste deel; grootste gedeelte; merendeel; leeuwendeel; (3) zogoed als; vrijwel; nagenoeg; praktisch; zogezegd; (4) over 't algemeen; globaal genomen; ruwweg; grofweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; globaliter; in grote lijnen; trekken; grotendeels; min of meer; (5) in se; als zodanig; in feite; eigenlijk; au fond; in de grond; (6) volslagen; volkomen; op-en-top
大抵 taitei (1) grote lijnen; trekken; hoofdzaken; kern; essentie; hoofdgedachte; teneur; strekking; draad; hoofdlijnen; hoofdtrekken; hoofdpunten; grondtrekken; globaliteit; algemeenheid; algemeniteit; (2) doorgaans; gewoonlijk; normaal (gesproken); meestal; over het algemeen; in de regel; in usu; onder normale omstandigheden; door de band; normaliter; meest(en)tijds; veelal; in de meeste gevallen; (3) waarschijnlijk; vermoedelijk; (4) iets gewoons; iets banaals; iets eenvoudigs [gevolgd door no koto のこと + negatie]; (5) nagenoeg; vrijwel; zogoed als; praktisch; zogezegd
有線 yuusen (1) uitzending via de (tv-)kabel; kabeluitzending; (2) kabeltelegrafie; [i.h.b.] kabeltelegram; kabelgram; (3) kabeltelefonie; [i.h.b.] kabeltelefoon; (4) kabel-; draad-
筋道 sujimichi logica; draad; samenhang; geregelde voortgang
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
糸口 itoguchi (1) eind van een draad; (2) begin; start; aanvang; aanzet; (3) aanwijzing; aanduiding; spoor; hint; aanknopingspunt; vingerwijzing; gegeven dat de weg wijst; draad
糸目 itome (1) fijne draad; (2) toomlijnen van een vlieger; (3) fijne lijn; (4) draad; samenhang; logisch verband; (5) ratio van zijdecocons en ruwe zijdedraad; draadgewicht; (6) wilgentak; wilgentwijg; wilgenrijs; wilgenloot; (7) [muntw.;Edo-periode] 64e deel van een ryō; (8) [dierk.] Japanse paloloworm; Tylorrhynchus heterochaetus
ito (1) draad; garen; (2) touw; koord; (3) snaar
shi (1) een tienduizendste; (2) een duizendste van een procent; (a) draad; streng; (b) draadachtig iets; (c) [muz.] snaarinstrument; snaar; (d) een tienduizendste deel; extreme geringe hoeveelheid
o (1) draad; snoer; streng; (2) [琴の] snaar; [弓の] pees; (3) bandje; riempje; (4) duur; voortgang; (5) leven
線維 seni (1) draad; streng; (2) vezel
繊維 seni (1) vezel; (2) draad; [verzameln.] textiel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'draad'). 
2005-2026